ECLI:NL:RBDHA:2025:25250

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
26 december 2025
Zaaknummer
C/09/691054 / JE RK 25-1543 / C/09/692571 / JE RK 25-1708 / C/09/692521 / JE RK 25-1701
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en zorgregeling voor minderjarigen in complexe gezinssituatie

Op 25 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een complexe zaak betreffende de ondertoezichtstelling en zorgregeling van meerdere minderjarigen. De rechtbank heeft vastgesteld dat er niets meer te beslissen valt over het verzoek om verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek tot uithuisplaatsing ingetrokken, omdat er in de thuissituatie bij de (stief)moeder momenteel geen zorgen zijn. De rechtbank heeft echter wel geoordeeld dat de ondertoezichtstelling van de minderjarigen moet worden verlengd, gezien de ernstige ontwikkelingsbedreigingen die nog steeds aanwezig zijn. De kinderen zijn in een onveilige situatie geweest door conflicten tussen de (stief)vader en (stief)moeder, wat heeft geleid tot spanningen en onrust in hun leven. De rechtbank heeft de ondertoezichtstelling verlengd voor de duur van zes maanden en benadrukt de noodzaak van samenwerking tussen de ouders en de gecertificeerde instelling om de situatie te verbeteren. Daarnaast is er een voorlopige zorgregeling vastgesteld voor de omgang van de kinderen met beide ouders, waarbij de regie over de zorgregeling bij de gecertificeerde instelling ligt. De rechtbank heeft ook aangegeven dat er een schriftelijke update moet worden verstrekt over de voortgang van de ondertoezichtstelling voor de volgende zitting.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummers:
I. C/09/691054 / JE RK 25-1543
II. C/09/692571 / JE RK 25-1708
III. C/09/692521 / JE RK 25-1701
Datum uitspraak: 25 november 2025
Beschikking van de meervoudige kamer inhoudende:
I.
dat er niets meer te beslissen is over het verzoek om verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing
II.
verlenging van een ondertoezichtstelling
III.
vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken (art. 1:265g lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW))
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,
over
verzoek I , II en III:
- [minderjarige 1]geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
- [minderjarige 2]geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
- [minderjarige 3]geboren op [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] .
verzoek I en II:
- [minderjarige 4]geboren op [geboortedatum 3] 2014 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 4] ,
- [minderjarige 5]geboren op [geboortedatum 4] 2016 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 5] ,
verzoek II:
- [minderjarige 6]geboren op [geboortedatum 5] 2013 in [geboorteplaats 3] , [geboorteland] ,
hierna te noemen: [minderjarige 6] ,
- [minderjarige 7]geboren op [geboortedatum 6] 2015 in [geboorteplaats 3] , [geboorteland] ,
hierna te noemen: [minderjarige 7] ,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen.
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de (stief)moeder],
hierna te noemen: de (stief)moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.H.P. Feiner te Rotterdam.
[de (stief)vader],
hierna te noemen: de (stief)vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. S.M. Hoogenraad te Zoetermeer.

1.Het verdere verloop van de (verdere) procedure

1.1.
Bij beslissing van 24 september 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de behandeling van verzoek I aangehouden tot een nadere zitting te bepalen voor 3 december 2025.
1.2.
Op 25 november 2025 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank (het aangehouden) verzoek I, verzoek II en verzoek III met gesloten deuren (verder) behandeld. Op de zitting waren aanwezig:
  • [naam 1] , namens de gecertificeerde instelling;
  • de (stief)moeder met haar advocaat;
  • de (stief)vader met zijn advocaat en bijgestaan door een tolk.
1.3.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 24 september 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • verzoekschrift II, met bijlagen, ontvangen op 3 oktober 2025;
verzoekschrift III, met bijlagen, ontvangen op 25 september 2025.
1.4.
Ter zitting hebben alle betrokkenen ermee ingestemd dat de stukken die als bijlagen bij de drie verzoeken zijn gevoegd, over en weer geacht worden te zijn ingediend in alle verzoeken.
1.5.
De rechtbank heeft [minderjarige 6] , [minderjarige 4] , [minderjarige 7] en [minderjarige 5] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 6] , [minderjarige 4] , [minderjarige 7] en [minderjarige 5] hebben een gesprek gevoerd met de voorzitter van de meervoudige kamer. Tijdens de zitting heeft de voorzitter samengevat wat [minderjarige 6] , [minderjarige 4] , [minderjarige 7] en [minderjarige 5] haar hebben verteld.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 11 september 2025 is de scheiding van tafel en bed tussen de (stief)vader en de (stief)moeder uitgesproken en zijn opgenomen de onderlinge regelingen zoals die staan in het aangehechte ouderschapsplan.
2.2.
De (stief)vader en de (stief)moeder zijn (door hun huwelijk) de juridische ouders van [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en zij zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over hen.
2.3.
[minderjarige 4] is voor het huwelijk van de (stief)moeder en de (stief)vader geboren uit een affectieve relatie van de (stief)moeder en [naam 2] . [naam 2] heeft [minderjarige 4] erkend. De (stief)moeder is belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 4] .
2.4.
[minderjarige 6] en [minderjarige 7] zijn – voor het huwelijk van de (stief)vader en de (stief)moeder – geboren uit een affectieve relatie van de (stief)vader en een andere moeder. De (stief)vader is belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 6] en [minderjarige 7] .
2.5.
In september 2024 heeft de (stief)vader de echtelijke woning (een huurwoning op naam van de (stief)moeder) verlaten. De kinderen en de oudste dochter van de (stief)moeder ( [naam 3] , uit een eerdere relatie van de (stief)moeder) woonden vanaf dat moment met de (stief)moeder in die woning. Enige tijd later heeft de (stief)vader een eigen huurwoning betrokken met [minderjarige 6] en [minderjarige 7] .
2.6.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 december 2024 [minderjarige 6] , [minderjarige 4] , [minderjarige 7] , [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 4 december 2025.
2.7.
Na een incident, rond 3 september 2025, heeft de (stief)moeder haar huurwoning verlaten en is bij vrienden ingetrokken. De (stief)vader is toen in de huurwoning van de (stief)moeder getrokken, waar hij met alle kinderen verbleef. In die woning verbleven ook zijn ouders en, 24/7, een begeleider van hulpverleningsinstantie [instelling 1] .
2.8.
Kort na de beslissing van 24 september 2025 is de (stief)vader samen met [minderjarige 6] en [minderjarige 7] teruggegaan naar zijn eigen woning. De (stief)moeder verblijft sindsdien met [minderjarige 4] , [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] (weer) in haar eigen huurwoning.

3.De verzoeken

Verlening machtiging tot uithuisplaatsing (verzoek I)
3.1.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 4] , [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een gezinsgerichte voorziening te verlenen voor de duur van zes maanden en het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van die beslissing, ter zitting ingetrokken.
Verlenging ondertoezichtstelling (verzoek II)
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige 6] , [minderjarige 4] , [minderjarige 7] , [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken (verzoek II)
3.3.
De gecertificeerde instelling heeft – na wijziging ter zitting – verzocht om, in afwijking van het schriftelijk verzoek, de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: de zorgregeling) vast te stellen:
Maandag:
De moeder brengt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar de opvang.
15:00 uur. De vader haalt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op bij de opvang.
19:30 uur. De pedagogisch medewerker haalt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op bij de vader en brengt hen terug naar de moeder.
Woensdag:
De moeder brengt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar de opvang.
15:00 uur. De vader haalt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op bij de opvang.
19:30 uur. De pedagogisch medewerker haalt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op bij de vader en brengt hen terug naar de moeder.
Vrijdag:
De moeder brengt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar de opvang.
15:00 uur. De vader haalt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op bij de opvang. De kinderen blijven bij de vader overnachten.
Zaterdag:
18:30 uur. De pedagogisch medewerker haalt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op bij de vader en brengt hen terug naar de moeder.
De gecertificeerde instelling verzoekt verder om de regie over de (wijziging dan wel uitbreiding van de) zorgregeling voor alle kinderen bij de gecertificeerde instelling te beleggen.
3.4.
De gecertificeerde instelling heeft de verzoeken, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd. Er is veel onrust geweest in de afgelopen periode. De relatie van de (stief)vader en de (stief)moeder is kort geleden beëindigd en door omstandigheden is de gezinssamenstelling en de verblijfplaats van de kinderen meerdere keren gewijzigd. De vorige jeugdbeschermer heeft samen met de (stief)vader en de (stief)moeder afspraken opgesteld om de veiligheid van de kinderen te kunnen waarborgen. Waar het de (stief)moeder eerder onvoldoende lukte om zich aan deze veiligheidsafspraken te houden, wordt sinds eind september 2025 bij haar een positieve verandering gezien. Zij houdt zich nu wel aan die afspraken, staat goed in contact met de gecertificeerde instelling, gaat de samenwerking aan, is transparant en toont zelfreflectie. De (stief)vader leeft de veiligheidsafspraken nog steeds onvoldoende na. Vanaf het moment dat de (stief)moeder weer in haar woning verbleef, samen met [minderjarige 4] , [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , is de (stief)vader – in strijd met genoemde afspraken – meerdere keren bij de woning van de (stief)moeder verschenen, waardoor zij – in lijn met de afspraak met de gecertificeerde instelling – meerder keren de politie heeft gebeld. Ook is hij een keer, onverwacht, op de school van [minderjarige 4] en [minderjarige 5] opgedoken, heeft hij [minderjarige 4] bevraagd over het gedrag van de (stief)moeder en heeft hij [minderjarige 5] aangesproken op het dragen van make-up en nagellak. Kort vóór de beslissing van 24 september 2025 heeft hij alle kinderen, die toen nog bij hem woonden, meegenomen naar een geheime plek, en, nadat die beslissing was genomen, hen naar de huurwoning van de (stief)moeder gebracht en ook daar weer het conflict gezocht. Het meest recente incident tussen de (stief)vader en de (stief)moeder vond op 10 november 2025 plaats, in de buurt van de rechtbank, in aanwezigheid van [minderjarige 6] , [minderjarige 4] , [minderjarige 7] en [minderjarige 5] . De (stief)vader is toen gearresteerd en [minderjarige 6] en [minderjarige 7] hebben een paar dagen, tot de (stief)vader weer werd vrijgelaten, bij een oom verbleven. Het gevolg van dit alles is dat de kinderen alle lange tijd worden blootgesteld aan conflicten en spanningen.
3.5.
De gecertificeerde instelling heeft verder naar voren gebracht dat een deel van de onrust samenhangt met het feit dat de vorige jeugdbeschermer is uitgevallen. Sinds kort zijn er twee nieuwe jeugdbeschermers betrokken bij het gezin. Het is voor de rust en de stabiliteit noodzakelijk dat de samenwerking met de (stief)vader en de (stief)moeder weer wordt hervonden. De (stief)vader en de (stief)moeder moeten aan de slag gaan met individuele hulpverlening, zodat zij aan hun persoonlijke problematiek kunnen werken. Ook wordt er gedacht aan het inzetten van mediation en het opstellen van een ouderschapsplan met duidelijke afspraken. Indien mogelijk, zal Parallel Solo Ouderschap worden ingezet. In de thuissituaties van de (stief)vader en de (stief)moeder is momenteel geen hulpverlening (meer) betrokken. Het is de nieuwe jeugdbeschermers niet bekend waarom deze hulpverlening is gestopt. Er worden momenteel, zolang de (stief)vader en (stief)moeder elkaar niet opzoeken, geen zorgen gezien in de thuissituaties. De gecertificeerde instelling zal de komende periode onderzoeken of er hulpverlening voor de kinderen opgestart moet worden en zo ja, welke vorm van hulpverlening dat moet zijn. [minderjarige 6] en [minderjarige 7] gaan al lange tijd niet naar school. [minderjarige 6] is inmiddels aangemeld bij het Centrum voor Onderwijs en Zorg, opdat hij binnenkort kan starten met een dagbesteding. Ook voor [minderjarige 7] wordt onderzocht of dit passend voor hem is.
3.6.
De relatie tussen de (stief)vader en [minderjarige 4] en [minderjarige 5] is door de gebeurtenissen van de afgelopen periode ernstig verstoord. Beide kinderen hebben aangegeven momenteel geen contact met de (stief)vader te willen. De gecertificeerde instelling zal de komende periode gaan onderzoeken wat nodig is voor contactherstel. De gecertificeerde instelling vindt het van belang dat er een zorgregeling wordt vastgesteld over het contact tussen de vader en [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] . Op die manier is er structureel, veilig en regelmatig contact tussen hen. Het is voor de veiligheid van de kinderen van belang dat een pedagogisch medewerker wordt ingezet voor de overdracht van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar de (stief)moeder. Op die manier is op die momenten geen contact tussen de (stief)vader en de (stief)moeder en is er wel kort contact tussen de kinderen en de pedagogisch medewerker. Er is per direct een pedagogisch medewerker van [instelling 2] inzetbaar voor de overdrachtsmomenten. De gecertificeerde instelling verzoekt om de regie over (uitbereiding van) de zorgregeling bij haar te beleggen. Op die manier kan [minderjarige 5] , indien zij weer behoefte heeft aan contact met de vader, worden meegenomen in de zorgregeling, zoals aanvankelijk (schriftelijk) was verzocht. Ook zal de gecertificeerde instelling gaan onderzoeken wat de wens van [minderjarige 6] en [minderjarige 7] is als het gaat om contact met de (stief)moeder en welke regeling in dat verband passend is.

4.De beoordeling

Machtiging tot uithuisplaatsing
4.1.
Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling te kennen geven dat zij het eerder ingediende verzoek tot verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 4] , [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] niet langer handhaaft omdat zij hiervoor op dit moment geen grond meer zien; in de thuissituatie bij de (stief)moeder worden momenteel geen zorgen gezien.
4.2.
De rechtbank hoeft, wat dit verzoek betreft, dus geen beslissing meer te nemen.
Ondertoezichtstelling
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1]
4.4.
De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Er is onverminderd sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige 6] , [minderjarige 4] , [minderjarige 7] , [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De afgelopen maanden werden gekenmerkt door onrust, spanningen en conflicten tussen de (stief)vader en de (stief)moeder. De kinderen hebben in veel verschillende gezinssamenstellingen gewoond, met steeds weer andere volwassenen en hulpverleners in hun nabijheid. Door de gedragingen van de (stief)vader en de (stief)moeder zijn de kinderen met regelmaat blootgesteld aan onveilige situaties. In de interactie tussen de (stief)vader en de (stief)moeder is sprake van fysiek en verbaal geweld en de kinderen zijn daar meerdere malen getuige van geweest. Het lukt de (stief)vader en de (stief)moeder niet om de behoeften van de kinderen voorop te stellen en tot een constructieve samenwerking te komen. Daarnaast hielden zij zich aanvankelijk allebei niet structureel aan de veiligheidsafspraken. In geval van de (stief)moeder is momenteel, wat dit betreft, sprake van een positieve wending. De (stief)vader neemt echter (nog) steeds de regie en zoekt de (stief)moeder, [minderjarige 4] , [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op, in strijd met de gemaakte afspraken. Dit heeft, al dan niet indirect, impact op de kinderen die bij de (stief)moeder wonen. Met name [minderjarige 4] en [minderjarige 5] ervaren veel spanningen. Zij gaan hierdoor niet altijd naar school, waardoor zij lesstof missen. Ook is het, zo hebben [minderjarige 4] en [minderjarige 5] de kinderrechter verteld, een aantal keer voorgekomen dat de (stief)vader hen uit hun klassen heeft gehaald en hen op een onprettige manier heeft aangesproken en ondervraagd. [minderjarige 4] en [minderjarige 5] hebben aangegeven momenteel geen contact te wensen met de (stief)vader vanwege zijn gedrag. Over de ontwikkeling van [minderjarige 6] en [minderjarige 7] zijn tevens ernstige zorgen. [minderjarige 6] heeft veel meegemaakt en is kwetsbaar. Beide kinderen volgen daarnaast al geruime tijd geen onderwijs. Hierdoor beheerst [minderjarige 6] de Nederlandse taal onvoldoende en doet [minderjarige 6] , hetgeen de kinderrechter tijdens de kindgesprekken ook heeft gezien, regelmatig een beroep op [minderjarige 7] om te vertalen en leunt hij, om dingen duidelijk te kunnen maken, veel op zijn broertje.
4.5.
De afgelopen periode is er onvoldoende gedaan om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen weg te nemen. Inmiddels zijn er, na het uitvallen van de vorige jeugdbeschermer, twee nieuwe jeugdbeschermers betrokken bij het gezin. Ter zitting is door de gecertificeerde instelling naar voren gebracht wat de visie is voor de komende periode. Onderzocht zal worden of er hulpverlening moet worden ingezet voor [minderjarige 4] , [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . [minderjarige 6] is aangemeld bij het Centrum voor Onderwijs en Zorg. Er zal worden bekeken of dit ook passend is voor [minderjarige 7] . De (stief)vader en de (stief)moeder zullen moeten gaan starten met individuele hulpverlening om te werken aan hun persoonlijke problematiek en er zal worden bezien of het inzetten van een mediationtraject en mogelijk Parallel Solo Ouderschap tot de mogelijkheden behoort. De (stief)moeder staat hiervoor open en werkt goed samen met de gecertificeerde instelling. Ze heeft ter zitting de noodzaak van hulpverlening onderschreven. Ook heeft zij benoemd dat het van belang is dat de ouders onderling de samenwerking opzoeken en aan hun relatie als de (stief)ouders van de kinderen gaan werken en aan de afhechting van hun partnerrelatie. De (stief)vader is ook akkoord met een verlenging van de ondertoezichtstelling en de inzet van hulpverlening, maar alleen als de gecertificeerde instelling het gezin daadwerkelijk gaat helpen. Hulp heeft de (stief)vader, zo heeft hij naar voren gebracht, de afgelopen periode niet gezien en daardoor is zijn vertrouwen in (de samenwerking met) de gecertificeerde instelling geschaad.
4.6.
Gelet op de ernst van de zorgen en de incidenten die in de afgelopen periode hebben plaatsgevonden, acht de rechtbank een verlenging van de ondertoezichtstelling in het belang van de kinderen. De komende periode is het noodzakelijk dat er méér wordt gedaan dan in de afgelopen tijd is gebeurd. Het is van belang dat beide ouders met de gecertificeerde instelling (blijven) samenwerken, de hulpverlening die belangrijk wordt geacht, accepteren en deze daadwerkelijk aangaan. Ook moet worden gewerkt aan het herstel van vertrouwen van de (stief)vader in (het handelen van) de gecertificeerde instelling. Het feit dat thans twee andere vaste jeugdbeschermers zijn betrokken kan daarbij behulpzaam zijn. Een constructieve samenwerking tussen de (stief)vader en de (stief)moeder is daarnaast van het grootste belang om de spanning bij zowel henzelf als bij de kinderen weg te nemen. Het wegnemen van de spanningen en onrust biedt de kinderen de rust en ruimte om toe te komen aan hun persoonlijke ontwikkeling. De rechtbank onderschrijft de stappen die de gecertificeerde instelling wil gaan zetten en benadrukt, wat de kinderen betreft, met klem dat zo snel als mogelijk onderwijs dan wel dagbesteding voor [minderjarige 6] en [minderjarige 7] moet worden gevonden en dat wordt geregeld dat zij, zoals zij zo graag willen, weer kunnen gaan voetballen.
4.7.
De rechtbank acht het van belang om een vinger aan de pols te houden, gelet op de gebeurtenissen van de afgelopen maanden, de geringe stappen die zijn gezet en in verband met de vast te stellen zorgregeling (zie hierna). De rechtbank verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige 6] , [minderjarige 4] , [minderjarige 7] , [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van zes maanden. De behandeling van het verzoek wordt voor het overige aangehouden.
4.8.
De rechtbank verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk
twee wekenvoorafgaand aan de volgende zitting een schriftelijke update te versturen met daarin een schets van het verloop van de ondertoezichtstelling in de zes maanden die nog komen.
4.9.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
Vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
4.10.
Voor zover hier van belang, bepaalt artikel 1:265g, eerste lid, BW dat voor de duur van de ondertoezichtstelling de rechtbank op verzoek van de gecertificeerde instelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken kan vaststellen, voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
4.11.
De (stief)moeder heeft ter zitting te kennen gegeven achter de voorgestelde zorgregeling te staan. Door de (stief)vader is naar voren gebracht dat hij momenteel onvoldoende draagkracht heeft om de kinderen drie maal in de week te zien, aangezien hij ook de zorg voor [minderjarige 6] en [minderjarige 7] draagt en zij (nog) niet naar school gaan dan wel geen dagbesteding hebben. Een regeling waarbij hij de kinderen op maandagmiddag van de opvang ophaalt en op dinsdagochtend weer terugbrengt, vindt hij meer passend. Toezicht of begeleiding van een professional (bij de overdracht) is volgens hem niet nodig. De (stief)vader heeft er daarnaast moeite mee dat de gecertificeerde instelling bepaalt wanneer hij de kinderen kan zien.
4.12.
De rechtbank overweegt als volgt. Op dit moment heeft de (stief)vader al enige tijd geen contact met [minderjarige 4] , [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en de (stief)moeder heeft al enige tijd geen contact met [minderjarige 6] en [minderjarige 7] . Dit is zeer onwenselijk voor de ontwikkeling van de kinderen. De rechtbank is van oordeel dat het op dit moment in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat er een zorgregeling wordt vastgesteld.
Daarbij overweegt de rechtbank dat zowel [minderjarige 4] als [minderjarige 5] hebben aangegeven op dit moment geen contact te wensen met de (stief)vader. Ze hebben veel last van de gebeurtenissen in de afgelopen periode en willen weer contact met de (stief)vader als hij ander gedrag vertoont dan hij de afgelopen tijd heeft laten zien. Verder acht de rechtbank het noodzakelijk rekening te houden met de draagkracht en belastbaarheid van de (stief)vader en met het feit dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op dit moment geen contact hebben met de (stief)vader. Een opbouwende zorgregeling met de (stief)vader is daarom passend. Doordat de spanningen tussen de (stief)vader en de (stief)moeder een belemmering vormen voor het contact tussen de kinderen en beide ouders, is het noodzakelijk dat de overdracht van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar de (stief)moeder wordt uitgevoerd door een pedagogisch medewerker. De pedagogisch medewerker kan daarnaast aan de gecertificeerde instelling terugkoppelen hoe de kinderen de contactmomenten hebben ervaren. De rechtbank ziet in de hiervoor beschreven problematiek aanleiding om voor de overige kinderen thans nog geen (voorlopige) zorgregeling vast te stellen.
4.13.
De rechtbank acht het van belang dat de regie over de (wijziging dan wel uitbreiding van de) zorgregeling van
allekinderen bij de gecertificeerde instelling komt te liggen. Door de regie over (de uitbreiding van) de zorgregeling bij de gecertificeerde instelling te leggen, kunnen [minderjarige 4] en [minderjarige 5] worden betrokken bij de zorgregeling op het moment dat zij klaar zijn voor omgang met de (stief)vader. Daarnaast overweegt de rechtbank dat gekeken moet worden of [minderjarige 6] en [minderjarige 7] weer (op regelmatige basis) contact willen hebben met de (stief)moeder, die zij al jarenlang kennen als moederfiguur in hun leven, en zo ja, hoe dit kan worden georganiseerd. Ook is het noodzakelijk dat er contact is tussen alle kinderen onderling.
4.14.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank na te noemen voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen.
4.15.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
stelt vast dat er niets meer te beslissen valt ten aanzien van het verzoek met zaaknummer
C/09/691054 / JE RK 25-1543;
5.2.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 6] , [minderjarige 4] , [minderjarige 7] , [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] van 4 december 2025 tot 4 juni 2026;
5.3.
bepaalt als voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken:
- vanaf 1 december 2025:
Maandag:
De (stief)moeder brengt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar de opvang.
15:00 uur. De (stief)vader haalt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op bij de opvang.
19:30 uur. De pedagogisch medewerker haalt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op bij de (stief)vader en brengt hen terug naar de (stief)moeder.
- vanaf 15 december 2025 wordt de regeling
uitgebreidmet:
Woensdag:
De (stief)moeder brengt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar de opvang.
15:00 uur. De (stief)vader haalt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op bij de opvang.
19:30 uur. De pedagogisch medewerker haalt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op bij de (stief)vader en brengt hen terug naar de (stief)moeder.
- vanaf 29 december 2025 wordt de regeling
uitgebreidmet:
Vrijdag:
De (stief)moeder brengt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar de opvang.
15:00 uur. De (stief)vader haalt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op bij de opvang. De kinderen blijven bij de (stief)vader overnachten.
Zaterdag:
18:30 uur. De pedagogisch medewerker haalt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op bij de (stief)vader en brengt hen terug naar de (stief)moeder;
5.4.
bepaalt dat de regie over de (wijziging dan wel uitbreiding van de) zorgregeling van alle kinderen bij de gecertificeerde instelling ligt;
5.5.
verklaart de beslissingen onder 5.2., 5.3., 5.4. uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
houdt de behandeling van de verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor het overige aan
tot een nader te bepalen zitting, gelegen vóór 4 juni 2026;
5.7.
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
- de gecertificeerde instelling;
- de (stief)moeder met haar advocaat;
- de (stief)vader met zijn advocaat;
- [minderjarige 6] , [minderjarige 4] , [minderjarige 7] en [minderjarige 5] , voor een kindgesprek,
5.8.
verzoekt de gecertificeerde instelling
uiterlijk twee weken voorafgaandaan voornoemde zitting een
schriftelijke updatezoals hierboven genoemd aan de rechtbank en de belanghebbenden te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025 door
mr. J.E. Bierling, mr. drs. W.G. de Boer en mr. M. de Kleine, rechtbank, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 7 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.