ECLI:NL:RBDHA:2025:25249

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
26 december 2025
Zaaknummer
C/09/693683 / JE RK 25-1833
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met complexe problematiek

Op 25 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in de zaak van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, die verzocht om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, geboren in 2008. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige, die gediagnosticeerd is met ASS en ADHD, een intensieve begeleidingsbehoefte heeft en momenteel in een gesloten accommodatie verblijft. De ouders van de minderjarige steunen het verzoek tot verlenging van de machtiging, omdat de huidige situatie bij Pluryn hen als veilig en ondersteunend voorkomt. De kinderrechter heeft de noodzaak van gesloten jeugdhulp bevestigd, gezien de ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen van de minderjarige, die zijn ontwikkeling belemmeren. De kinderrechter heeft de machtiging verleend voor een periode van zes maanden, met ingang van 27 november 2025 tot 27 mei 2026. De beslissing is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/693683 / JE RK 25-1833
Datum uitspraak: 25 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] ,
advocaat mr. G.A. Nandoe-Tewarie uit Den Haag.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 oktober 2025;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 6 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • [de minderjarige] met zijn advocaat;
  • de vader;
- de moeder;
  • [naam 1] als vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling;
  • [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] , begeleiders vanuit Pluryn.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. Na overleg met zijn advocaat heeft [de minderjarige] er voor gekozen niet voorafgaand aan de zitting apart met de kinderrechter te spreken

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn met elkaar gehuwd.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.3.
[de minderjarige] verblijft in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, te weten Pluryn.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft [de minderjarige] bij beschikking van 26 augustus 2025 onder toezicht gesteld van 26 augustus 2025 tot 26 augustus 2026.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 september 2025 een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de periode van 3 september 2025 tot 27 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek schriftelijk en ter zitting als volgt gemotiveerd.
[de minderjarige] is gediagnosticeerd met ASS, ADHD en heeft een lage sociaal-emotionele ontwikkeling. Daarnaast wordt hij omschreven als een angstige jongen. Tijdens zijn verblijf op [locatie 1] is gebleken dat [de minderjarige] een zeer intensieve begeleidingsbehoefte heeft. Zijn agressie, die voortvloeit uit zijn problematiek, vereist een omgeving waarin fysieke interventies mogelijk zijn om de veiligheid van [de minderjarige] en zijn omgeving te waarborgen. [de minderjarige] kan zich niet zelfstandig handhaven in een groepsdynamiek en raakt snel overprikkeld. Sinds 9 oktober 2025 verblijft [de minderjarige] in een gebouw op de locatie [locatie 2] met 2-op-1 begeleiding, ter overbrugging terwijl er een verzoek tot overplaatsing bij de Plaatsingscoördinator loopt. Deze constructie waarborgt zijn veiligheid en dagelijkse begeleiding. [de minderjarige] heeft goede stappen vooruit gezet, hij is gestabiliseerd en geconditioneerd maar het sociale aspect komt in gedrang.
Gezien de intensiteit van zijn gedrag is een gesloten kader nog steeds noodzakelijk. De huidige situatie laat onvoldoende ruimte voor de noodzakelijke behandeling, mede doordat eerdere forse incidenten de behandeling op [locatie 1] hebben belemmerd. Ook is een lichter alternatief momenteel niet beschikbaar; eerdere pogingen om [de minderjarige] te plaatsen bij open groepen resulteerden in afwijzingen. [de minderjarige] toont in de korte periode in de gesloten jeugdzorg nog steeds forse agressie richting begeleiding en andere cliënten. Zijn weg naar volwassenheid wordt hierdoor ernstig belemmerd. [de minderjarige] functioneert sociaal-emotioneel veel lager dan zijn kalenderleeftijd, mede door langdurig gebrek aan duidelijke grenzen in het verleden, wat zijn probleemgedrag heeft verergerd. Gezien deze factoren acht de gecertificeerde instelling het noodzakelijk dat de gesloten machtiging wordt verlengd met zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens [de minderjarige] is op de zitting gerefereerd aan het verzoek. Het gaat veel beter met hem en hij heeft vertrouwen in de huidige begeleiding.
4.2.
De ouders staan achter de verlenging van de gesloten machtiging. Zij zijn het ermee eens dat de huidige plek ter overbrugging de juiste plek voor [de minderjarige] is. Hij wordt bij Pluryn heel erg gezien en begrepen en er is sprake van een goede samenwerking. De ouders hopen dat er wel binnenkort kan worden gestart met behandeling van [de minderjarige] , omdat zijn ontwikkeling nu stagneert.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
5.2.
De kinderrechter overweegt het volgende. Uit de stukken, waaronder de verklaring van de gedragswetenschapper, en uit de toelichtingen ter zitting leidt de kinderrechter af dat de zorgen over de veiligheid, het gedrag en de ontwikkeling van [de minderjarige] onverminderd aanwezig zijn. Er is sprake van zeer complexe problematiek. Dit maakt het voortzetten van zijn plaatsing in het gesloten kader noodzakelijk, om de noodzakelijke veiligheid aan [de minderjarige] en aan zijn omgeving te kunnen bieden. De kinderrechter stelt vast dat het belangrijk is dat er een vervolgplek wordt gevonden die goed bij [de minderjarige] past, met een aanpak passend bij zijn ASS en die aansluit bij zijn begeleidingsbehoefte. Het is in de tussentijd van belang dat [de minderjarige] kan verblijven in de voor hem veilige situatie die nu is gecreëerd. Het is duidelijk dat [de minderjarige] op de huidige plek is gestabiliseerd, veel heeft geleerd en grote stappen vooruit heeft gemaakt, maar dat zijn ontwikkeling nu stagneert, omdat hij eigenlijk zou moeten socialiseren en hij daar niet aan toe komt. Daarnaast is het belangrijk dat er ruimte komt voor behandeling.Totdat een geschikte maatwerkplek is gevonden, vindt de kinderrechter het van belang dat [de minderjarige] bij Pluryn kan blijven.
5.3.
De kinderrechter machtigt de gecertificeerde instelling om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
De beslissing
De kinderrechter:
5.4.
verleent een machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 27 november 2025 tot 27 mei 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025 door mr. R. van Zeijst- Repelaer van Driel, kinderrechter, in aanwezigheid van D. van den Born als griffier, en op schrift gesteld op 8 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).