ECLI:NL:RBDHA:2025:25525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring van vreemdeling en de toepassing van het beginsel van equality of arms in bestuursrechtelijke procedures
Op 30 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak betreffende de bewaring van een vreemdeling, eiser, die in beroep ging tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie. De minister had op 11 december 2025 de maatregel van bewaring opgelegd op basis van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat zijn recht op 'equality of arms' was geschonden, omdat hij niet over alle relevante stukken beschikte die betrekking hadden op eerdere inbewaringstellingen. De rechtbank oordeelde dat de minister niet verplicht was om deze stukken te overleggen, aangezien ze niet relevant waren voor de huidige maatregel. Eiser voerde ook aan dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom niet met een lichter middel was volstaan, maar de rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had aangetoond dat de inbewaringstelling gerechtvaardigd was. Eiser betoogde verder dat er geen zicht op uitzetting was, maar de rechtbank concludeerde dat de minister voldoende voortvarend handelde in het aanvragen van een laissez-passer bij de Marokkaanse autoriteiten. Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.