ECLI:NL:RBDHA:2025:25744

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
NL25.34868
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening tegen beslissing minister niet-ontvankelijk verklaard

Verzoekster heeft op 29 juli 2025 een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Asiel en Migratie van 10 juli 2025. De voorzieningenrechter heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, omdat dat niet nodig werd geacht.

De kern van de zaak betreft de niet-tijdige betaling van het griffierecht door verzoekster. De rechtbank heeft verzoekster op 31 juli 2025 een aangetekende nota gestuurd met de mededeling dat het griffierecht binnen vier weken betaald moest worden, met de waarschuwing dat het verzoek anders niet-ontvankelijk verklaard zou worden. Volgens Track&Trace is deze brief op 4 augustus 2025 bezorgd en ondertekend ontvangen.

Omdat het griffierecht niet tijdig is ontvangen en verzoekster geen geldige reden heeft gegeven voor deze nalatigheid, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Er wordt geen inhoudelijke behandeling van het verzoek gegeven en ook geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.34868
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.W. Aartsen),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening dat eiseres op 29 juli 2025 heeft ingediend tegen de beslissing op bezwaar van de minister van
10 juli 2025.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoekster heeft namelijk het griffierecht niet tijdig betaald, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoekster niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft verzoekster op 31 juli 2025 een aangetekende nota gestuurd, waarin staat dat zij het griffierecht binnen vier weken moet betalen. Ook staat daarin dat het verzoek niet-ontvankelijk kan verklaren als verzoekster het griffierecht niet of niet op tijd betaalt. Volgens de Track&Trace is de brief op 4 augustus 2025 bezorgd, waarbij is getekend voor ontvangst.
5. Het griffierecht is niet (op tijd) ontvangen. Verzoekster heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk en zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Simorangkir, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
23 december 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.