ECLI:NL:RBDHA:2025:2540
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring in asielprocedure
De rechtbank Den Haag heeft op 20 februari 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen het voortduren van een vrijheidsontnemende maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogde dat de detentieplaats, het Justitieel Complex Schiphol (JCS), niet voldoet aan de eisen van een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie zoals bedoeld in de Opvangrichtlijn, en dat de duur van de asielprocedure de voortzetting van de bewaring onrechtmatig maakt.
De rechtbank overwoog dat eerdere uitspraken hadden vastgesteld dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was en dat de beoordeling zich daarom beperkte tot de periode daarna. De rechtbank verwierp het betoog dat het JCS niet als gespecialiseerde inrichting kan worden aangemerkt, mede omdat de Afdeling bestuursrechtspraak kort daarvoor had geoordeeld dat het JCS wel degelijk een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is. Er was geen bewijs dat eiser aan zwaardere beperkingen werd onderworpen dan in die uitspraak waren vastgesteld.
Verder achtte de rechtbank de duur van de asielprocedure, waarin nog geen zittingsdatum bekend was, niet onrechtmatig gelet op de omstandigheden, waaronder een verzoek om uitstel rond de feestdagen en het ontbreken van een concrete bovengrens voor de duur van bewaring in de jurisprudentie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.