ECLI:NL:RBDHA:2025:25125
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling in asielzaak
De verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 28 april 2025 waarbij zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.19623). Omdat het beroep kennelijk ongegrond werd verklaard, werd het verzoek om voorlopige voorziening niet gehonoreerd.
De voorzieningenrechter veroordeelde de minister van Asiel en Migratie tot betaling van de proceskosten die de verzoeker heeft gemaakt, vastgesteld op €907 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Deze kosten betreffen de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 23 december 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van €907 proceskosten.