ECLI:NL:RBDHA:2025:25100
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herstelbeschikking in een voorlopige voorzieningenprocedure met betrekking tot kinderalimentatie
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 27 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot verbetering of aanvulling van een eerdere beschikking. De man, vertegenwoordigd door advocaat mr. R.A. van den Heuvel, had de rechtbank verzocht om een standpunt in te nemen over de verrekening van eerder overgemaakte bedragen met de vastgestelde kinderalimentatie. De rechtbank heeft de brief van de man geïnterpreteerd als een verzoek tot verbetering van de beschikking van 15 juli 2025. De vrouw, vertegenwoordigd door advocaat mr. T. Ertekin, heeft verweer gevoerd tegen dit verzoek.
De rechtbank heeft de relevante stukken in de procedure bekeken, waaronder brieven van beide partijen. Op basis van artikel 31 en 32 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechtbank een beschikking verbeteren of aanvullen. De rechtbank heeft echter geconcludeerd dat er geen sprake is van kennelijke fouten die voor eenvoudig herstel in aanmerking komen. De vraag van de man over de mogelijkheid tot verrekening van eerdere betalingen met de kinderalimentatie betreft een inhoudelijke beslissing over een geschilpunt dat niet eerder aan de orde is geweest.
Daarom heeft de rechtbank het verzoek van de man tot verbetering of aanvulling van de beschikking afgewezen. De beslissing is genomen door mr. A.S. Perniciaro, rechter, met mr. L.E. Meisters als griffier, en is uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting op 27 oktober 2025.