In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie, omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank had eerder, op 6 juni 2025, bepaald dat de minister binnen twee weken na verzending van die uitspraak moest beslissen. Eiseres stelt dat de minister deze termijn heeft overschreden, waardoor zij nu voor de derde keer beroep instelt wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is, omdat de minister niet binnen de gestelde termijn een besluit heeft genomen. De rechtbank geeft de minister een nieuwe termijn van twee weken om alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op van € 250,- per dag voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, met een maximum van € 37.500,-. Eiseres krijgt ook een vergoeding voor de proceskosten van € 453,50, omdat zij een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld. De uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf en is openbaar gemaakt op 23 december 2025.