ECLI:NL:RBDHA:2025:25278

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
26 december 2025
Zaaknummer
C/09/693313 / JE RK 25-1790
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van een minderjarige met complexe opvoedbehoeften

Op 25 november 2025 heeft de kinderrechter in de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2013. De zaak betreft de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, die als gecertificeerde instelling optreedt. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige, die bij zijn moeder woont, ernstige bedreigingen in zijn ontwikkeling ondervindt, waaronder een lichtverstandelijke beperking en gedragsproblematiek. De vader van de minderjarige is niet verschenen op de zitting, maar is wel opgeroepen. De moeder heeft geen verweer gevoerd tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter heeft geconcludeerd dat de minderjarige nog steeds behoefte heeft aan ondersteuning en dat de jeugdbeschermer betrokken moet blijven. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling verlengd tot 2 december 2026 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/693313 / JE RK 25-1790
Datum uitspraak: 25 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van:
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 oktober 2025, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven. [minderjarige] heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

2.De feiten

2.1.
Blijkens de basisregistratie personen (BRP) is het huwelijk van de vader en de moeder in juni 2020 door echtscheiding ontbonden.
2.2.
De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.3.
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 november 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 2 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De moeder heeft geen uitdrukkelijk verweer gevoerd tegen het verzochte.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
5.2.
Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat [minderjarige] nog ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] heeft een specifieke opvoedbehoefte en kampt met kind-eigen problematiek, waaronder een lichtverstandelijke beperking en mogelijk ook gedragsproblematiek (waarschijnlijk ASS-problematiek). Daarnaast zijn er zorgen over de cognitieve ontwikkeling van [minderjarige] , omdat hij nog geen structurele dagbesteding en onderwijs volgt. [minderjarige] gaat op dit moment vijf dagdelen per week naar de dagbesteding van [instelling 1] , waar hem onderwijs wordt geboden. Hier wordt echter gezien dat [minderjarige] niet op zijn plek zit en stagneert in zijn ontwikkeling. Daarbij heeft [instelling 1] aangegeven dat zij [minderjarige] niet kunnen bieden wat hij nodig heeft. Omdat [minderjarige] tot de kerstvakantie bij [instelling 1] kan blijven, is de gecertificeerde instelling op zoek gegaan naar een passende plek, waar hij onderwijs en dagbesteding kan volgen. Ter zitting is gebleken dat er een passende plek is gevonden bij [instelling 2] , waar inmiddels een intake heeft plaatsgevonden. Hier zou hij gelijk terechtkunnen, indien [instelling 2] akkoord gaat. Voorts is gebleken dat in de afgelopen periode nog geen psychodiagnostisch onderzoek heeft plaatsgevonden bij [minderjarige] , waardoor het nog onduidelijk is wat hij nodig heeft. De gecertificeerde instelling heeft aangegeven dat er momenteel zicht is op de start van het onderzoek dat zal plaatsvinden bij [instelling 3] waar, indien nodig, aansluitend behandeling en therapie geboden kan worden aan [minderjarige] .
5.3.
[minderjarige] heeft sinds december 2024 geen fysiek contact meer met de vader, omdat [minderjarige] hier niet voor openstaat vanwege de ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden. Hierdoor ligt de volledige zorg en opvoeding van [minderjarige] bij de moeder. [minderjarige] heeft een verzwaarde opvoed- en begeleidingsvraag. Hoewel de moeder opvoedondersteuning en ouderbegeleiding krijgt van Ambulante Jeugdhulp, is zij overbelast en wordt zij soms overvraagd in de opvoeding. [minderjarige] logeert daarom om het weekend bij Ambulante Jeugdhulp, maar dit lijkt onvoldoende ontlasting te zijn voor de moeder. Hierdoor is de moeder op dit moment niet in staat om bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige] weg te nemen. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de jeugdbeschermer nog betrokken moet blijven. Het is van belang dat in de komende periode het diagnostisch onderzoek bij [minderjarige] zal plaatsvinden, zodat duidelijk wordt welke passende hulpverlening [minderjarige] nodig heeft en hoe hij weer tot ontwikkeling en leren komt. Daarnaast is het van belang dat [minderjarige] naar een passende plek kan gaan, waar hij dagbesteding en onderwijs krijgt. Ook is het van belang dat oog wordt gehouden voor het contact met de vader, waarbij wordt gekeken of er bij [minderjarige] ruimte is om het contact weer op te starten en wat fijn en veilig voelt voor hem. [minderjarige] heeft op dit moment wel belcontact met de vader, waarvan de moeder aangeeft zorgen over te hebben. Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling aangegeven dit te zullen terugkoppelen aan de vaste jeugdbeschermer, zodat hier meer zicht op komt en dit meer sturing kan krijgen.
5.4.
De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 2 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025 door mr.drs. W.G. de Boer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Veiga als griffier, en op schrift gesteld op 5 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.