3.1.[partij A] vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
A. [partij B] binnen twee dagen na betekening van dit vonnis veroordeelt tot:
het staken en gestaakt houden van elke vorm van uitvoering en/of gebruik van de Licentieovereenkomst;
het staken en gestaakt houden van elke vorm van exploitatie van alle kwekersrechten en andere rechten van intellectuele eigendom van [partij A] met betrekking tot de rassen, in elk geval voor zover opgesomd in productie EP04;
het staken en gestaakt houden van elke vorm van gebruik van de moederplanten en andere plantmaterialen, zoals stekken, van de rassen van [partij A];
een en ander op straffe van verbeurte van een boete van € 25.000,- per overtreding en € 5.000,- per dag dat die overtreding voortduurt;
[partij B] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis veroordeelt tot:
5. het doen van een schriftelijke mededeling per brief en e-mail aan de derde-ondernemingen, waar [partij B] in het verleden bloemen en/of planten en/of stekken van de rassen van [partij A] aan heeft geleverd, met de inhoud dat [partij B] is veroordeeld zoals gevorderd onder 1 en 2;
6. afgifte van een lijst van de derde-ondernemingen waar [partij B] snijbloemen en/of planten en/of stekken van de rassen van [partij A] aan heeft geleverd en afgifte van een kopie van de brieven aan die derde-ondernemingen zoals bedoeld in het onder 5) gevorderde;
7. het doen van een volledige schriftelijke opgave aan [partij A] van alle door [partij B] sinds 1 januari 2015 verkochte snijbloemen en/of planten en/of stekken van de rassen van [partij A], alsmede van alle berekeningen van aan [partij A] verschuldigde royalty’s en andere bedragen, alsmede van alle hiermee verband houdende facturen en reeds verrichte betalingen;
8. het meewerken door [partij B] en zijn accountant / boekhouder aan een accountantscontrole namens [partij A] en afgifte aan [partij A] van de resultaten van deze controle;
9. het meewerken aan de vernietiging van alle moederplanten en ander plantmateriaal van de rassen van [partij A] op het bedrijf en de locaties van [partij B];
10. één en ander op straffe van verbeurte van een boete van € 25.000,- per overtreding en € 5.000,- per dag dat die overtreding voortduurt;
voor recht verklaart dat:
11) de Licentieovereenkomst tussen partijen door buitengerechtelijke ontbinding met onmiddellijk effect is beëindigd per 15 oktober 2022, althans per 18 oktober 2022, althans per 1 januari 2023 althans per 1 januari 2024;
11) [partij B] inbreuk heeft gemaakt op de kwekersrechten van [partij A] door de rassen en de kwekersrechten op die rassen na de (datum van de) buitengerechtelijke ontbinding te (blijven) exploiteren;
11) [partij B] inbreuk heeft gemaakt op de kwekersrechten van [partij A] als hij gedurende de Licentieovereenkomst met [partij A] tot aan de buitengerechtelijke ontbinding de aan [partij A] verschuldigde royalty’s met betrekking tot die kwekersrechten niet volledig aan [partij A] heeft betaald;
11) [partij B] inbreuk heeft gemaakt op de kwekersrechten van [partij A] door gedurende de Licentieovereenkomst tot aan de buitengerechtelijke ontbinding geen en/of niet tijdige en/of onvolledige opgave aan [partij A] heeft gedaan van de door [partij B] verkochte aantallen snijbloemen en/of planten en/of stekken van de Rassen van [partij A], terwijl hij de Rassen en de kwekersrechten op die Rassen wel heeft geëxploiteerd;
11) [partij A] als gevolg van de handelingen van [partij B] schade heeft geleden, nader op te maken bij staat, in het kader waarvan de rechtbank deze zaak verwijst naar een schadestaatprocedure;
11) De door [partij A] op te stellen schadestaat mede kan bestaan uit althans een nader te bepalen aantal boetes van € 10.000,- conform artikel 14 van de Licentieovereenkomst, alsmede uit de integrale juridische onkosten c.q. de advocaatkosten van [partij A] op grond van artikel 1019h Rvalsmede een vordering tot afdracht van omzet dan wel winst, alsmede uit de contractuele rente per factuur van [partij A] vanaf de vervaltermijn op basis van artikel 6.4 van de Licentieovereenkomst, alsmede uit de werkelijk door [partij A] geleden en nog te lijden schade conform artikel 14 van de Licentieovereenkomst, althans dat [partij A] in de schadestaatprocedure bij zijn schadevordering deze onderdelen kan adresseren.
[partij B] veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan [partij A] te betalen alle proceskosten, inclusief de kosten van het beslag, en de nakosten.