ECLI:NL:RBDHA:2025:25301

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
27 december 2025
Zaaknummer
C/09/694914 / FA RK 25-8773
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt met Lewy Body dementie

Op 26 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven inzake de voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt, geboren in 1949, die lijdt aan Lewy Body dementie. Het verzoek tot machtiging werd ingediend door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) op 21 november 2025, naar aanleiding van een eerdere beschikking van de burgemeester en een medische verklaring van een arts. Tijdens de mondelinge behandeling werd duidelijk dat de cliënt zich verzet tegen opname en dat er ernstige zorgen zijn over zijn gedrag, waaronder agressie en het niet willen accepteren van zorg. De arts verklaarde dat de cliënt 24-uurszorg nodig heeft, gezien zijn toestand en de weigering van zorg in de thuissituatie. De echtgenoot van de cliënt bevestigde de problemen in de thuissituatie, waaronder incidenten van onveiligheid. De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, wat de voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk maakt. De machtiging is verleend voor de duur van zes weken, tot en met 7 januari 2026. De beschikking is gegeven door rechter S.J. Hoekstra-van Vliet, bijgestaan door griffier L. Batenburg, en is openbaar uitgesproken op dezelfde dag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/694914 / FA RK 25-8773
Datum beschikking: 26 november 2025

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikkingnaar aanleiding van het op 21 november 2025 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt] ,
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1949 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] , te [plaats 1] ,
advocaat: mr. P.J.H. Vinke te Hoofddorp.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 21 november 2025.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente [plaats 2] van 20 november 2025;
- de op 20 november 2025 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 11 november 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 november 2025. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door mr. A. Alam-Khan, waarnemend voor de advocaat;
- de arts, mevrouw [naam 2] ;
- de echtgenoot van cliënt.

Standpunten ter zitting

Door en namens cliënt is ter zitting verzocht om afwijzing van het verzoek. Cliënt heeft aangegeven dat hij had afgesproken om een halve dag mee te lopen bij de dagbesteding. Hij zou een verplichte opname erg jammer vinden en benadrukt dat hij nooit met de rechterlijke macht te maken heeft gehad. Verder heeft cliënt kenbaar gemaakt dat hij hier niet wil zijn.
De arts heeft ter zitting verklaard dat er sprake is van dementie, waarschijnlijk Lewy Body dementie, met duidelijke achteruitgang. Er zijn hallucinaties geconstateerd, waarvoor medicatie is ingezet. Deze medicatie heeft goed effect op de hallucinaties, maar niet op het verzet dat cliënt vertoont. Daarnaast is er sprake van weigering van eten, drinken en zorg in de thuissituatie. Cliënt vertoont nachtelijke onrust en dwaalt rond; hij is ’s nachts niet aan te sturen. Er is tevens sprake van agressie. In de thuissituatie heeft cliënt zijn echtgenote vastgepakt. De casemanager heeft geprobeerd dagbesteding in te zetten, maar dit is niet gelukt. Bij opname was cliënt zeer agressief richting het ambulanceteam, dat hem alleen met midazolam kon kalmeren. De agressie lijkt deels situatiegebonden; cliënt dacht dat hij werd opgepakt. De afgelopen dagen is cliënt sterk gefocust op de zitting en geeft steeds aan dat hij na afloop naar huis wil. De arts schetst een beeld van gevorderde dementie met volledig gebrek aan ziekte-inzicht. Cliënt kan niet reflecteren op gebeurtenissen, noch in de thuissituatie, noch in de opname. Volgens de arts is opname noodzakelijk, gelet op de weigering van zorg thuis en de escalaties met zijn echtgenote. Dagbesteding biedt hiervoor geen oplossing; deze dekt slechts een deel van de dag en biedt geen begeleiding tijdens de nacht, waar juist de meeste problemen ontstaan. Bovendien heeft cliënt hulp nodig bij wassen en aankleden. Op de afdeling functioneert hij redelijk goed vanwege de gestructureerde omgeving. De arts benadrukt dat cliënt 24-uurszorg nodig heeft en dat dagbesteding het verschil niet zal maken.
De echtgenoot heeft ter zitting toegelicht dat er in de thuissituatie geen thuiszorg was. Zij werd ondersteund door de casemanager. De afgelopen tijd zijn er ’s nachts meerdere incidenten ontstaan. Zij werd regelmatig wakker en trof cliënt dan aan nadat hij op verschillende plekken in huis had geplast. Het lukte hem niet om zijn incontinentiemateriaal goed te gebruiken. Pogingen van echtgenote om hem dit aan te leren of hem daarbij te begeleiden leidden tot weerstand. Volgens de echtgenote zou dagbesteding wel een nuttige afwisseling kunnen zijn.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten lewy body dementie, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Cliënt valt de laatste weken regelmatig en dwaalt s ’nachts, met pogingen om het huis te verlaten. De echtgenote moet hem dan tegenhouden. Daarnaast is cliënt de laatste weken vrijwel de hele dag boos op zijn echtgenote. De echtgenote voelt zich daarbij onveilig, omdat cliënt haar stevig vastpakt en zij niet weet waartoe hij in staat is. Bij het hem tegenhouden om naar buiten te gaan ontstond een worsteling tussen hen. Verder plast cliënt frequent en op verschillende plekken in de woning en laat hij zich niet helpen.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Dagbesteding biedt onvoldoende soelaas. Er is 24-uurs zorg nodig.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Cliënt heeft meermaals aangegeven dat hij naar huis wil.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes weken.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van:
[cliënt] ,
geboren op [geboortedatum] 1949 te [geboorteplaats] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 januari 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 november 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.