Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. In een eerdere procedure had de rechtbank de minister opgedragen binnen acht weken een beslissing te nemen, maar dit is niet gebeurd.
De rechtbank constateert dat het dossier mogelijk nog niet compleet is, maar gelet op het eerdere oordeel en het verstreken tijdsverloop, legt zij een nieuwe beslistermijn van vier weken op. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000,- opgelegd indien de minister niet binnen deze termijn beslist.
Daarnaast wordt het verzoek van eisers om vrijstelling van griffierecht toegewezen en worden de proceskosten van €453,50 aan eisers toegekend. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 30 december 2025.