Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 14 oktober 2024 ingekomen verzoek van:
[de man],
[de vrouw],
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 28 oktober 2024, met bijlagen, van de man;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken;
- het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken;
- het F9-formulier van 14 oktober 2025, met bijlagen, van de man.
- het F9-formulier van 24 oktober 2025, met bijlagen, van de vrouw.
- de bijlagen behorende bij het F9-formulier van 29 oktober 2025, van de man.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat en tolk;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en tolk;
- [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2009 te [plaats 1], Colombia.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige] verblijft bij de man.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- De man, de vrouw en [minderjarige] hebben de Colombiaanse nationaliteit.
- De rechtbank heeft op 29 november 2024 voorlopige voorzieningen getroffen, waarbij conform de overeenstemming van partijen is bepaald dat:
- de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te ([postcode]) [plaats 2] aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- de minderjarige [minderjarige] aan de man zal worden toevertrouwd;
- een voorlopige opbouwende zorgregeling zal gelden tussen [minderjarige] en de vrouw, inhoudende dat de vrouw tot februari 2025 rechtstreeks contact opneemt met [minderjarige] en met haar de contactmomenten afspreekt. Vanaf maart 2025 zal [minderjarige] één of twee middagen per week bij de vrouw thuis verblijven. Vanaf juli 2025 zal [minderjarige] naast twee middagen per week ook één nacht bij de vrouw overnachten. Verdere opbouw van de zorgregeling wordt in onderling overleg tussen partijen afgesproken;
- de vrouw aan de man, met ingang van 1 oktober 2024, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van € 476,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen. Vanaf het moment dat [minderjarige] bij de vrouw gaat overnachten wijzigt de kinderalimentatie en bepaalt de rechtbank dat de vrouw een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van € 379,-, telkens bij vooruitbetaling dient te voldoen.
Verzoek en verweer
- de echtscheiding uit te spreken tussen partijen;
- de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] vast te stellen bij de man;
- een zorgregeling vast te stellen tussen [minderjarige] en de vrouw, inhoudende dat zij drie dagen per week contact met elkaar hebben, waarbij partijen zich inzetten om de regeling uit te breiden naar een regeling met overnachting;
- vast te stellen dat de vrouw een kinderalimentatie van € 506,94 per maand dient te voldoen zolang er geen sprake is van een regeling met overnachting en € 403,64 zodra er sprake is van een regeling met overnachting, bij vooruitbetaling aan de man te voldoen, met ingang van 1 januari 2025, althans een kinderalimentatie en ingangsdatum als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
- het huurrecht van de woning gelegen te ([postcode]) [plaats 2] aan de [adres] toe te delen aan de man,
- de echtscheiding uit te spreken tussen partijen;
- indien partijen erin slagen overeenstemming te bereiken over een ouderschapsplan:te bepalen dat de tussen partijen getroffen onderlinge regelingen over [minderjarige], zoals die in het ouderschapsplan zijn opgenomen, onderdeel uitmaken van de te geven beschikking:
- indien partijen geen overeenstemming bereiken over een ouderschapsplan:
- in de periode 1 januari 2026 tot en met 28 februari 2026:[minderjarige] leert in deze periode het nieuwe huis en de nieuwe partner van de vrouw kennen. [minderjarige] komt minstens één middag na schooltijd bij de vrouw thuis, waarbij de vrouw en [minderjarige] vrijelijk afspraken maken met elkaar over welke dag en tijd zij met elkaar doorbrengen;
- in de periode 1 maart 2026 tot en met 30 april 2026: [minderjarige] drie middagen per week na schooltijd bij de vrouw thuis verblijft, inclusief overnachtingen,
vanaf 1 mei 2026:[minderjarige] de ene week bij de man verblijft en de andere week bij de vrouw, waarbij het schema zoals dat terzake de verdeling van de basisregeling, vakanties, feestdagen en bijzondere dagen zoals dat bij het concept ouderschapsplan is overgelegd, van toepassing is;
primair, indien de voornoemde opbouwende zorgregeling wordt vastgesteld:de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de man vast te stellen;
- tot en met 1 maart 2025: een bedrag van € 341,- per maand;
- vanaf 1 maart 2025 tot en met 31 maart 2025: eenbedrag van € 305,- per maand;
- vanaf 1 april 2025 tot en met 31 juli 2025:met een bedrag van € 118,- althans € 211,- per maand;
- vanaf 1 augustus 2025:met een bedrag van €25,- per maand,
Beoordeling
voorlopiggeen kinderalimentatie vaststellen en iedere verdere beslissing ten aanzien van de kinderalimentatie aanhouden. Daarbij wijst de rechtbank de vrouw erop dat, mocht er vóór de nadere behandeling van de zaak een relevante wijziging optreden in haar verblijfsstatus, zij de man hiervan op de hoogte moet stellen. Vanaf het moment van die wijziging zal haar betalingsverplichting voor [minderjarige] ingaan.
Beslissing
voorlopighaar hoofdverblijfplaats zal hebben bij de man;
voorlopigezorgregeling tussen [minderjarige] en de vrouw vast, inhoudende dat [minderjarige] wekelijks minstens één middag na schooltijd bij de vrouw zal zijn, waarbij [minderjarige] en de vrouw onderling afspreken wanneer dit zal zijn;
hoofdverblijfplaats, de zorgregeling, de kinderalimentatie en de proceskostenaan tot
1 maart 2026 pro forma.