ECLI:NL:RBDHA:2025:25508
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen schorsing uitzetting asielzoeker
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de asielzoeker een voorlopige voorziening verzocht tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. De asielzoeker wil de beroepsprocedure in Nederland mogen afwachten.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Uit het bestreden besluit volgt dat de asielzoeker niet in Nederland mag blijven tijdens de beroepsprocedure, tenzij een voorlopige voorziening wordt verleend. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) heeft medegedeeld dat de asielzoeker per 29 december 2025 de opvang moet verlaten.
De stellingen van de minister dat er sprake zou zijn van een misverstand of een toezegging van opvang worden niet onderbouwd. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de uitzetting van de asielzoeker verboden totdat het beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van € 907.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de uitzetting van de asielzoeker verboden totdat het beroep is beslist.