ECLI:NL:RBDHA:2025:25483

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
C/09/694053
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling van minderjarigen in het kader van jeugdbescherming

In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De zaak werd behandeld in het kader van de jeugdbescherming, waarbij de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering als gecertificeerde instelling betrokken was. De ouders van de minderjarigen, de vader en de moeder, zijn belast met het ouderlijk gezag en de kinderen wonen bij de vader. De kinderrechter heeft eerder de ondertoezichtstelling van de kinderen ingesteld en verlengd, maar in deze zitting werd door de gecertificeerde instelling verzocht om een verdere verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar. De ouders hebben echter positieve stappen gezet in hun ontwikkeling en de kinderrechter concludeert dat er geen sprake meer is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen. De kinderrechter heeft de zitting met gesloten deuren gehouden, waarbij beide ouders en hun advocaten aanwezig waren. Na beoordeling van de feiten en de standpunten van beide ouders, heeft de kinderrechter besloten het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af te wijzen. De kinderrechter heeft vertrouwen in de ouders en hun vermogen om voor de kinderen te zorgen zonder verdere ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/694053 / JE RK 25-1880
Datum uitspraak: 17 december 2025
Beschikking van de kinderrechter
Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. H. Sazoglu uit Den Haag,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. S.O. Zengin uit Den Haag.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 november 2025;
- het verweerschrift van de vader met bijlage van 16 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 december 2024 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 23 december 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 april 2025 de machtiging verlengd [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader tot 23 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De vader en de moeder hebben positieve stappen gezet, maar het is van belang is dat er meer zicht op de opvoedvaardigheden van de ouders komt, ook doordat recent duidelijk is geworden dat de ouders opnieuw samen een kindje verwachten. Het is nog onduidelijk in hoeverre de ouders de zorg voor de kinderen zelf kunnen dragen zonder de hulp van de grootouders en is er nog steeds geen zicht op de omgangsmomenten met de moeder doordat deze door de grootouders begeleid worden. Verlenging van de ondertoezichtstelling met zes maanden met aanhouding van het overige is passend.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de vader is naar voren gebracht dat het goed gaat met hem. De vader is tevreden met het traject dat de moeder bij [zorginstantie] heeft afgelegd. De vader is aan het werk en druk met de kinderen. [minderjarige 1] heeft heupdysplasie, maar sinds de tweede operatie gaat het beter met haar. De instanties geven ook aan dat het goed gaat met de kinderen en er zijn de afgelopen periode geen nieuwe meldingen geweest. De vader woont nog steeds bij de grootouders vaderszijde, die hem ondersteunen, en kan daar de komende jaren blijven wonen. Het huis is groot genoeg voor het hele gezin en het huis van de moeder is op loopafstand. Er is een zorgregeling, die flexibel is, waarbij de kinderen van vrijdag tot en met zondag naar de moeder gaan. Als de moeder doordeweeks de kinderen wil zien dan kan dat. Aan de wettelijke grondslag van een ondertoezichtstelling wordt niet meer voldaan omdat er geen sprake meer is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen. De vader en de moeder hebben laten zien dat zij hulpverleningstrouw zijn. Omdat de thuissituatie van de vader niet binnen aanzienlijke tijd zal veranderen, vindt de vader de vraag of de vader de zorg over de kinderen wel of niet zonder ondersteuning van de grootouders aan zou kunnen, op dit moment irrelevant. De advocaat van de vader verzoek daarom primair om de verlenging van de ondertoezichtstelling af te wijzen en subsidiair om het de ondertoezichtstelling te verlengen voor een kortere periode, maximaal drie maanden.
4.2.
Door en namens de moeder is naar voren gebracht dat zij de komende jaren bij grootmoeder moederszijde zal blijven wonen. Deze relatie is goed en zij ondersteunt de moeder bij de verzorging en opvoeding van de kinderen. [zorginstantie] is nog betrokken in het vrijwillig kader. De moeder heeft om de twee weken gesprekken. De reclassering stopt in januari 2026. De moeder blijft open staan voor hulpverlening. Nu zij een baby verwacht is de moeder gestopt met het roken van softdrugs. De advocaat van de moeder sluit zich aan bij de advocaat van de vader dat de ondertoezichtstelling niet meer gepast is omdat er geen sprake meer is van een ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen. De advocaat van de moeder verzoekt daarom primair om het verzoek af te wijzen en subsidiair de ondertoezichtstelling te verlengen voor een kortere periode, maximaal drie maanden.

5.De beoordeling

De kinderrechter overweegt het volgende. Het afgelopen jaar hebben de ouders positieve stappen gezet. [zorginstantie] is betrokken bij de moeder en moeder is sindsdien stabiel. Moeder is eind juli 2025 met toestemming van [zorginstantie] gestopt met haar medicijnen en de zorgmachtiging is in september 2025 niet verlengd omdat het goed met de moeder gaat. [zorginstantie] blijft in het vrijwillig kader nog bij de moeder betrokken. Ook de afspraken met de reclassering komt de moeder goed na en het reclasseringstoezicht stopt op korte termijn. De vader heeft sinds juli 2025 het gezag over beide kinderen en de kinderen wonen bij hem en de grootouders vaderszijde. Dat gaat heel goed. De kinderen zijn veilig bij de vader en de vader is erg betrokken en beschermend. De moeder heeft sinds maart 2025 onbegeleid contact met de kinderen en de moeder is leerbaar gebleken. Het lukt de vader en moeder onderling afspraken over de omgang tussen de moeder met de kinderen te maken. VUHP is in april 2025 positief afgesloten. De kinderrechter benadrukt vertrouwen te hebben in de vader en de moeder, dat zij deze positieve lijn vasthouden, ook nu er een kindje op komst is. Zowel de vader als de moeder krijgen beiden structureel hulp van de grootouders bij de opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De woonsituatie van beide ouders zal niet binnen aanzienlijke tijd veranderen en daarom acht de kinderrechter het niet nodig dat nader wordt onderzocht of de ouders de zorg ook zonder hulp van de grootouders kunnen dragen. De kinderrechter komt dan ook tot de conclusie dat er geen sprake meer is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De kinderrechter zal het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling daarom afwijzen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. van der Laken als griffier, en op schrift gesteld op 24 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.