ECLI:NL:RBDHA:2025:25341

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
28 december 2025
Zaaknummer
C/09/676654 / FA RK 24-8655
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:401 BWArt. 1:402a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en kinderalimentatie voor minderjarige na scheiding ouders

De rechtbank Den Haag behandelde op 27 november 2025 een verzoek tot wijziging van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie voor de minderjarige [minderjarige 1], geboren in 2018. De ouders oefenden gezamenlijk gezag uit, waarbij de hoofdverblijfplaats bij de moeder was. De vader verzocht om een uitbreiding van de zorgregeling om meer stabiliteit en een evenwichtige verdeling van zorgtaken te realiseren, mede vanwege zorgen over de gezondheid van de moeder.

De moeder wilde de bestaande regeling handhaven, die volgens haar al lange tijd zonder problemen verliep en waarbij de wisselmomenten via school plaatsvonden. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukte het belang van een evenwichtige en onbelaste band met beide ouders.

De rechtbank oordeelde dat een uitbreiding van de zorgregeling in het belang van het kind is en dat dit meer rust en duidelijkheid zal brengen. De nieuwe regeling voorziet in een evenwichtiger verdeling van de zorg, waarbij de overdracht grotendeels via school of opvang plaatsvindt.

Met betrekking tot de kinderalimentatie werd vastgesteld dat de vader vanaf de datum van de beschikking een bedrag van €125 per maand aan de moeder dient te betalen, rekening houdend met een zorgkorting van 35%. De overige kosten, zoals kleding, worden door de ouders zelf gedragen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling en stelt de kinderalimentatie vast op €125 per maand vanaf 27 november 2025.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8655
Zaaknummer: C/09/676654
Datum beschikking: 27 november 2025

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie

Beschikking op het op 29 november 2024 ingekomen verzoekschrift van:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.E. Hoogenraad in [plaats 2].
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.I. Kouwenhoven in Naaldwijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het verweerschrift met zelfstandig verzoek, ingekomen op 28 januari 2025, met bijlagen;
  • het verweerschrift tegen het zelfstandig verzoek, ingekomen op 14 maart 2025, met bijlagen;
  • het bericht van 1 juli 2025 van de vader;
  • het bericht van 14 oktober 2025 van de moeder, met bijlagen;
  • het bericht van 20 oktober 2025 van de vader, met bijlagen;
  • het bericht van 21 oktober 2025 van de moeder, met bijlage;
  • het bericht van 28 oktober 2025 van de moeder, met bijlage.
Op 30 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Feiten

  • De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige 1] (roepnaam: [minderjarige 1]), geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats].
  • De vader heeft [minderjarige 1] erkend.
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] uit.
  • [minderjarige 1] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 19 november 2018 is – voor zover hier relevant – de door de ouders getroffen regeling, zoals neergelegd in de aan de beschikking gehechte berichten van 29 oktober 2018 en 1 november 2018, opgenomen.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 16 juli 2019, hersteld bij beschikking van 6 september 2019 – voor zover hier relevant –:
  • zijn de ouders doorverwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan Ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
  • is bepaald dat [minderjarige 1] bij de vader is:
  • elke maandag, donderdag en zaterdag van 9.00 uur tot 12.00 uur, alsmede;
  • in de oneven jaren van kerstavond 16.30 uur tot Eerste Kerstdag 16.30 uur en in de even jaren van Eerste Kerstdag 16.30 uur tot Tweede Kerstdag 16.30 uur;
  • tot 1 januari 2020 in de oneven weken van vrijdag 16.30 uur tot zaterdag 12.00 uur;
  • vanaf 1 januari 2020 in de even weken van vrijdag 16.30 uur tot zaterdag 12.00 uur;
  • vanaf 1 juni 2020 het eerste weekend van april en van september van vrijdag 16.30 uur tot maandag 12.00 uur,
waarbij de vader [minderjarige 1] haalt en brengt bij de moeder thuis of de crèche, of op een andere locatie in [plaats 1] / [plaats 2] en waarbij de moeder een andere locatie uiterlijk één dag van te voren aan de vader doorgeeft, en waarbij de ouders vakanties en overige verhinderdata uiterlijk vier weken van te voren aan elkaar doorgeven.
- Bij vonnis in kort geding van 12 augustus 2022 – voor zover hier relevant – zijn de door de ouders onderling getroffen afspraken, zoals neergelegd in de (in fotokopie) aan dit vonnis gehechte overeenkomst, opgenomen.
  • Als gevolg van de wettelijke indexering op grond van artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bedraagt de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie met ingang van 1 januari 2025 € 321,- per maand.
  • De vader heeft nog een kind uit een andere relatie: [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats].

Verzoek en verweer

De vader verzoekt naar de rechtbank begrijpt en zoals dat verzoek na wijziging luidt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens:
  • te bepalen dat de reguliere zorgregeling zoals opgenomen in het vonnis van 12 augustus 2022 wordt gewijzigd en zal luiden dat [minderjarige 1] elke maandag en dinsdag bij de vader is. Dat de vader haar op woensdagochtend naar school brengt en de moeder haar ’s middags ophaalt van school. Vervolgens is [minderjarige 1] donderdag en vrijdag bij de moeder. In de ene week blijft [minderjarige 1] tot maandagochtend naar school bij de moeder en in de andere week haalt de vader [minderjarige 1] op vrijdag uit school en blijft zij bij hem tot woensdag naar school;
  • te bepalen dat de kinderalimentatie zoals vastgesteld in de beschikking van 19 november 2018 op nihil zal worden bepaald vanaf het moment dat de gewijzigde zorgregeling van kracht zal zijn;
  • althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank juist acht.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Standpunt vader
De vader wil de huidige zorgregeling uitbreiden. Volgens hem is de huidige regeling onvoldoende om structureel meer stabiliteit in het leven van [minderjarige 1] te brengen. In overleg met het wijkteam, de school en [minderjarige 1] heeft de vader voorgesteld om de regeling te wijzigen conform zijn verzoek. De door de vader voorgestelde regeling zorgt volgens hem voor minder wisselingen en biedt een evenwichtige verdeling van de zorgtaken en een vaste weekstructuur, waardoor het voor [minderjarige 1] duidelijk is. De regeling geeft [minderjarige 1] meer tijd met de vader en haar broer, waardoor de vader een stevigere basis krijgt in haar leven. De vader hecht hier veel belang aan, mede omdat de moeder gendrager is van de ziekte van Huntington en hij in dit kader zorgen heeft over de toekomst.
Standpunt moeder
De moeder wil dat de huidige zorgregeling van kracht blijft, waarbij [minderjarige 1] bij de vader is in de ene week van vrijdag uit school tot maandag naar school en in de andere week van donderdag uit school tot vrijdag naar school. Volgens de moeder loopt deze regeling al lange tijd zonder problemen en is [minderjarige 1] gewend aan deze regeling. Veranderingen in het leven van [minderjarige 1] zijn niet gewenst voor haar. Daarnaast is het volgens de moeder een voordeel dat de wisselmomenten via school verlopen, zodat er geen overdracht tussen de ouders plaats hoeft te vinden. De moeder wil de zorgregeling dus houden zoals deze nu al lange tijd geldt.
Oordeel rechtbank
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. De relatie tussen de ouders is beëindigd voor de geboorte van [minderjarige 1]. Sindsdien zijn er tussen hen verschillende gerechtelijke procedures geweest, is hulpverlening betrokken geweest en hebben zij deelgenomen aan mediation. Ondanks de gedane inspanningen verloopt de communicatie tussen de ouders nog steeds moeizaam en is het onderlinge vertrouwen beperkt. Verder is gebleken dat de ouders al geruime tijd uitvoering geven aan de huidige zorgregeling en dat [minderjarige 1] veel onrust ervaart. [minderjarige 1] bevindt zich in een lastige positie tussen de ouders en lijkt klem te zitten tussen hen. De ouders zijn het erover eens dat er onrust is bij haar. De ouders hebben echter ieder hun eigen visie op de vraag wat er nodig is om meer rust en stabiliteit te creëren in het leven van [minderjarige 1]. De vader meent dat een uitbreiding van de zorgregeling meer rust zal brengen, terwijl de moeder juist vindt dat handhaving van de huidige regeling [minderjarige 1] meer stabiliteit zal bieden.
Op de zitting heeft de Raad benadrukt dat het leven van [minderjarige 1] bestaat uit zowel de opvoedsituatie bij de vader als de opvoedsituatie bij de moeder. Daarbij heeft de Raad aangegeven dat het belangrijk is dat [minderjarige 1] een onbelaste en evenwichtige band heeft met zowel haar vader als haar moeder. De ouders moeten [minderjarige 1] in staat stellen om het fijn te hebben in beide gezinssituaties.
De rechtbank overweegt dat beide ouders een belangrijke rol hebben in leven van [minderjarige 1]. De vader heeft aangegeven een in tijd en zorgtaken uitgebreidere rol te willen en kunnen spelen in haar leven. De rechtbank ziet geen reden waarom dat niet zou kunnen of niet in het belang van [minderjarige 1] zou zijn. De rechtbank acht het juist in belang van [minderjarige 1] dat er in de verdeling van tijd en zorgtaken meer evenwicht is tussen beide ouders, zodat er wat dat betreft meer balans zal zijn in de rol die de ouders spelen in het leven van [minderjarige 1]. De rechtbank heeft de verwachting dat dit zal zorgen voor meer duidelijkheid en daarmee rust en stabiliteit voor [minderjarige 1]. De rechtbank merkt daarbij op dat de overdrachten van [minderjarige 1] in de vast te stellen regeling nog steeds grotendeels op school of de opvang plaatsvinden en dat er daarom minimaal contact tussen de ouders hoeft te zijn.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vader ten aanzien van de zorgregeling toewijzen. [minderjarige 1] en de ouders zullen wellicht aan de overgang moeten wennen, maar de rechtbank spreekt de hoop uit de beide ouders [minderjarige 1] kunnen ondersteunen in de overgang en het feit dat ze opgroeit in twee gezinssituaties die elk op hun eigen manier belangrijk voor haar zijn.
Kinderalimentatie
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:401 eerste Pro lid BW kan een overeenkomst betreffende levensonderhoud bij latere rechterlijke uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, wanneer zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen.
De vader vindt dat als de zorgregeling wordt gewijzigd, de kinderalimentatie ook aangepast dient te worden. Naar het oordeel van de rechtbank is de vader ontvankelijk in zijn verzoek, nu de zorgregeling, zoals hierboven is overwogen, wordt gewijzigd.
Inhoudelijke beoordeling
Tussen de ouders is enkel de hoogte van de zorgkorting in geschil. De overige onderdelen van de berekening van de vader van 20 oktober 2025 staan niet ter discussie. Zij zijn het er namelijk over eens dat in 2025 de behoefte van [minderjarige 1] € 454,- per maand is, de draagkracht van de vader € 535,- per maand en de draagkracht van de moeder € 320,- per maand. De ouders hebben daarnaast overeenstemming over de ingangsdatum, te weten de datum van de beschikking.
Ten aanzien van de zorgkorting volgt de rechtbank het rapport Alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatie, inhoudende dat het percentage van de zorgkorting afhankelijk is van de hoeveelheid omgang of zorg. Vanaf 27 november 2025 geldt de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling, die correspondeert met een zorgkorting van 35%.
Nu de vader in zijn berekening rekening houdt met een zorgkorting van 35% en de moeder het – op de zorgkorting na – eens is met de berekening van de vader, zal de rechtbank de berekening van de vader volgen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank bepalen dat de vader aan de moeder, met ingang van de datum van de beschikking, een kinderalimentatie voor [minderjarige 1] dient te betalen van € 125,- per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het meer of anders verzochte over de kinderalimentatie afwijzen.
Kleding
Op de zitting hebben de ouders afgesproken dat zowel de moeder als de vader zorgdragen voor de kleding van [minderjarige 1], in die zin dat iedere ouder de kleding die [minderjarige 1] draagt tijdens het verblijf bij hem of haar zelf betaalt. De rechtbank merkt ten overvloede op dat de overige verblijfsoverstijgende kosten voor de rekening van de moeder komen, omdat [minderjarige 1] daar haar hoofdverblijfplaats heeft.
Deze op de zitting gemaakte afspraak leent zich niet voor opname in het dictum van deze beschikking, maar de rechtbank gaat ervan uit dat de ouders zich hier in het belang van [minderjarige 1] aan zullen houden.
Proceskosten
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 19 november 2018 van deze rechtbank, en het vonnis van 12 augustus 2022 –:
bepaalt in het kader van de reguliere verdeling van de zorg- en opvoedingstaken dat de minderjarige [minderjarige 1] ([minderjarige 1]), geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats], bij de vader zal zijn:
  • in de ene week van maandag 17.15 uur (waarbij de vader [minderjarige 1] bij de moeder of de opvang haalt) tot woensdag naar school (waarbij de vader [minderjarige 1] brengt);
  • in de andere week van vrijdag uit school tot woensdag naar school, waarbij de vader [minderjarige 1] haalt en brengt;
bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van 27 november 2025 een
kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] van € 125,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 27 november 2025.