ECLI:NL:RBDHA:2025:25668

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
C/09/692093 / FA RK 25-7235
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en vervangende toestemming voor schoolinschrijving en hulpverlening

In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 2 december 2025 uitspraak gedaan in een familiezakenprocedure tussen de ouders van de minderjarige [minderjarige]. De moeder heeft verzocht om wijziging van de zorgregeling en vervangende toestemming voor de inschrijving van [minderjarige] op een middelbare school in Delft, alsook voor hulpverlening. De ouders hebben een ouderschapsplan opgesteld waarin de zorg voor [minderjarige] zoveel mogelijk gelijk verdeeld zou worden. De moeder stelt echter dat de praktijk anders is en dat [minderjarige] meer bij haar verblijft. De vader verzet zich tegen de wijziging van de zorgregeling en heeft zelfstandig verzoeken ingediend. De rechtbank heeft de situatie beoordeeld, waarbij het belang van [minderjarige] voorop staat. De rechtbank heeft vastgesteld dat de huidige zorgregeling moet blijven bestaan tot de aanvang van de middelbare school, en heeft vervangende toestemming verleend voor de inschrijving op een middelbare school in Delft, evenals voor hulpverlening, met de voorwaarde dat deze niet verbonden is aan de werkgever van de moeder. De rechtbank heeft de proceskosten gecompenseerd en het meer of anders verzochte afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7235
Zaaknummer: C/09/692093
Datum beschikking: 2 december 2025

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 25 september 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Burger in Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.M.O. van Leeuwen in Schiedam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de vader;
  • het bericht van 31 oktober 2025 van de moeder.
De minderjarige [minderjarige] heeft zich in een gesprek met de kinderrechter uitgelaten over het verzoek.
Op 4 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder bijgestaan door haar advocaat, de vader bijgestaan door zijn advocaat en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
  • [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] .
  • De vader heeft [minderjarige] erkend.
  • Volgens een uittreksel van het gezagsregister zijn de ouders sinds 30 oktober 2014 gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .
  • [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:247a BW op 18 april 2019 een ouderschapsplan opgesteld, inhoudende:
  • de zorgregeling vindt zoveel mogelijk in de verhouding 50/50% plaats. Bij de vader wordt gewerkt met een jaarrooster waarbij de moeder het verzoek zal doen aan haar werkgever om haar diensten zoveel mogelijk te laten passen op het werkrooster van de vader. De weekenden worden zoveel mogelijk bij helfte verdeeld. Bij de feestdagen wordt rekening gehouden met het werkrooster van de moeder.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt:
- het ouderschapsplan van april 2019 te wijzigen en in aanvulling daarop te bepalen dat de zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] tot en met de zomer 2026 als volgt komt te luiden:
  • week 1: maandag uit school tot dinsdag naar school;
  • week 2: maandag uit school tot woensdag naar school;
  • week 3: woensdag na school tot vrijdag naar school;
  • week 4: vrijdag uit school tot maandag naar school;
  • week 5: volledig bij de moeder;
- het ouderschapsplan van april 2019 te wijzigen en in aanvulling daarop te bepalen dat de zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] vanaf 1 september 2026 komt te luiden:
- [minderjarige] verblijft om de week van vrijdag na school tot en met maandag naar school bij de vader, althans een zorgregeling vast te stellen zoals door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
  • het ouderschapsplan van april 2019 te wijzigen en in aanvulling daarop te bepalen dat de schoolvakanties van [minderjarige] worden verdeeld waarbij 2/3e van de vakanties [minderjarige] bij de moeder blijft en 1/3e van de vakantie bij de vader, althans een vakantieregeling vast te stellen zoals door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
  • aan de moeder vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van [minderjarige] op een middelbare school in Delft vanaf het schooljaar 2026/2027;
  • aan de moeder vervangende toestemming te verlenen voor de voortzetting van de speltherapie, danwel een andere vorm van hulpverlening bij een organisatie die passende hulpverlening biedt, althans een zodanige beslissing te nemen zoals door de rechtbank in goede justitie te bepalen
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vader heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht:
  • de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken tot wijziging van de zorgregeling en de vervangende toestemming middelbare school;
  • de zorgregeling zoals deze geldt te bekrachtigen en vast te stellen dat deze conform het bij de moeder bekende schema voor 2025 en conform het als productie 21 overgelegde schema voor 2026 zal worden uitgevoerd, behoudens in goed onderling overleg af te spreken uitzonderingen;
  • vervangende toestemming te verlenen voor een gesprek van [instelling 1] met [minderjarige] , alsmede het in gang zetten van alternatieve hulpverlening door een instantie die aantoonbaar geen connectie heeft met de moeder danwel met [bedrijf] en buiten de regio waar de moeder werkzaam is;
  • vervangende toestemming te verlenen voor de vakanties binnen Europa in 2026 en 2027, voor landen waarvoor geen negatief reisadvies is afgegeven en binnen de vakantieperiode van vader;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Wijziging van de zorgregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of als bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt een wijziging van de zorgregeling en voert daartoe het volgende aan. In 2019 hebben de ouders een ouderschapsplan opgesteld en daarbij afgesproken de zorg voor [minderjarige] zoveel mogelijk bij helfte te verdelen. Volgens de moeder heeft dit in praktijk niet zo uitgepakt en was [minderjarige] meer bij haar. Sinds de vader weer de oorspronkelijke verdeling wil uitvoeren, is er veel onrust ontstaan bij [minderjarige] . Zo vertoont zij zorgelijke signalen en weerstand om naar de vader toe te gaan. Daarnaast is door een anonieme melding van de buren Veilig Thuis in mei 2024 betrokken geraakt. De vader zou al 1,5 jaar onder invloed voor [minderjarige] zorgen en haar naar school brengen. De zorgen van de moeder zijn hierdoor alleen maar toegenomen. Verder krijgt [minderjarige] hulpverlening in de vorm van speltherapie bij praktijk [instelling 2] . De ouders hebben hier ook enige tijd ouderbegeleiding gekregen maar dit is door de vader stopgezet. Door de verhuizing van de moeder van Schiedam naar Delft is de zaak overgedragen naar [instelling 1] . Mede hierdoor en doordat de vader geen toestemming meer wil geven, ligt de speltherapie voor [minderjarige] nu stil. Bij het netwerkberraad in juni en juli 2025 hebben de ouders nadere afspraken gemaakt maar dit heeft volgens de moeder niet tot een oplossing geleid. De moeder wil nu graag rust en stabiliteit in de zorgregeling, en verzoekt daarom om de zorgregeling uit het ouderschapsplan te wijzigen. De moeder heeft een vijfwekelijks schema voorgesteld waarbij [minderjarige] in ieder geval wekelijks bij de vader overnacht en in de vierde week het weekend bij de vader is. Deze regeling moet volgens de moeder gelden totdat [minderjarige] naar de middelbare school gaat. Vanaf 1 september 2026 verzoekt de moeder een zorgregeling waarbij [minderjarige] om het weekend van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader is.
De vader voert verweer. Volgens de vader verloopt de zorgregeling goed en moet de zorgregeling niet gewijzigd worden. [minderjarige] is gewend aan deze verdeling en de wisselingen. Als er al problemen zijn ontstaan in de zorgregeling komt dit door de verhuizing van de moeder naar Delft, waardoor de afstand tussen de ouders groter is geworden. Daarnaast volgt uit de brief van [instelling 1] dat de zorgen rondom [minderjarige] niet zijn toegenomen en zijn in de netwerkberaden duidelijke afspraken gemaakt. Volgens de vader zit het probleem in de verstandhouding tussen de ouders, en niet in het contact tussen de vader een [minderjarige] .
De rechtbank overweegt als volgt. Op dit moment is er al veel hulpverlening betrokken of ingezet bij het gezin. De rechtbank is van oordeel dat de moeder onvoldoende heeft onderbouwd waarom de zorgregeling niet goed loopt. Daarnaast heeft de vader aangetoond dat de melding van Veilig Thuis is gedaan door een rancuneuze ex-vriendin en niet door zijn buren, terwijl hij de inhoud van die melding bestrijdt. De oplossing van de problemen tussen de ouders zit volgens de rechtbank niet in de wijziging van de zorgregeling en de beperking van het contact tussen de vader en [minderjarige] . Het hete hangijzer tussen de ouders in deze zaak is de middelbare schoolkeuze van [minderjarige] . De rechtbank is daarom van oordeel dat de zorgregeling zoals deze nu loopt – conform het door de vader overgelegde schema – moet blijven doorlopen tot de aanvang van de middelbare school. De rechtbank zal daarnaast niet vooruitlopen op de toekomstige situatie waarin [minderjarige] naar de middelbare school zal gaan en zal daarom geen uitspraak doen over het aanpassen van de zorgregeling vanaf dat moment. Het is op dit moment onbekend waar [minderjarige] naar de middelbare school zal gaan, wat de afstand van de school ten opzichte van de woonplaatsen van de ouders zal zijn en hoe [minderjarige] die afstand zelfstandig zal overbruggen. Daarnaast heeft de vader een werkrooster met een cyclus van vijf weken. Voor de rechtbank is het niet mogelijk om bij deze stand van zaken een zorgregeling vast te stellen voor de situatie met ingang van komend schooljaar. De ouders moeten hierover afspraken maken bij de hulpverlening waar tegelijkertijd ook oog moet zijn voor de stelling van moeder dat zij op basis van de huidige verdeling weinig tijd doorbrengt met [minderjarige] in de weekenden omdat de moeder zich plooit naar het werkrooster van de vader. [minderjarige] heeft er belang bij om ook volledige weekenden bij de moeder te zijn, en dit belang zal soms moeten wijken voor het belang van de vader.
Vakanties
Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de verdeling van de vakanties en feestdagen aan te passen. Het uitgangspunt is dat de vakanties bij helfte worden verdeeld.
Vervangende toestemming inschrijving middelbare school
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a eerste lid BW kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt vervangende toestemming om [minderjarige] in te schrijven op een middelbare school in Delft en omstreken. Vorig jaar is de moeder samen met [minderjarige] naar Delft verhuisd om samen te wonen met haar partner [naam 2] met wie de moeder toen al zeven jaar een relatie had. De vader heeft zich lange tijd tegen deze verhuizing verzet en blijft nog steeds dwarsliggen bij onder andere de inschrijving van [minderjarige] voor sportactiviteiten in Delft. De moeder voorziet daarom problemen bij het uitkiezen van een middelbare school. Aankomende januari moet [minderjarige] scholen gaan bezoeken en voor mei 2026 moet zij zich ergens hebben ingeschreven. De vader heeft al laten weten niet akkoord te gaan met een middelbare school in Delft. Gelet op de omstandigheden en de gang van zaken van de afgelopen periode, ziet de moeder zich genoodzaakt om op voorhand vervangende toestemming te vragen. Zo kan [minderjarige] zich vrij voelen om zich in te schrijven op alle scholen van haar keuze.
De vader voert verweer. Volgens hem bestaat er geen discussie over de middelbare school omdat de ouders het erover eens waren dat het de school [school] zou worden. Als [minderjarige] naar een andere middelbare school wil is dit natuurlijk bespreekbaar, maar door nu al vervangende toestemming te verlenen, wordt de vader bij het maken van de middelbare schoolkeuze buitenspel gezet.
De rechtbank stelt dat het belang van [minderjarige] voorop moet staan. [minderjarige] woont nu ongeveer één jaar met de moeder in Delft, waar de vader uiteindelijk zijn toestemming heeft gegeven om [minderjarige] op het adres van de moeder in te schrijven. Zij leeft hierdoor eigenlijk in twee werelden: in Schiedam en in Delft. De rechtbank zou het [minderjarige] gunnen om naar een school in de buurt van één van de ouders te gaan, zodat zij zelfstandig heen en weer kan reizen tussen school en thuis. Zo krijgt zij meer ruimte voor haar eigen autonomie en om haar sociale leven op te bouwen met in de buurt wonende klasgenoten. Dit betekent dat de middelbare school of in Delft of in Schiedam zal zijn. De vader heeft daarbij de voorkeur voor de school in Maasland en de moeder geeft aan dat het de keuze is van [minderjarige] , maar het liefst in de omgeving van Delft. De rechtbank is van oordeel dat deze druk niet bij [minderjarige] neergelegd moet worden, en wil voorkomen dat [minderjarige] verder in het loyaliteitsconflict wordt geduwd. De rechtbank wil deze druk bij [minderjarige] weghalen door hierover een besluit te nemen. Alles afwegende, waarbij ook rekening is gehouden met het werkrooster van de moeder met vaste tijden gedurende de schooluren, zal de rechtbank vervangende toestemming verlenen voor een middelbare school in Delft. De rechtbank is van oordeel dat deze beslissing [minderjarige] de meeste stabiliteit biedt en voor de minste discussie zal zorgen tussen de ouders. Een toewijzing van het verzoek tot ‘Delft en omstreken’ zal leiden tot discussies over de vraag hoe veel kilometer het begrip ‘en omstreken’ bevat. Bij de uiteindelijke schoolkeuze acht de rechtbank het van belang dat [minderjarige] een normale, gebruikelijke fietsafstand moet afleggen. Ondanks deze vervangende toestemming voor een school in Delft zullen de ouders samen een keuze voor een specifieke school moeten maken. Dit betekent onder meer dat de vader betrokken moet worden bij het bezoeken van open dagen van middelbare scholen.
Vervangende toestemming hulpverlening
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a, eerste lid BW kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder stelt dat [minderjarige] al langere tijd speltherapie volgt bij kinderpraktijk [instelling 2] . Door de therapeut is geadviseerd om een vervolgtraject op te starten waar beide ouders toestemming voor moeten geven. Ondanks herhaald verzoek weigert de vader zijn toestemming te verlenen. De moeder verzoekt daarom vervangende toestemming zodat [minderjarige] wel de hulpverlening kan krijgen.
De vader voert verweer. Hij vindt hulpverlening voor [minderjarige] van groot belang, maar kan zich niet vinden in de praktijk [instelling 2] , temeer nu deze praktijk gelieerd is aan de werkgever van de moeder. Hierom en omdat de moeder werkzaam is in de jeugdhulpverlening, staat de vader voor zijn gevoel er altijd alleen voor en op achterstand. De vader heeft een andere therapeute voorgedragen en daarnaast bij [instelling 1] meermaals aangegeven dat hij openstaat voor andere suggesties.
De rechtbank zal vervangende toestemming verlenen voor hulpverlening van [minderjarige] . Het is belangrijk dat deze hulpverlening weer wordt opgestart. Omdat de vader bezwaar heeft tegen de praktijk [instelling 2] – nu zij samenwerken met de werkgever van de moeder – zal de rechtbank bepalen dat het om hulpverlening gaat die niet is gelieerd aan [bedrijf] , de werkgever van de moeder.
Vervangende toestemming vakanties 2026/2027
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a, eerste lid BW kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De vader verzoekt vervangende toestemming voor vakanties binnen Europa, naar een veilig land, voor de komende twee jaren. Volgens de vader levert het iedere keer discussie op als de vader met [minderjarige] op vakantie wil waardoor de voorpret ook bedorven wordt. De vader heeft eerder procedures moeten voeren om vervangende toestemming te krijgen.
De moeder voert verweer. Zij stelt dat zij op één keer na altijd toestemming heeft verleend voor de vakanties, maar dat het bij het plannen en boeken van vakanties wel belangrijk is dat rekening wordt gehouden met de wensen van [minderjarige] .
De rechtbank zal het verzoek van de vader afwijzen, en overweegt daartoe als volgt. Het is niet mogelijk om in de toekomst te kijken. Zo kunnen de adviezen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken veranderen. Het is aan de ouders om hier duidelijke afspraken over te maken, het verzoek om toestemming tijdig voor de desbetreffende vakantie aan de andere ouder te doen en deze ouder daarbij of zo spoedig mogelijk daarna te voorzien van alle relevante informatie over de voorgenomen buitenlandse vakantie zoals de periode, het adres waar zal worden verbleven en hoe er gereisd zal worden (vluchtgegevens).
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
verleent aan de moeder vervangende toestemming, welke de toestemming van de vader vervangt, om de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , in te schrijven op een middelbare school in Delft met ingang van schooljaar 2026/2027, waarbij de ouders in onderling overleg bepalen welke school dat zal zijn;
*
verleent aan de moeder vervangende toestemming, welke de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige] in te schrijven voor hulpverlening, met daarbij als voorwaarde dat deze hulpverlening op geen enkele manier verbonden is aan [bedrijf] ;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 2 december 2025.