De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2013. De minderjarige kampt met een lichtverstandelijke beperking en vermoedelijke ASS-problematiek, en volgt momenteel onderwijs en dagbesteding bij een instelling waar hij niet goed op zijn plek zit. Er is een passende nieuwe plek gevonden waar hij direct terecht kan, mits goedkeuring.
De vader heeft sinds december 2024 geen fysiek contact meer met de minderjarige vanwege ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden, waardoor de moeder de volledige zorg draagt. De moeder ontvangt opvoedondersteuning maar is overbelast en onvoldoende in staat de bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. De minderjarige logeert om het weekend bij ambulante jeugdhulp, wat onvoldoende ontlasting biedt.
De kinderrechter acht het noodzakelijk dat de jeugdbeschermer betrokken blijft en dat het psychodiagnostisch onderzoek wordt gestart om passende hulpverlening te bepalen. Ook wordt het contact met de vader gemonitord. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd voor de duur van een jaar en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.