ECLI:NL:RBDHA:2025:2515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens niet aannemelijk maken frauduleuze verkrijging Keniaans paspoort
Eiser, met Somalische nationaliteit, verzocht op 25 november 2024 om een verblijfsvergunning asiel, welke op 10 december 2024 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast werd een terugkeerbesluit opgelegd om terug te keren naar Kenia of Senegal. Eiser stelt dat hij vluchtte vanwege geweld van Al-Shabaab en medische problemen aan zijn knie.
De rechtbank behandelde het beroep op 28 januari 2025 waarbij eiser zich liet vertegenwoordigen. Verweerder betwijfelde de geloofwaardigheid van eisers identiteit en nationaliteit, mede omdat eiser een Keniaans paspoort overlegd had terwijl hij Somalische nationaliteit claimde. Op grond van artikel 30b, lid 1, onder c, Vw werd de aanvraag afgewezen.
Eiser heeft ter zitting originele documenten getoond en pogingen gedaan om contact te zoeken met de Keniaanse autoriteiten, maar deze inspanningen werden als onvoldoende beoordeeld omdat ze pas na het bestreden besluit plaatsvonden en niet volgens de vereiste procedures. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht aannam dat eiser de Keniaanse nationaliteit bezit en dat het beroep ongegrond is.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar gedaan door rechter Griffioen en griffier Froma.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van frauduleuze verkrijging van het Keniaanse paspoort.