Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte, geboren in 1979, die zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal en twee pogingen tot diefstal. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een ISD-maatregel van twee jaar. De zaak kwam ter terechtzitting op 9 december 2025, waar de officier van justitie, mr. N. Snoep, de bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten heeft gevorderd. De verdediging, vertegenwoordigd door mr. A.C.H. Walkate, pleitte voor vrijspraak van enkele feiten en erkende de bewezenverklaring van andere feiten. De rechtbank oordeelde dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan poging tot diefstal met braak bij twee verschillende bedrijven en diefstal met braak bij een derde bedrijf. De rechtbank sprak de verdachte vrij van een vierde ten laste gelegd feit, omdat de bijdrage van de verdachte aan de vernieling niet voldoende was om te spreken van medeplegen. De rechtbank overwoog dat de ernst van de feiten, de recidive van de verdachte en het advies van de reclassering aanleiding gaven voor de oplegging van de ISD-maatregel. De rechtbank achtte het noodzakelijk om de verdachte de kans te geven aan zijn problematiek te werken, maar ook om de maatschappij te beschermen tegen zijn criminele gedrag. De vorderingen van de benadeelde partijen werden deels afgewezen, omdat de rechtbank de ontvankelijkheid van de vorderingen niet kon vaststellen. De rechtbank gelastte de teruggave van een in beslag genomen bedrag aan een benadeelde partij.