ECLI:NL:RBDHA:2025:25610
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsdocument EU/EER
Verzoekster, een Amerikaanse staatsburger geboren in 1955, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER dat het rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 9 januari 2024 afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd bij besluit van 2 juli 2024 eveneens afgewezen.
Hiertegen stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank Den Haag en vroeg zij om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde dit verzoek op 3 juli 2025 in een zitting waarbij verzoekster, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren.
Op 14 november 2025 oordeelde de voorzieningenrechter dat een voorlopige voorziening niet langer nodig was omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL24.30007) inmiddels was beslist. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.