De rechtbank Den Haag behandelde op 25 november 2025 een verzoek tot wijziging van voorlopige voorzieningen inzake kinderalimentatie en partneralimentatie. De man verzocht om aanpassing van de voorlopige kinderalimentatie en vaststelling van voorlopige partneralimentatie, stellende dat de omstandigheden waren gewijzigd en dat de rechtbank bij de eerdere beschikking van 9 juli 2025 was uitgegaan van onjuiste gegevens.
De rechtbank oordeelde dat de man ontvankelijk was in zijn verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie, omdat zijn financiële situatie was gewijzigd door zijn uitdiensttreding per 1 september 2025. De rechtbank berekende een nieuwe voorlopige kinderalimentatie van €282 per maand, rekening houdend met een draagkrachtvergelijking en een zorgkorting van 15%. Dit bedrag ligt aanzienlijk lager dan het eerder vastgestelde bedrag van €678,60.
Ten aanzien van het verzoek tot voorlopige partneralimentatie stelde de rechtbank vast dat partijen tijdens het huwelijk de kosten gelijkelijk deelden en dat de man tijdens het huwelijk in zijn eigen levensonderhoud voorzag. De rechtbank vond daarom geen aanleiding om de Hofnorm toe te passen en wees het verzoek tot voorlopige partneralimentatie af.
De beschikking werd gewijzigd voor de kinderalimentatie met ingang van 25 november 2025 en het verzoek tot partneralimentatie werd afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.