ECLI:NL:RBDHA:2025:25157

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
SGR 25/774
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen verkeersbesluit gemeente Wassenaar inzake éénrichtingsverkeer

In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eiseres, een schilders- en behangbedrijf, tegen een verkeersbesluit van de gemeente Wassenaar. Dit besluit, genomen op 15 maart 2024, betreft de instelling van éénrichtingsverkeer in de [straatnaam 1] te Wassenaar. Eiseres is van mening dat zij ten onrechte als belanghebbende is aangemerkt en dat de extra reistijd die voortvloeit uit het verkeersbesluit haar bedrijfsvoering negatief beïnvloedt. De rechtbank behandelt het beroep en oordeelt dat eiseres geen belanghebbende is, omdat haar belang niet voldoende onderscheidend is van dat van andere weggebruikers. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het bezwaar ongegrond is verklaard en verklaart het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk. Eiseres heeft geen bijzonder, individueel belang aangetoond dat haar in deze zaak als belanghebbende kwalificeert. De rechtbank concludeert dat het belang van verkeersveiligheid en een autoluw winkelgebied prevaleert boven de belangen van eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/774

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 december 2025 in de zaak tussen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V., statutaire zetel te [plaats] , eiseres
(gemachtigde: M.F.C. Kuijt),
en

het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar, verweerder

(gemachtigde: P. de Haan).

Inleiding

1. In deze uitspraak oordeelt rechtbank over het beroep van eiseres tegen een verkeersbesluit van verweerder, mede strekkende tot het instellen van eenrichtingsverkeer in [straatnaam 1] te Wassenaar.
1.1
Verweerder heeft op 15 maart 2024 het verkeersbesluit Centrum Wassenaar (het verkeersbesluit) genomen, gepubliceerd op 22 maart 2024 in het plaatselijke gemeenteblad.
1.2
Met het besluit op bezwaar van 22 november 2024 heeft verweerder de door eiseres betwiste verkeersmaatregel in stand gehouden (het bestreden besluit).
1.3
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.
1.4
Verweerder heeft op de beroepsgronden gereageerd met een verweerschrift.
1.5
De rechtbank heeft het beroep op 7 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich op de zitting laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. De gemachtigde van verweerder is zonder voorafgaande berichtgeving niet verschenen op de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is een schilders- en behangbedrijf, gevestigd op het adres [adres] in [plaats] . Uit het Handelsregister blijkt dat de gemachtigde van eiseres de bestuurder en enig aandeelhouder is in [bedrijfsnaam] B.V. Deze rechtspersoon, [bedrijfsnaam] B.V. is weer de bestuurder en enig aandeelhouder van [eiseres] B.V. (eiseres).
2.1
Eiseres heeft tegen een onderdeel van het verkeersbesluit bezwaar gemaakt, omdat zij het niet eens is met de maatregel tot het – kort gezegd – verlengen van het éénrichtingsverkeer in [straatnaam 1] , waaraan het bedrijf dat eiseres exploiteert is gevestigd. Met de betwiste verkeersmaatregel wordt ook in het laatste gedeelte van [straatnaam 1] éénrichtingsverkeer ingesteld. Dit effect wordt bereikt door het specifieke besluitonderdeel tot verwijdering van het verkeersbord met de afstandsaanduiding ‘na 80 meter’ ter hoogte van de kruising [straatnaam 1] – [straatnaam 2] – [straatnaam 3] .
Wat heeft verweerder besloten in de bezwaarfase?
3. Eiseres heeft in bezwaar gesteld dat, naast de langere reisroute en langere reisduur naar het bedrijf, deze wijziging er ook toe leidt dat er slechts één aanrijroute naar het bedrijf mogelijk blijft in de nieuwe situatie. Eiseres stelt dat het onmogelijk maken van de alternatieve aanrijroute via de [straatnaam 2] een groot nadeel oplevert voor haar bedrijfsvoering. Het verkeer over [straatnaam 1] vanuit de andere richting is namelijk met regelmaat gestremd als gevolg van stilstaande voertuigen ten behoeve van de bevoorrading van winkels, onderhoud en verbouwingen en daardoor verslechtert de bereikbaarheid van het bedrijf. Eiseres wenst primair dat er geen uitvoering wordt gegeven aan dit onderdeel van het verkeersbesluit. Zo dit niet mogelijk is, wenst eiseres subsidiair dat verweerder een categorische uitzondering maakt voor bestemmingsverkeer, dan wel bewoners en werknemers van bedrijven aan [straatnaam 1] . Deze subsidiaire optie kan volgens eiseres bereikt worden door het plaatsen van een onderbord ‘uitgezonderd bestemmingsverkeer’ dan wel een onderbord ‘uitgezonderd aanwonenden’.
3.1
De commissie bezwaarschriften (BAC) heeft op 5 september 2024 advies uitgebracht aan verweerder over het bezwaar van eiseres en daarbij geadviseerd om dit bezwaar primair gegrond te verklaren, subsidiair met aanvullende motivering het verkeersbesluit in stand te laten. Ten aanzien van de subsidiaire optie heeft de BAC verweerder geadviseerd om de noodzaak van de maatregel te onderzoeken en van een nadere motivering en belangenafweging te voorzien, waarbij ook minder ingrijpende maatregelen voor eiseres worden onderzocht.
3.2
Verweerder heeft met inachtneming van advies van de BAC een second opinion aangevraagd bij het adviesbureau Royal Haskoning DHV. In dit advies van Royal Haskoning staat dat de gevolgen van de wijziging naar éénrichtingsverkeer beperkt zijn, nu de noodzaak tot omrijden over een afstand van 900 meter onder de nieuwe situatie alleen geldt voor bestemmingsverkeer afkomstig uit het Noorden en daarnaast [straatnaam 1] 30-35 parkeerplaatsen kent en daarmee slechts een kleine groep weggebruikers raakt. Het maken van uitzonderingen voor bestemmingsverkeer of aanwonenden, al dan niet via een vergunningensysteem, verhoogt volgens het advies in zijn algemeenheid de kans op onveilige situaties bij het instellen van eenrichtingsverkeer en wordt daarom afgeraden. Ten aanzien van de hinder die eiseres stelt te ervaren door de regelmatige blokkades van [straatnaam 1] door laden, lossen en werkzaamheden, wordt geadviseerd om hierover onderlinge afspraken te maken met de betrokken partijen in de omgeving, zodat de nadelige gevolgen daarvan worden verminderd.
3.3
In het bestreden besluit heeft verweerder de conclusies van het advies van Royal Haskoning overgenomen en geconcludeerd dat het belang van de verkeersveiligheid en het realiseren van een meer autoluw en daardoor veiliger winkelgebied in het centrum van Wassenaar prevaleert boven het gestelde individuele belang van eiseres om haar bedrijf via twee richtingen over [straatnaam 1] te kunnen bereiken. Verweerder heeft daarom het verkeersbesluit op dit punt in stand gelaten.
Wat vinden eiseres en verweerder in beroep?
4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert in beroep – kort samengevat – het volgende aan. Ten eerste stelt eiseres dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft dat een algemene uitzondering voor bestemmingsverkeer te veel nadelen heeft. Eiseres is het niet eens met de conclusie van verweerder en het advies van Royal Haskoning dat een vergunningensysteem met ontheffingen voor aanwonenden te duur en te ingewikkeld is. Eiseres is hier verbaasd over, omdat in de nabije omgeving ook zo’n ontheffingsmogelijkheid met vergunningen is geboden bij het instellen van éénrichtingsverkeer. Eiseres doet hiermee een beroep op het gelijkheidsbeginsel en stelt dat niet valt in te zien dat een vergunningensysteem voor [straatnaam 1] geen reële optie is. Ook voert eiseres aan dat verweerder het bestreden besluit niet heeft kunnen baseren op het advies van Royal Haskoning, nu deze adviseur eenzijdig en zonder overleg met eiseres is aangesteld en daarnaast door verweerder betaald wordt. Nu daardoor geen sprake is van onafhankelijke advisering door Royal Haskoning is het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid.
5. Verweerder heeft in het verweerschrift gereageerd op de beroepsgronden en geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.
Wanneer ben je belanghebbende bij een verkeersbesluit?
6. Voordat de rechtbank aan een inhoudelijke beoordeling van het verkeersbesluit en de beroepsgronden die zich daartegen richten komt, moet worden beoordeeld of eiseres belanghebbende is bij het verkeersbesluit.
7. Onder belanghebbende wordt verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken [1] . Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter [2] . Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende [3] . Een belang dat zich onvoldoende onderscheidt van de belangen van willekeurige anderen, is geen persoonlijk belang. Uit vaste jurisprudentie [4] van de hoogste bestuursrechter volgt dat een rechtszoekende slechts een belanghebbende is bij een verkeersbesluit, als deze een bijzonder, individueel belang heeft bij dat besluit, en dat belang zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
8. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen belanghebbende is bij het verkeersbesluit en legt dit oordeel hierna uit.
8.1
Niet ter discussie staat dat de bedrijfsruimte van eiseres door het instellen van eenrichtingsverkeer minder makkelijk bereikbaar wordt vanuit de noordelijke aanrijroute, voor zowel eiseres als ander bestemmingsverkeer. De maatregelen leiden er toe dat bestemmingsverkeer 900 meter langer onderweg is om de bedrijfsruimte van eiseres te bereiken. Dit leidt tot een langere aanrijroute en een langere reistijd en hierdoor blijft - vergeleken met de huidige verkeersituatie - slechts één mogelijke aanrijroute naar het bedrijf van eiseres in stand vanuit de noordelijke richting. De aanrijroute vanuit de zuidelijke richting blijft door dit verkeersbesluit ongewijzigd.
8.2
De rechtbank is van oordeel dat het individuele belang van eiseres – de langere aanrijroute, de extra reistijd en het wegvallen van een alternatieve aanrijroute vanuit de noordelijke richting – zich in onvoldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers. Dat sprake is van extra reistijd en een langere aanrijroute maakt eiseres geen belanghebbende. Eiseres onderscheidt zich in dat opzicht niet van andere omwonenden en bedrijven aan het betreffende gedeelte van [straatnaam 1] , want die worden ook geconfronteerd met de extra reistijd [5] . Verder acht de rechtbank van belang dat het bedrijf van eiseres, ook vanuit de noordelijke aanrijroute, bereikbaar blijft, zowel voor de ondernemer zelf als voor eventuele derden. De rechtbank onderkent dat het gedeelte van de straat waaraan het bedrijf van eiseres gelegen is een smalle straat betreft en kan zich voorstellen dat laden, lossen en het uitvoeren van werkzaamheden, zoals vuilnis ophalen, tot tijdelijke blokkering van deze aanrijroute kan leiden. Dit maakt echter niet dat eiseres een bijzonder, individueel belang heeft bij de maatregel tot het instellen van éénrichtingsverkeer bij [straatnaam 1] , nu alle andere willekeurige weggebruikers ook deze hinder ondervinden door deze activiteiten. Eiseres heeft gelet op het voorgaande niet aannemelijk gemaakt dat zij door het invoeren van het eenrichtingsverkeer op onderscheidende wijze in haar belangen wordt geraakt.
8.3
Omdat eiseres geen rechtstreeks belang heeft bij het verkeersbesluit, kan eiseres niet worden aangemerkt als belanghebbende. Verweerder heeft dit in het bestreden besluit niet onderkend. Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen voor zover het bezwaar daarbij ongegrond is verklaard en zelf in de zaak voorzien en het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaren.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover daarbij het bezwaar ongegrond is verklaard. De rechtbank zal zelf in de zaak voorzien en het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaren. De inhoud van het oorspronkelijke verkeersbesluit (primaire besluit) blijft daarmee ongewijzigd in stand.
10. Er is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht 2025.
11. Omdat het beroep gegrond is, wordt verweerder op grond van artikel 8:74, eerste lid, van de Awb veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht.

Beslissing

De rechtbank
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij het bezwaar van eiseres ongegrond is verklaard;
  • verklaart het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dat is vernietigd;
  • bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 385,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:1 van de Awb
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 8 april 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI0442, rechtsoverweging 2.1.
4.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 28 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3510.
5.Vergelijk met de uitspraak van de Afdeling van 9 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP7190.