ECLI:NL:RBDHA:2025:25496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 1 juli 2025 waarbij zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens heeft verzoeker de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak gedaan zonder zitting. Tegelijkertijd met deze uitspraak is door de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep zelf (zaaknummer NL25.30029).
Gezien de uitspraak op het hoofdberoep wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.