ECLI:NL:RBDHA:2025:25579
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor verblijfsvergunning regulier met arbeidsmarktaantekening
In deze zaak heeft verzoeker een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met het doel ‘Arbeid als zelfstandige’. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 9 oktober 2025 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Hij verzoekt de voorzieningenrechter om de minister op te dragen per direct de gevraagde verblijfssticker af te geven, waarop staat ‘Arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV’. Verweerder heeft gereageerd met een verweerschrift en beide partijen hebben toestemming gegeven om de zaak op de stukken af te doen, zonder zitting. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld dat op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening kan worden getroffen. Aangezien verweerder zich niet verzet tegen de toewijzing van de gevraagde voorziening en er geen beletselen zijn om het verzoek toe te wijzen, heeft de voorzieningenrechter het verzoek toegewezen. Dit houdt in dat verweerder per direct de verblijfssticker met de arbeidsmarktaantekening moet afgeven. Daarnaast is bepaald dat verweerder het griffierecht van € 194 aan verzoeker moet vergoeden en dat verzoeker recht heeft op een vergoeding van zijn proceskosten, die is vastgesteld op € 907. De voorzieningenrechter heeft de beslissing op 30 december 2025 genomen, in aanwezigheid van de griffier, en de uitspraak is openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie op de website van de rechtspraak. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.