Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. S. Kuster).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
kennelijk valseverklaringen had afgelegd.1 De rechtbank stelt vast dat de minister zich in het verweerschrift en tijdens de zitting op het standpunt heeft gesteld dat de asielaanvraag ten onrechte is afgewezen als
kennelijk ongegrond, omdat de minister in het bestreden besluit tot een andere conclusie is gekomen over de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseres. In het bestreden besluit acht de minister de verklaringen over deelname aan demonstraties en de daarop volgende problemen niet langer ongeloofwaardig.
kennelijkongegrond moet volgens de minister een vertrektermijn van 28 dagen worden gegeven (in plaats van 0 dagen) en moet worden afgezien van het opleggen van een inreisverbod aan eiseres. De minister heeft de rechtbank verzocht het beroep gegrond te verklaren, maar het bestreden besluit niet te vernietigen dan wel de rechtsgevolgen daarvan in stand te houden.
eiseresniet aannemelijk heeft gemaakt een gegronde vrees te hebben voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade te lopen. Dit is gezien het voorgaande onjuist en in tegenspraak met het standpunt van de minister dat het vanwege de eerdere gebeurtenissen nu op de weg van de
ministerligt om te motiveren dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat eiseres niet opnieuw slachtoffer zal worden van vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Kenia.
vanwegehet deelnemen aan een demonstratie in 2024 is gedetineerd en is blootgesteld aan vervolging dan wel ernstige schade. De minister heeft niet inzichtelijk gemaakt hoe hij die omstandigheid in zijn beoordeling heeft betrokken.