ECLI:NL:RBDHA:2025:25413
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunningaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 23 juni 2025 in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter behandelde op 6 oktober 2025 het verzoek om een voorlopige voorziening, waarbij ook de behandeling van het beroep plaatsvond. Tijdens deze zitting waren verzoeker, een waarnemer van zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de rechtbank op 4 november 2025 uitspraak heeft gedaan op het beroep, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter O. Veldman en griffier B.J. van Rossum, en er is geen hoger beroep of verzet mogelijk tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.