ECLI:NL:RBDHA:2025:25286

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
27 december 2025
Zaaknummer
C/09/694490 / FA RK 25-8552
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van een zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 26 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende de toewijzing van een zorgmachtiging op basis van artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De zaak betreft een verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging voor een betrokkene, geboren in 1964, die momenteel verblijft in een accommodatie. De betrokkene heeft een geschiedenis van psychische stoornissen, waaronder een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de betrokkene aangegeven geen zorgmachtiging te wensen en zijn vrijheid te willen behouden. De psychiater heeft echter verklaard dat de betrokkene lijdt aan een psychose en dat zijn situatie ernstig is, met risico's voor zijn gezondheid en veiligheid. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn en dat de betrokkene alle aangeboden hulpverlening afwijst. Gezien de ernst van de situatie en het gedrag van de betrokkene, heeft de rechtbank besloten om de zorgmachtiging te verlenen, met als doel het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van de betrokkene te stabiliseren. De machtiging geldt tot en met 26 mei 2026.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/694490 / FA RK 25-8552
Datum beschikking: 26 november 2025

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] , te [plaats] ,
advocaat: mr. J.I. Echteld te Gouda.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 12 november 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 11 november 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 31 oktober 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 11 november 2025;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 november 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door mr. M. Laning, waarnemend voor zijn advocaat, en een telefonische tolk Engels;
- de arts, de heer [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door betrokkene is naar voren gebracht dat hij geen zorgmachtiging wenst. Hij geeft aan zijn vrijheid te willen behouden en zijn leven zelfstandig voort te willen zetten. De advocaat pleit namens betrokkene voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene erkent niet dat hij ziek is en wenst geen zorg van de GGZ of de gemeente.
De psychiater heeft aangegeven dat de betrokkene is opgenomen wegens een psychose. Betrokkene vertoont paranoïde wanen en is achterdochtig tegenover behandelaars. Hij neemt zijn medicatie wel in, maar verzet zich daarbij. Betrokkene ontvangt depotmedicatie omdat verwacht wordt dat hij in de ambulante setting de medicatie niet vrijwillig zal innemen. Het plan is dat betrokkene aanstaande vrijdag naar huis gaat. Op dit moment vertoont hij paranoïde wanen, maar dankzij de depotmedicatie acht de ambulante behandelaar de situatie beheersbaar.

Beoordeling

Op 23 oktober 2025 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 13 november 2025.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Vanwege het gedrag van betrokkene en de overlastmeldingen, voorafgaand aan de opname, dreigt betrokkene zijn huurwoning te verliezen en dakloos te raken. Hij heeft grote hoeveelheden spullen opgestapeld in en rond zijn woning, waardoor brandgevaar dreigt en heeft daarnaast openbare ruimte bezet. Bij confrontatie over zijn gedrag reageert betrokkene agressief. Betrokkene weigert behandeling voor zijn psychiatrische aandoening. Gebleken is dat betrokkene tijdens psychotische ontregelingen controleafspraken bij de HIV-poli niet nakomt en hij uiteindelijk zowel zijn depotmedicatie als zijn HIV-medicatie staakt. Door de afwijzing van alle hulpverlening is er geen zicht op het toestandsbeeld van betrokkene na ontslag, waardoor zijn gezondheid snel ernstig kan verslechteren.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene wenst geen betrokkenheid van de GGZ en de gemeente. Daarbij wijst hij alle aangeboden hulpverlening af. Tijdens psychotische ontregelingen verschijnt betrokkene niet op afspraken bij de HIV-poli en staakt hij de inname van zijn medicatie. Betrokkene erkent zijn psychiatrische stoornis niet en is uitsluitend bereid de HIV-behandeling te accepteren en niet zijn depot. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 mei 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 november 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.