Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 14 december 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. De maatregel was gebaseerd op meerdere zware gronden, waaronder het niet op voorgeschreven wijze Nederland binnenkomen en het onttrekken aan toezicht. Verweerder liet tijdens de procedure de zware grond 3k vallen.
De rechtbank oordeelt dat de overige gronden feitelijk juist en voldoende toegelicht zijn, en dat er een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Eiser heeft zijn stellingen onvoldoende onderbouwd en slaagt niet in zijn beroepsgronden. Ook is niet gebleken dat de maatregel onevenredig bezwarend of onrechtmatig is geweest.
Eiser heeft tijdens de bewaring de mogelijkheid gekregen om asiel aan te vragen, wat hij op 14 december 2025 ook heeft gedaan, maar op 16 december 2025 weer heeft ingetrokken. De rechtbank concludeert dat geen minder dwingende maatregel dan bewaring toepasbaar was.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 23 december 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.