ECLI:NL:RBDHA:2025:25662

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
C/09/688717 / FA RK 25-5455
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontkenning van vaderschap in het kader van familierechtelijke geschillen

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 2 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot ontkenning van het vaderschap. De vrouw heeft op 17 juli 2025 een verzoek ingediend om de ontkenning van het vaderschap van de man over hun minderjarige kind, geboren op 4 september 2017, te laten verklaren. De man en de vrouw waren gehuwd in Syrië, maar hun huwelijk is in 2018 ontbonden. De vrouw heeft twijfels over het vaderschap van de man, omdat zij tijdens het huwelijk ook een relatie had met een andere man. Een DNA-test heeft aangetoond dat de man niet de biologische vader is van het kind, wat de vrouw heeft aangetoond met een instemmingsverklaring van de man. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vrouw niet-ontvankelijk is in haar verzoek, omdat zij de termijn van een jaar na de geboorte van het kind heeft overschreden. Echter, de bijzondere curator, die de minderjarige vertegenwoordigt, is wel ontvankelijk in haar verzoek tot ontkenning van het vaderschap. De rechtbank heeft geoordeeld dat het verzoek van de bijzondere curator tot ontkenning van het vaderschap gegrond is, gezien het bewijs van de DNA-test. De rechtbank heeft de werkzaamheden van de bijzondere curator beëindigd, omdat deze niet meer nodig zijn in deze procedure.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-5455
Zaaknummer: C/09/688717
Datum beschikking: 2 december 2025

Ontkenning vaderschap

Beschikking op het op 17 juli 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. F. Arslan in Den Haag.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats 1] ,

de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. M.E.M. Beijersbergen, advocaat in Den Haag,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het bericht met bijlage van 25 augustus 2025 van de vrouw;
  • het bericht met bijlagen van 30 augustus 2025 van de vrouw;
  • het verslag van 2 oktober 2025 van de bijzondere curator;
  • het bericht met bijlage van 3 oktober 2025 van de vrouw.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot gegrondverklaring van de ontkenning door de man van het vaderschap van [minderjarige] .
De bijzondere curator verzoekt namens [minderjarige] eveneens de ontkenning van het vaderschap van de man ten aanzien van [minderjarige] .

Feiten

  • De man en de vrouw zijn gehuwd op [dag 1] 2009 in Syrië, welk huwelijk op [dag 2] 2018 is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
  • Uit het huwelijk is voornoemde minderjarige geboren.
  • De vrouw, de man en [minderjarige] hebben allen de Nederlandse nationaliteit.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 6 augustus 2025 is mr. M.E.M. Beijersbergen voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de vrouw en de minderjarige in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 aanhef sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht.
Op grond van artikel 10:93 lid 1 juncto artikel 10:92 lid 1 en 2 BW wordt de vraag of en onder welke voorwaarden het vaderschap van een man kan worden ontkend in beginsel bepaald door het recht dat van toepassing is op het ontstaan van de familierechtelijke betrekking, te weten het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vader en de moeder ten tijde van de geboorte van het kind, of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat van hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats ten tijde van de geboorte van het kind, of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.
Uit de overgelegde stukken kan niet worden afgeleid of partijen ten tijde van de geboorte van [minderjarige] een gemeenschappelijke nationaliteit hadden. Daarom wordt gekeken naar de gemeenschappelijke gewone verblijfplaats. Uit het uittreksel van de basisregistratie personen (BRP) volgt dat zowel de vrouw als de man de gewone verblijfplaats in Nederland hadden. Op basis hiervan is Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot ontkenning van het vaderschap.
Vaderschap
Omdat de man ten tijde van de geboorte van [minderjarige] met de vrouw was gehuwd, is hij op grond van artikel 1:199 onder a BW de juridische vader van [minderjarige] .
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:200 lid 5 BW moet de vrouw het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning bij de rechtbank hebben ingediend binnen een jaar na de geboorte van het kind. Nu [minderjarige] is geboren op 4 september 2017 en de vrouw het verzoek heeft ingediend op 17 juli 2025 is deze termijn overschreden. De rechtbank is daarom van oordeel dat de vrouw niet-ontvankelijk is in haar verzoek.
De rechtbank is van oordeel dat de bijzondere curator namens [minderjarige] op grond van artikel 1:200 lid 6 BW wel ontvankelijk is in haar verzoek tot ontkenning van het vaderschap van de man over [minderjarige] .
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 1:200 lid 1 BW kan het vaderschap worden ontkend op grond dat de juridische vader niet de biologische vader van het kind is.
De moeder voert aan dat zij twijfels heeft gehad over het vaderschap van de man omdat zij tijdens haar huwelijk ook een relatie had met de heer [naam] . Op 7 juli 2025 heeft zij daarom bij [bedrijf] een vaderschapstest laten afnemen om vast te stellen wie de biologische vader is van [minderjarige] . Hieruit is gebleken dat de man niet de biologische vader is van [minderjarige] , en dat zijn vaderschap ontkend moet worden.
De man heeft geen verweer gevoerd. De vrouw heeft een instemmingsverklaring van de man overgelegd en de man heeft in het gesprek met de bijzondere curator ook laten weten dat hij met het verzoek tot ontkenning instemt, zo volgt uit het verslag van de bijzondere curator.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende vast is komen te staan dat de man niet de biologische vader is van [minderjarige] . Uit het door de moeder ingediende DNA-vaderschapsonderzoek is praktisch bewezen (99,999%) dat de heer [naam] de biologische vader is van [minderjarige] . Onder deze omstandigheden en omdat ook niet is gebleken dat het verzoek onrechtmatig of ongegrond is, zal de rechtbank het verzoek van de bijzondere curator tot gegrondverklaring van de ontkenning van het ouderschap van de man over [minderjarige] toewijzen.
Ontslag bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat de vertegenwoordiging van [minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.

Beslissing

De rechtbank:
*
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap;
*
verklaart gegrond het verzoek van de bijzondere curator tot ontkenning van het vaderschap van:
- [de man] , geboren op [geboortedatum 2] 1981 in [geboorteplaats 2] ( [geboorteland 1] );
over de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats 1] ;
uit:
- [de vrouw] , geboren op [geboortedatum 3] 1982 in [geboorteplaats 3] ( [geboorteland 2] );
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator als beëindigd;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 2 december 2025.