ECLI:NL:RBDHA:2025:25599
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in grensprocedure
Verweerder heeft op 27 oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring reeds eerder rechtmatig was bevonden tot het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag lag. De beoordeling richtte zich daarom op de periode daarna. Eiser stelde dat hij de behandeling van zijn beroep tegen de afwijzende asielbeschikking in Nederland mocht afwachten en dat de maatregel daarom op 11 november 2025 had moeten worden opgeheven.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 11 november 2025 de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaarde en de toegang tot Nederland weigerde, maar dat eiser de uitspraak op het beroep in Nederland mocht afwachten, ook in de grens- of transitzone. Dit is in overeenstemming met de Procedurerichtlijn. De rechtbank zag geen reden om de maatregel van bewaring op te heffen en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.