Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:25125

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
NL25.19624
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling in asielzaak

De verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 28 april 2025 waarbij zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.19623). Omdat het beroep kennelijk ongegrond werd verklaard, werd het verzoek om voorlopige voorziening niet gehonoreerd.

De voorzieningenrechter veroordeelde de minister van Asiel en Migratie tot betaling van de proceskosten die de verzoeker heeft gemaakt, vastgesteld op €907 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Deze kosten betreffen de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De uitspraak is gedaan zonder zitting op 23 december 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van €907 proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.19624

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. D. de Heuvel),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 28 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.19623, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. In de uitkomst van het beroep ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 907, bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 907.
Deze uitspraak is gedaan op 23 december 2025 door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.