Eiser, een minderjarige Somalische nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister op 1 april 2025 werd afgewezen. Hij vreesde vervolging vanwege zijn Gabooye stamafkomst en bedreiging door de familie van een voormalige vriendin. De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 behandeld.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de discriminatie niet zo ernstig is dat eiser niet kan functioneren in Somalië. Eiser had toegang tot onderwijs en medische zorg en kon werken. De bedreiging door de familie van de voormalige vriendin was eenmalig en er is geen bewijs dat zij nog een bedreiging vormen.
Verder is vastgesteld dat eiser geen recht heeft op een reguliere verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen, omdat er adequate opvang is bij zijn familie in Somalië. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.