ECLI:NL:RBDHA:2025:25277

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
26 december 2025
Zaaknummer
C/09/693221 / JE RK 25-1780
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van een minderjarige in het kader van jeugdbescherming

Op 25 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2018. De zaak betreft de Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland, die als gecertificeerde instelling optreedt. De kinderrechter heeft het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, dat op 17 oktober 2025 is ingediend, beoordeeld tijdens een zitting met gesloten deuren. De ouders van de minderjarige zijn niet verschenen, maar zijn wel opgeroepen. De minderjarige is erkend door de vader, terwijl de moeder het ouderlijk gezag heeft. De kinderrechter heeft eerder al een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing verleend, die door het gerechtshof Den Haag zijn vernietigd, waardoor de minderjarige weer bij de ouders woont. De kinderrechter concludeert dat de minderjarige nog steeds in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en dat de ouders, die met verschillende persoonlijke problemen kampen, ondersteuning nodig hebben. De kinderrechter heeft daarom besloten de ondertoezichtstelling met een jaar te verlengen en deze uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zodat de hulpverlening kan doorgaan en de stabiliteit voor de minderjarige gewaarborgd blijft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/693221 / JE RK 25-1780
Datum uitspraak: 25 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van:
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 oktober 2025, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
[de minderjarige] is erkend door de vader.
2.2.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.3.
[de minderjarige] woont bij zijn ouders.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 december 2024 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 6 december 2025.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 december 2024 de machtiging verlengd [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 6 december 2025.
2.6.
Het gerechtshof Den Haag heeft bij beschikking van 15 januari 2025 de beschikking van de rechtbank van 3 december 2024 vernietigd en de gecertificeerde instelling toestemming verleend voor wijziging in het verblijf van [de minderjarige] naar zijn ouders.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
4.2.
[de minderjarige] wordt nog ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat [de minderjarige] , toen hij zeven maanden oud was, is uithuisgeplaatst en tot augustus 2025 bij zijn pleegouders heeft gewoond. Sinds augustus 2025 woont [de minderjarige] weer bij de ouders thuis, na voornoemde beschikking van 15 januari 2025 van het gerechtshof Den Haag. Hoewel de overgang van het pleeggezin naar de ouders goed is verlopen, vertoont [de minderjarige] signalen dat hij moeite heeft om te wennen aan de nieuwe situatie. Zo laat [de minderjarige] op momenten weerstand zien tegen de contactregeling met de pleegouders, door wie hij langdurig is opgevoed.
4.3.
Verder is gebleken dat het ook voor de ouders nog zoeken is naar een nieuwe balans in de thuissituatie. De ouders hebben de zorg over vijf kinderen van verschillende leeftijden met uiteenlopende individuele behoeften. Daar komt bij dat beide ouders te maken hebben met persoonlijke problematiek, wat een extra uitdaging vormt. Blijkens de stukken kampt(e) de moeder onder meer met PTSS, borderline, ADHD, blowen en emotieregulatie en financiële problematiek. De afgelopen periode kampt de moeder vooral met lichamelijke klachten, waarvan de oorzaak onbekend is. Hierdoor is zij onvoldoende beschikbaar om de zorg voor de kinderen volledig op zich te nemen. Dit legt een zwaardere last bij de vader. Blijkens de stukken kampt(e) de vader onder meer met een antisociale persoonlijkheidsstoornis, AHDH, emotieregulatie, blowen en financiële problematiek. De vader is thans herstellende van een frozen schoulder en is momenteel thuis. De gecertificeerde instelling heeft ter zitting aangegeven dat er een stijgende lijn te zien is in het gezin en dat de ouders in de afgelopen periode positieve stappen hebben gezet. Het is van belang dat de ouders dit vasthouden en voort zullen zetten.
4.4.
Alles overwegende, is de kinderrechter van oordeel dat de jeugdbeschermer nog betrokken moet blijven. De reeds ingezette hulpverleningstrajecten, waaronder PEP Junior voor [de minderjarige] , Tien voor Toekomst voor de ouders en de Haardstee voor de moeder, moeten worden voortgezet om het gezin te ondersteunen en de ouders te versterken in hun rol, zodat zij een stabiele en veilige omgeving aan de kinderen kunnen blijven bieden. Daarnaast is het van belang dat er een vinger aan de pols wordt gehouden om de signalen bij [de minderjarige] te blijven monitoren, zodat tijdig gehandeld kan worden indien dat nodig is. De kinderrechter wenst dat er meer rust komt voor [de minderjarige] , dat hij zijn plek bij de ouders thuis gaat vinden en dat de pleegouders ook een plek kunnen blijven behouden, daar zij een belangrijke rol in zijn leven hebben gespeeld.
4.5.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar.
4.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 6 december 2026;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025 door mr.drs. W.G. de Boer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Veiga als griffier, en op schrift gesteld op 5 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.