ECLI:NL:RBDHA:2025:25287

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
27 december 2025
Zaaknummer
C/09/658493 / FA RK 23-9193
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontzegging omgangsrecht vader met minderjarige kinderen wegens niet-nakoming omgangsafspraken

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de moeder tot omgangsregeling met betrekking tot de minderjarige kinderen. Eerder was de beslissing over omgang aangehouden om de vader de gelegenheid te geven aan zijn behandeling te werken en hierover informatie te verschaffen.

De vader heeft geen inhoudelijke reactie gegeven op het verzoek en is niet verschenen op de zitting. De moeder heeft verklaard dat er geen contact is tussen de vader en de kinderen en dat de vader drie keer niet is verschenen bij voorgestelde omgangsmomenten, wat tot verdriet en teleurstelling bij de kinderen heeft geleid.

Gezien het ontbreken van contact en het niet nakomen van omgangsafspraken, oordeelt de rechtbank dat de vader kennelijk ongeschikt of niet in staat is tot omgang met de kinderen. Daarom wordt het omgangsrecht van de vader ontzegd voor de duur van één jaar op grond van artikel 1:377a, derde lid, sub b BW.

De beschikking is uitgesproken op 26 november 2025 door kinderrechter C. Witteman en griffier F.M. Wijvekate. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank ontzegt de vader het omgangsrecht met zijn minderjarige kinderen voor de duur van één jaar wegens het niet nakomen van omgangsafspraken.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 23-9193
Zaaknummer: C/09/658493
Datum beschikking: 26 november 2025

Omgang

Beschikking op het op 8 december 2023 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. Devkinandan te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

Bij beschikking van 15 januari 2025 van deze rechtbank is iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgang aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het bericht van 22 juli 2025 van de zijde van de vader;
- het F9-formulier van 24 oktober 2025 van de zijde van de moeder.
De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek. Hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
Op 29 oktober 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de zitting.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat bij de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen en beslist.
In de beschikking van 15 januari 2025 is iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgang aangehouden, zodat de vader in deze periode de ruimte krijgt om verder te werken aan zijn behandeling en hierover aan de moeder informatie te verschaffen.
De vader heeft de gelegenheid gehad om zich uit te laten over de huidige stand van zaken, maar heeft hierover niets (inhoudelijks) van zichzelf laten horen. Het is de rechtbank dan ook onbekend of de vader, zoals in de vorige beschikking opgelegd, aan zichzelf heeft gewerkt en hoe het op dit moment met hem gaat.
Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat er zowel tussen de ouders onderling als tussen de vader en de kinderen geen contact is. De moeder stelt dat zij na de vorige zitting drie keer heeft geprobeerd een omgangsmoment tussen de vader en de kinderen te faciliteren, maar dat de vader telkens niet is verschenen. De kinderen waren hier erg verdrietig en teleurgesteld over.
Gezien het feit dat de vader niet is verschenen op de zitting en hij de door de moeder voorgestelde omgangsmomenten niet heeft nagekomen, is de rechtbank van oordeel dat de vader kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat is tot omgang met de kinderen. Daarom zal de rechtbank de vader de omgang met de kinderen ontzeggen op grond van artikel 1:377a, derde lid, sub b BW.

Beslissing

De rechtbank – met aanvulling in zoverre van de beschikking van 15 januari 2025 van deze rechtbank – :
*
ontzegt de vader, [de vader] , het recht op omgang met de volgende minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] ,
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] ,
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] ,
voor de duur van één jaar;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2025.