Op 25 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2008, in het kader van jeugdbescherming. De zaak betreft de Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland, die als gecertificeerde instelling optreedt. De ouders van de minderjarige, die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen, hebben hun zorgen geuit over de ontwikkeling van hun kind, dat momenteel in een jeugdhulpaccommodatie verblijft. De kinderrechter heeft de procedure opgestart na een verzoekschrift dat op 17 oktober 2025 is ingediend. Tijdens de zitting op 25 november 2025 waren de ouders en vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling aanwezig. De minderjarige heeft geen mening gegeven over de situatie.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de zorgen over de minderjarige nog steeds aanwezig zijn. Ondanks de liefdevolle zorg van de ouders, blijkt het voor hen moeilijk om de juiste begeleiding te bieden. De minderjarige vertoont zelfbepalend gedrag en heeft moeite met het aangaan van hulpverlening. De kinderrechter heeft geconcludeerd dat het noodzakelijk is om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot de meerderjarigheid van de minderjarige, met als doel de ontwikkeling en opvoeding te waarborgen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct van kracht is, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De ouders en andere belanghebbenden hebben het recht om binnen drie maanden na de uitspraak in hoger beroep te gaan.