Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister is afgewezen. Het beroep tegen deze afwijzing werd te laat ingesteld, maar verzoeker stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. De voorzieningenrechter wees partijen op de noodzaak om ambtshalve belangen uit richtlijn 2008/115 en het non-refoulementbeginsel te betrekken bij de voorlopige beoordeling van het terugkeerbesluit.
De rechtbank heeft prejudiciële vragen gesteld over de geloofwaardigheidsbeoordeling van asielmotieven sinds 1 juli 2024 en wacht op het arrest van het Hof, waardoor het beroep wordt aangehouden. Gezien de redelijke kans van slagen ondanks de termijnoverschrijding, werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen.
De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker in Nederland mag blijven en dat de opvangvoorzieningen niet mogen worden beëindigd totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €907. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.