ECLI:NL:RBDHA:2025:25508

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
NL25.62566
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen schorsing uitzetting asielzoeker

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de asielzoeker een voorlopige voorziening verzocht tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. De asielzoeker wil de beroepsprocedure in Nederland mogen afwachten.

De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Uit het bestreden besluit volgt dat de asielzoeker niet in Nederland mag blijven tijdens de beroepsprocedure, tenzij een voorlopige voorziening wordt verleend. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) heeft medegedeeld dat de asielzoeker per 29 december 2025 de opvang moet verlaten.

De stellingen van de minister dat er sprake zou zijn van een misverstand of een toezegging van opvang worden niet onderbouwd. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de uitzetting van de asielzoeker verboden totdat het beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van € 907.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de uitzetting van de asielzoeker verboden totdat het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.62566

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. I.E. Lemmers).

Procesverloop

In het besluit van 12 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft beroep (NL25.56520) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat hij de beroepsprocedure in Nederland mag afwachten.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak buiten zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventuele bodemzaak niet.
2. Uit het bestreden besluit volgt dat verzoeker het beroep niet in Nederland mag afwachten, tenzij een voorlopige voorziening wordt ingediend. De behandeling van de voorlopige voorziening mag verzoeker wel in Nederland afwachten. Verder heeft het COa [1] aan verzoeker medegedeeld dat hij de opvang moet verlaten per 29 december 2025. De enkele stelling van verweerder dat de mededeling van het COa berust op een misverstand, is niet onderbouwd. Ook de stelling dat het COa heeft toegezegd eiser opvang te verlenen totdat op het beroep is beslist, wordt niet onderbouwd. Daarbij komt dat uit de reactie van gemachtigde van verzoeker van 24 december 2025 volgt dat het COa hem (nog) niet heeft geïnformeerd over de gestelde toezegging. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding om bij wijze van ordemaatregel het verzoek toe te wijzen, het bestreden besluit te schorsen en te bepalen dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat uitspraak is gedaan op het beroep.
3. In de toewijzing van het verzoek ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 907, bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
-wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
-treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden uitgezet tot op het beroep (NL25.56520) is beslist;
-veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten ter hoogte van € 907.
Deze uitspraak is gedaan op 29 december 2025 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Centraal Orgaan opvang asielzoekers.