Op 25 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in de zaak van Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarigen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de moeder van de kinderen, die belast is met het ouderlijk gezag, niet in staat is om aan de behoeften van de kinderen te voldoen. De kinderen verblijven momenteel bij hun grootouders, die als pleegouders fungeren. De kinderrechter heeft de procedure op basis van een verzoekschrift van de gecertificeerde instelling beoordeeld, waarbij de moeder niet aanwezig was. De kinderen hebben aangegeven bij hun grootouders te willen blijven wonen. De kinderrechter heeft geoordeeld dat de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de kinderen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn verlengd tot 4 december 2026, met de opdracht aan de gecertificeerde instelling om een opvoedvisie op te stellen.