Op 2 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende de wijziging van het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige]. De moeder, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. D. Vurdelja, heeft verzocht om het ouderlijk gezag te wijzigen, zodat uitsluitend aan haar het gezag toekomt. De vader, die niet ter zitting is verschenen, heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ouders een affectieve relatie hebben gehad en samen de ouders zijn van de minderjarige, geboren op [geboortedatum 1] 2023. De minderjarige heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder en zij oefenen gezamenlijk gezag uit. De moeder heeft echter aangegeven dat de vader nauwelijks betrokken is bij het leven van de minderjarige en dat zij problemen ondervindt bij het verkrijgen van toestemming van de vader voor belangrijke beslissingen. De rechtbank heeft overwogen dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarige klem of verloren raakt tussen de ouders, en dat het in het belang van het kind noodzakelijk is om de wijziging van het gezag door te voeren. De rechtbank heeft daarom het verzoek van de moeder toegewezen en bepaald dat voortaan alleen zij met het gezag over de minderjarige belast is, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.