ECLI:NL:RBDHA:2025:25137
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoeker, een Oekraïense derdelander, had tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55/EG). Op 11 april 2024 besloot de minister van Asiel en Migratie dat verzoeker vanaf 5 maart 2024 geen recht meer had op deze tijdelijke bescherming en dat hij binnen vier weken moest terugkeren naar het land waarvan hij de nationaliteit bezit.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de rechtbank reeds uitspraak had gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.16296), een voorlopige voorziening niet langer nodig was.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 23 december 2025 door voorzieningenrechter M.J. Schouw en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.