ECLI:NL:RBDHA:2025:25338

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
28 december 2025
Zaaknummer
C/09/690413 / FA RK 25-6320
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor verhuizing en zorgregeling bij ouders in een complexe situatie met minderjarige kinderen

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 27 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een vader en een moeder over de hoofdverblijfplaats van hun drie minderjarige kinderen en de zorgregeling. De vader verzocht om de kinderen bij hem te laten verblijven in het weekend en tijdens schoolvakanties, terwijl de moeder verzocht om vervangende toestemming voor verhuizing naar een geheime locatie. De rechtbank heeft vastgesteld dat de kinderen momenteel bij de moeder verblijven, die in een vrouwenopvang woont. De moeder heeft een urgentieverklaring gekregen voor een eigen woning, maar de vader heeft geen toestemming gegeven voor de verhuizing. De rechtbank heeft de belangen van de kinderen afgewogen en geconcludeerd dat het in hun belang is om stabiliteit te bieden door de huidige situatie niet te veranderen. De rechtbank heeft het verzoek van de vader tot terugverhuizing afgewezen en het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor de verhuizing toegewezen. Tevens is de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder vastgesteld. De rechtbank heeft ook een zorg-/omgangsregeling vastgesteld, waarbij de kinderen op termijn contact met de vader zullen hebben, onder begeleiding van een bekende van de ouders. De rechtbank heeft de verzoeken over het gezag aangehouden en de partijen verzocht om de rechtbank te informeren over de voortgang van de zorgregeling en hulpverlening.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-6320, FA RK 256375 (voorlopige voorziening)
Zaaknummer: C/09/690413 (bodem), C/09/690517 (voorlopige voorziening)
Datum beschikking: 27 november 2025

Gezag, hoofdverblijfplaats, zorg-/omgangsregeling, gezagsuitoefening

Beschikking op het op 21 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.C.N. Cats te [plaats] .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Lust te Heerhugowaard.

Procedure

De rechtbank heeft in beide procedures kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
  • het F9-bericht van de moeder van 21 oktober 2025, met bijlagen;
  • het F9-bericht van de vader van 28 oktober 2025, met bijlage.
Op 30 oktober 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vader strekt ertoe:
in de bodemprocedure:
  • primairte bepalen dat de moeder met de kinderen binnen een afzienbare termijn terug verhuist naar [plaats] ;
  • subsidiairte bepalen dat de kinderen de hoofdverblijfplaats bij de vader zullen hebben;
  • te bepalen dat de vader mede wordt belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] ;
  • een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat de kinderen tenminste één
weekend per maand van vrijdag 18.00 uur tot zondag 16.00 uur bij hem verblijven, alsmede alle schoolvakanties en feestdagen, met uitzondering van de zomervakantie. In de zomervakantie zullen de kinderen week om week bij de vader verblijven en in de kerstvakantie zullen de kinderen het ene jaar de eerste week bij de vader verblijven en het andere jaar de tweede week. Daarnaast zal de vader drie à vier keer per week met de kinderen videobellen;
in de voorlopige voorzieningen:
  • primair:te bepalen dat de kinderen aan de vader wordt toevertrouwd;
  • subsidiair:een voorlopige zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat de kinderen
tenminste één weekend per maand van vrijdag 18.00 uur tot zondag 16.00 uur bij de vader zullen verblijven, alsmede de herfstvakantie, de helft van de kerstvakantie, de voorjaarsvakantie, de meivakantie en de helft van de zomervakantie (week om week), met dien verstande dat de moeder voor het halen en brengen van de kinderen zorgt;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt:
in de bodemprocedure:
- te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder zal wordt
vastgesteld;
- te bepalen dat er één keer per week op donderdag een videobelmoment plaatsvindt
tussen de vader en de kinderen;
- te bepalen dat de moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 2] en
[minderjarige 3] ;
- de moeder vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader
vervangt, om met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verhuizen naar een geheime plaats, bij de rechtbank bekend, dan wel binnen een straal van 15 kilometer van deze plaats;
  • de moeder vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, om met de kinderen te verhuizen naar een geheim adres, dan wel binnen een straal van 15 kilometer van deze plaats;
  • de moeder vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader
vervangt, om [minderjarige 2] in te schrijven op het speciaal basisonderwijs en [minderjarige 3] op de kinderopvang, in een geheime plaats, bij de rechtbank bekend, dan wel binnen een straal van 15 kilometer van deze plaats;
- de moeder vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader
vervangt voor het diagnostisch onderzoek van [minderjarige 2] .
in de voorlopige voorzieningen:
  • te bepalen dat de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd;
  • te bepalen dat er één keer per week op donderdag een videobelmoment plaatsvindt tussen de vader en de kinderen.
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats 2] ;
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2024 te [geboorteplaats 3] ;
- De kinderen verblijven bij de moeder.

Beoordeling

Voorlopige voorzieningen (C/09/690157)
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige- voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van het eerste lid van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. De rechtbank heeft de bodemprocedure tegelijk behandeld met het verzoek om voorlopige voorzieningen. Omdat in de bodemprocedure beslissingen zullen worden genomen, heeft de vader geen belang meer bij het vaststellen van voorlopige voorzieningen. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen.
Bodemprocedure (C/09690413)
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de voorliggende verzoeken.
Verhuizing en hoofdverblijfplaats kinderen
Voor de beoordeling van de verzoeken ter zake van de verhuizing en het hoofdverblijf van de kinderen is relevant over wie van de kinderen partijen al dan niet het gezamenlijk gezag hebben. De rechtbank zal dat daarom eerst vaststellen.
Op grond van artikel 16 lid 1 van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, Trb. 1997, 299 (HKBV 1996) wordt de vraag wie belast is het met ouderlijk gezag over kinderen, beoordeeld aan de hand van het recht van het land van de gewone verblijfplaats van de kinderen. De rechtbank is van oordeel dat een redelijke uitleg van artikel 16 met zich brengt dat gekeken moet worden naar het recht van de verblijfplaats van de kinderen ten tijde van het ontstaan van het gezag, bij/na de geboorte. Dat betekent dat partijen gezamenlijk zijn belast met het gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Zij zijn immers geboren in Nederland op het moment dat de ouders ook hier in Nederland woonden. Daarom is Nederlands recht van toepassing. De vader heeft hen in 2024 erkend, waardoor de vader naar Nederlands recht van rechtswege samen met de moeder met het gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 3] belast ie geraakt.
[minderjarige 1] is geboren in Turkije toen de ouders nog in Turkije woonden. Wie bij de geboorte van [minderjarige 1] met het gezag belast is geraakt moet daarom worden beoordeeld naar Turks recht. Volgens het Turkse recht komt het gezag (alleen) toe aan de moeder, wanneer de ouders ongehuwd zijn. De moeder is dus alleen met het gezag over [minderjarige 1] belast. Daarin is geen verandering gekomen toen [minderjarige 1] met zijn ouders naar Nederland verhuisde.
De vader heeft verzocht om de kinderen terug te laten verhuizen naar [plaats] . De moeder wil met de kinderen blijven wonen in de omgeving van de (geheime) locatie waar zij nu verblijft en verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming voor de verhuizing die heeft plaatsgevonden.
Nu de vader gezag mede het gezag heeft over [minderjarige 2] [minderjarige 3] en geen toestemming verleent voor een verhuizing van de kinderen naar [plaats] , dient de rechtbank, gelet op artikel 1:253a BW, een zodanige beslissing te nemen als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. Uit vaste jurisprudentie (zie onder meer de uitspraak van de Hoge Raad van 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5901) volgt dat hieruit niet mag worden afgeleid dat het belang van het kind bij geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening altijd zwaarder weegt dan andere belangen. Bij de beoordeling dient de rechtbank alle omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen en tegen elkaar af te wegen. Hoewel het belang van het kind een overweging van de eerste orde dient te zijn, neemt dat niet weg dat, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen wegen.
De rechtbank zal daarom de gestelde belangen afwegen in het licht van de noodzaak om te verhuizen, alsmede het contact tussen de vader en de kinderen en de geboden alternatieven.
Daarbij weegt de rechtbank mee dat De moeder in februari 2025 met de kinderen is vertrokken naar een vrouwenopvang in de omgeving [plaats] . In april 2025 is de moeder vervolgens op advies van de opvang en de betrokken hulpverlening vertrokken naar opvanglocatie op een geheime plek in Nederland. Hier woont de moeder inmiddels al enige tijd, zij heeft een urgentieverklaring gekregen en heeft daarmee zicht op een eigen woning in deze omgeving.
De rechtbank kan vanwege de uiteenlopende stellingen van de ouders niet vaststellen dat uit veiligheidsoverwegingen een noodzaak bestond voor de verhuizing vanuit [plaats] naar een andere plek. Vast staat wel dat de vrouw bij de man weg wilde en geen reëel ander alternatief had dan zich tot de opvang in [plaats] te wenden. De overplaatsing naar de huidige locatie heeft vervolgens plaatsgevonden op initiatief van de opvang en politie. Inmiddels verblijven de kinderen al een tijd op de nieuwe plek. Zij gaan hier intussen ook naar school, waarbij voor [minderjarige 2] een passende plek is gevonden in het speciaal onderwijs en voor de kinderen hulpverlening is ingezet. De kinderen hebben al veel verhuizingen meegemaakt. De rechtbank vindt het belangrijk voor de kinderen dat er stabiliteit komt en acht het daarom niet in hun belang om nu opnieuw (terug) te verhuizen. Daarbij weegt de rechtbank mee dat de verhuizing het contact tussen de vader en de kinderen weliswaar bemoeilijkt, maar de grootste e belemmering lijkt gelegen in de geheime verblijfslocatie van de moeder. De rechtbank verwacht evenwel dat haar nieuwe woonplaats op termijn bekend zal worden. De moeder heeft op de zitting bovendien aangegeven dat zij bereid is om een aanzienlijk deel van de reisbewegingen voor haar rekening te nemen. In die zin wordt de vader gecompenseerd. Alles afwegende zal de rechtbank het verzoek van de vader tot terugverhuizing daarom afwijzen en het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor de verhuizing toewijzen.
Nu de kinderen bij de moeder verblijven, zal de rechtbank ook de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder vaststellen.
Gezag
De vader heeft verzocht om hem samen met de moeder met het gezag over [minderjarige 1] te belasten. De moeder verzoekt juist om haar over alle drie de kinderen alleen het gezag te geven. Naar mening van de moeder is de onderlinge relatie door de voorgeschiedenis zodanig aangetast, dat niet kan worden verwacht dat zij samen met de vader beslissingen neemt. Tussen partijen bestaat op dit moment ook geen enkele communicatie en de vader onthoudt zijn toestemming aan beslissingen, zoals bijvoorbeeld de inschrijving voor hulpverlening en een kinderopvang voor [minderjarige 3] .
Uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen over hun kinderen. De ouders moeten echter wel in staat zijn gezamenlijk beslissingen te nemen om goed uitvoering te kunnen geven aan gezamenlijk gezag. De rechtbank ziet dat de ouders daar in de afgelopen periode moeite mee hebben gehad. Gebleken is echter ook dat het onthouden van toestemming door de vader samenhangt met de voor hem onbekende verblijfplaats van de kinderen en zijn wens dat de kinderen terugverhuizen. Nu de rechtbank over het laatstgenoemde onderwerp een beslissing neemt en naar verwachting (op termijn) ook de woonplaats van de moeder en de kinderen bekend zal worden, wil de rechtbank bezien of partijen erop de lange(re) termijn in slagen om samen beslissingen te nemen. De verzoeken over het gezag zullen daarom worden aangehouden, in afwachting van het verdere verloop en de zorg-/omgangsregeling, zoals hierna wordt besproken.
Zorg-/omgangsregeling
Hoewel aanvankelijk in [plaats] contact met de vader plaatsvond via de opvang in [plaats] , is dat in de nieuwe opvanglocatie stil komen te liggen. In afgelopen periode is er alleen via videobellen contact geweest. Met de vader is de rechtbank van oordeel dat het contact tussen hem en de kinderen op korte termijn moet worden hersteld. De moeder heeft aangegeven hiervoor open te staan, mits haar verblijfplaats geheim blijft zolang dat nodig is. Op de zitting hebben partijen afgesproken dat de kinderen één keer per twee weken in het weekend naar de vader zullen gaan en dat het contact voorlopig onder begeleiding zal plaatsvinden. De rechtbank zal een opbouwende regeling vaststellen, waarbij uiteindelijk wordt toegewerkt naar een weekendregeling. Van de vader wordt verwacht dat hij zich strikt aan deze regeling houdt, zodat de kinderen niet teleurgesteld raken. De omgangsmomenten zullen in de komende periode plaatsvinden onder begeleiding van [naam 2] , een gezamenlijke vriendin van de ouders, of een andere bekende van de ouders, waar ze allebei mee kunnen instemmen.
Vanwege de geheime locatie van de vrouw en de begeleiding van het contact door een bekende van de ouders, is het nodig dat de vrouw de eerste periode steeds de reisbewegingen maakt. Daarbij zullen de kinderen:
  • eerst twee keer gedurende twee uur bij/met de vader zijn;
  • vervolgens twee keer gedurende vier uur;
  • en daarna twee keer gedurende zes uur.
De rechtbank zal de zorg-/omgangsregeling voor drie maanden aanhouden, zodat daarna opnieuw kan worden bekeken welke vervolgstappen gezet kunnen worden.
Het staat de ouders vrij om, op het moment dat de verblijfplaats van de moeder bij de vaderbekend is, de omgang plaats te laten vinden op een andere locatie, bijvoorbeeld bij een binnenspeeltuin of de opvanglocatie van de moeder. Ook kan de omgang plaatsvinden zonder aanwezigheid van een derde als de ouders dat niet langer nodig vinden. Zij moeten hier zo nodig samen overleg over voeren en afspraken over maken.
Partijen hebben in dit kader afgesproken dat het onderlinge contact tussen hen voortaan alleen via de e-mail zal plaatsvinden en dat de communicatie alleen over de kinderen gaat. De rechtbank verwacht daarnaast van de moeder dat zij via de opvangorganisatie hulpverlening vraagt om het contact tussen haar en de vader te begeleiden. De rechtbank ontvangt graag een verslag van de vorderingen van deze hulpverlening, zodat dit op een nadere zitting kan worden besproken.
Vervangende toestemming school, kinderopvang en diagnostisch onderzoek
De moeder heeft tot slot verzocht om vervangende toestemming om [minderjarige 3] in te schrijven op de kinderopvang, [minderjarige 2] in te schrijven op het speciaal onderwijs en voor hem diagnostisch onderzoek te laten plaatsvinden. De vader heeft op de zitting ingestemd met het diagnostisch onderzoek voor [minderjarige 2] . Om ervoor te zorgen dat het diagnostisch onderzoek zo snel mogelijk kan starten, zal de rechtbank de vervangende toestemming toch verlenen. Daarbij wordt wel benadrukt dat de vervangende toestemming niet is gelegen in een weigerachtige houding van de vader, maar enkel om verwarring en vertraging te voorkomen.
De vader kan niet instemmen met de inschrijving op de basisschool en de kinderopvang, vanwege zijn wens om de kinderen terug te laten verhuizen naar [plaats] . Omdat de rechtbank over de verhuizing een beslissing heeft genomen en zij het in het belang van de kinderen vindt om in de huidige woonplaats naar school en/of de kinderopvang te kunnen gaan, zal de rechtbank hiervoor de vervangende toestemming tot inschrijving verlenen.
Tot slot is [minderjarige 2] aangemeld voor logopedie en oefentherapie voor zijn psychomotorische ontwikkeling. Hierover ligt geen verzoek voor aan de rechtbank, maar de vader heeft hier op de zitting mee ingestemd. De rechtbank gaat er daarom van uit dat partijen hieraan uitvoering zullen geven.

Beslissing

De rechtbank:
verleent toestemming aan de moeder – welke die van de vader vervangt – om:
  • met [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verhuizen naar de plaats waar de moeder op dit moment in de vrouwenopvang verblijft;
  • [minderjarige 3] in te schrijven op een kinderopvang in de woonplaats van de moeder;
  • [minderjarige 2] in te schrijven op de basisschool voor speciaal onderwijs in de (omgeving
van) de woonplaats van de moeder;
- [minderjarige 2] aan te melden voor diagnostisch onderzoek;
bepaalt de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de moeder;
bepaalt dat tussen de kinderen en de vader een
voorlopigezorg-/omgangsregeling zal gelden, waarbij de kinderen om week bij/met de vader zullen zijn, in aanwezigheid van [naam 2] of een andere door partijen samen aan te wijzen derde:
  • twee keer op zaterdag of zondag gedurende twee uur;
  • twee keer op zaterdag of zondag gedurende vier uur;
  • na vier keer op zaterdag of zondag gedurende zes uur;
waarbij de moeder de kinderen naar [naam 2] brengt en ook weer komt ophalen en waarbij de ouders de zorgregeling in onderling overleg nader kunnen uitbreiden, zonder begeleiding kunnen plaatsvinden en/of op een andere locatie kunnen laten plaatsvinden;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van
het gezag en de (definitieve) zorg-/omgangsregelingaan tot
1 maart 2026 pro forma, en bepaalt dat partijen de rechtbank uiterlijk op die datum informeren over het verloop van de zorgregeling en de hulpverlening, met kopie aan de andere partij;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens , kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 27 november 2025.