ECLI:NL:RBDHA:2025:25595
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 lid 3 Vreemdelingenwet
Bij besluit van 29 november 2025 is aan eiser een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. Verweerder zond een kennisgeving aan de rechtbank die gelijkgesteld werd met een tweede beroep.
De rechtbank overwoog dat verweerder bij het opleggen van de maatregel alle medisch relevante feiten, waaronder de psychische gesteldheid van eiser en het ontbreken van medicatie, heeft betrokken. De rechtbank vond dat verweerder terecht geen lichter middel heeft toegepast, mede omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de medische zorg in detentie ontoereikend is.
De rechtbank verklaarde het eerste beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Het tweede beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang ontbrak, aangezien het voortduren van de maatregel reeds in het eerste beroep was beoordeeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.