In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 30 december 2025, gaat het om een opvolgend beroep van eisers tegen de minister van Asiel en Migratie. Eisers hebben gesteld dat de minister niet tijdig heeft beslist op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister in een eerdere procedure was opgedragen om binnen acht weken een beslissing te nemen, maar dit is niet gebeurd. De rechtbank heeft het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond verklaard.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het dossier mogelijk nog niet compleet is, omdat de minister nog documenten moet beoordelen. Desondanks heeft de rechtbank bepaald dat de minister binnen vier weken na deze uitspraak een beslissing moet nemen. Tevens is er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank heeft ook bepaald dat de minister de proceskosten van eisers moet vergoeden, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, in aanwezigheid van griffier A.W. Landman, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De eisers hebben recht op een verzetschrift indien zij het niet eens zijn met deze uitspraak, dat binnen zes weken na verzending ingediend moet worden.