Uitspraak
Beschikking op het op 23 juli 2024 ingekomen verzoek van:
[de man],
[de moeder],
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats],
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verslag van de bijzondere curator;
- de brief van 24 oktober 2024 van de man;
- de brief van 16 april 2025 van de man;
- het verweerschrift, tevens zelfstandige verzoeken.
- mr. G. Arslan als waarnemend advocaat van de man;
- de moeder met haar advocaat;
- de bijzondere curator;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Verzoek en verweer
- hem vervangende toestemming als bedoeld in artikel 1:204 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) te verlenen, zodat hij [minderjarige] kan erkennen;
- een zorgregeling vast te stellen tussen de man en [minderjarige], waarbij de [minderjarige] elke vrijdag van 16.00 uur tot zondag 18.00 uur en de helft van de vakanties en de feestdagen bij hem zal zijn;
- partijen gezamenlijk te belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige];
- te bepalen dat de vrouw een keer in de twee weken schriftelijk informatie dient te verschaffen aan de man omtrent de ontwikkeling van [minderjarige],
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- De minderjarige is niet erkend.
- De moeder heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over de minderjarige.
- De moeder geeft geen toestemming voor de erkenning door de man.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 14 augustus 2024 is mr. M. Braat voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 BW Pro te vertegenwoordigen.
- Bij kort geding vonnis van 5 november 2021 heeft de voorzieningenrechter de vordering van de vader tot nakoming van de door partijen overeengekomen omgangsregeling na te komen, afgewezen.