ECLI:NL:RBDHA:2025:25229
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van staatloosheid van verzoeker geboren in Syrië van Palestijnse afkomst
Verzoeker, geboren in 2005 in Syrië en van Palestijnse afkomst, heeft een verblijfsvergunning asiel in Nederland sinds 2022. Hij bezit diverse documenten voor Palestijnse vluchtelingen die als authentiek zijn beoordeeld door de IND en Koninklijke Marechaussee.
De rechtbank baseert haar oordeel op de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid en stelt vast dat verzoeker in Nederland woont en een onmiddellijk belang heeft bij het verzoek. De beoordeling richt zich op de Palestijnse Gebieden en Syrië, waarbij Libanon buiten beschouwing blijft.
Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen uit de Palestijnse gebieden als staatloos worden beschouwd. De Syrische nationaliteitswetgeving verleent nationaliteit via de vader, wat in dit geval niet aannemelijk is. Verzoeker wordt door Syrië als Palestijn zonder Syrische nationaliteit gezien.
De rechtbank concludeert dat verzoeker niet als onderdaan van enige staat wordt beschouwd en stelt zijn staatloosheid vast. De vordering tot proceskostenveroordeling van de Staat wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoeker staatloos is en wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af.