De vrouw verzocht de rechtbank om het vaderschap van de man over hun minderjarige kind te ontkennen. De man en vrouw waren gehuwd ten tijde van de geboorte van het kind, waardoor de man juridisch vader is. De vrouw diende haar verzoek echter pas bijna acht jaar na de geboorte in, waardoor zij niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.
De bijzondere curator, benoemd ter vertegenwoordiging van het belang van het kind, verzocht eveneens om ontkenning van het vaderschap. Dit verzoek werd wel ontvankelijk verklaard. Uit een DNA-vaderschapstest bleek met een zekerheid van 99,999% dat de man niet de biologische vader is, maar een andere heer wel.
De man heeft geen verweer gevoerd en stemde in met het verzoek. De rechtbank oordeelde dat het vaderschap van de man gegrond ontkend moet worden. De werkzaamheden van de bijzondere curator werden hiermee beëindigd. Het verzoek van de moeder werd afgewezen, het verzoek van de bijzondere curator toegewezen.