ECLI:NL:RBDHA:2025:25810

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
4 januari 2026
Zaaknummer
C/09/674577 / FA RK 24-7623
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met nevenvoorzieningen en zorgregeling voor minderjarige kinderen

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 4 december 2025 uitspraak gedaan in een echtscheidingsprocedure tussen een man en een vrouw, die beiden de Bulgaarse nationaliteit hebben. De rechtbank heeft kennisgenomen van de verzoeken van de man en de vrouw met betrekking tot de echtscheiding en de nevenvoorzieningen, waaronder de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kinderen en de zorgregeling. De man verzocht om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem vast te stellen, terwijl de vrouw verweer voerde en zelfstandig verzocht om de hoofdverblijfplaats bij haar. De rechtbank heeft vastgesteld dat het huwelijk tussen partijen rechtsgeldig is en dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding, aangezien de gewone verblijfplaats van partijen in Nederland was ten tijde van de indiening van het verzoekschrift.

De rechtbank heeft ook beoordeeld of partijen gezamenlijk gezag hebben over hun kinderen, wat het geval is. De rechtbank heeft geconcludeerd dat het in het belang van de kinderen is om de hoofdverblijfplaats bij de man vast te stellen, gezien zijn rol als stabiele factor in de afgelopen anderhalf jaar. De rechtbank heeft daarnaast een zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen de helft van de tijd bij de man en de helft van de tijd bij de vrouw verblijven, met de verplichting voor partijen om dit in onderling overleg nader in te vullen. De proceskosten zijn gecompenseerd, en de rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-7623
Zaaknummer: C/09/674577
Datum beschikking: 4 december 2025

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 25 oktober 2024 ingekomen verzoek van:

[de man],

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Koyak te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw],

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Uzumcu te Rijswijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek.
De minderjarigen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken, maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt.
Op 13 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk: M. Sivridag;
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en een tolk: T. Buyukasik;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2014 te [plaats], Bulgarije.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
­ [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1], Bulgarije;
­ [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats 2], Duitsland;
­ [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats 3], Duitsland;
­ [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2022 te
[geboorteplaats 4];
- De man en de vrouw hebben beiden de Bulgaarse nationaliteit.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man;
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, in die zin dat de kinderen op in onderling overleg te bepalen dagen bij de vrouw zullen zijn;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw verweer tegen de verzoeken van de man, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de vrouw, na wijziging, zelfstandig verzocht om een nevenvoorzieningen tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert verweer tegen het verzoek van de vrouw, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Erkenning huwelijk
Omdat partijen met elkaar zijn gehuwd in Bulgarije, moet de rechtbank eerst ambtshalve beoordelen of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk naar Bulgaars recht, voordat zij kan beslissen op het verzoek tot echtscheiding. Een huwelijk naar Bulgaars recht komt tot stand door een wilsverklaring van beide partijen die zij persoonlijk en gelijktijdig ten overstaan van een ambtenaar van de burgerlijke stand afleggen. Uit het door de man overgelegde uittreksel van de huwelijksakte, afgegeven door de Bulgaarse ambassade, blijkt dat hiervan sprake was en blijkt dat partijen op [datum] 2014 te [plaats], Bulgarije, met elkaar een huwelijk hebben gesloten.
De rechtbank komt naar aanleiding van deze feiten tot het oordeel dat aangenomen dient te worden dat tussen de man en de vrouw een huwelijk is voltrokken als bedoeld in het Bulgaars Burgerlijke Wetboek. Dat huwelijk komt op grond van het bepaalde in artikel 10:31 lid 1 BW voor erkenning in Nederland in aanmerking tenzij deze erkenning onverenigbaar is met de openbare orde van Nederland. Hier is niet van gebleken. De rechtbank is daarom van oordeel dat het huwelijk tussen partijen rechtsgeldig is in Nederland.
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van partijen zich in Nederland bevond, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.
Ontvankelijkheid (ouderschapsplan)
Op grond van artikel 815 tweede lid Rv moet een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan bevatten. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval voldoende aannemelijk geworden dat partijen niet in staat zijn om tot een gezamenlijk opgesteld en ondertekend ouderschapsplan te komen. Gelet hierop zal de rechtbank voorbij gaan aan het vereiste van artikel 815 tweede lid Rv. De rechtbank zal daarom de man ontvangen in zijn verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen.
Inhoudelijke beoordeling
De man heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
De kinderen
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Het verzoek betreft een geschil inzake ouderlijke verantwoordelijkheid en valt als zodanig binnen het materiële toepassingsgebied van Verordening Brussel II-ter (hierna: Brussel II-ter). Op grond van artikel 7 Brussel II-ter zijn de gerechten van de EU-lidstaat op het grondgebied waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt, bevoegd te oordelen over de ouderlijke verantwoordelijkheid. Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op de verzoeken van partijen.
Gezag
Voordat ingegaan kan worden op de verzoeken inzake de hoofdverblijfplaats en de zorg-/omgangsregeling dient de rechtbank vast te stellen of partijen over (alle vier) de kinderen het gezamenlijk gezag hebben.
Op grond van artikel 16 lid 1 van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, Trb. 1997, 299 (HKBV 1996) wordt de vraag wie belast is het met ouderlijk gezag over kinderen, beoordeeld aan de hand van het recht van het land van de gewone verblijfplaats van de kinderen. De rechtbank is van oordeel dat een redelijke uitleg van artikel 16 met zich meebrengt dat gekeken moet worden naar het recht van de verblijfplaats van de kinderen ten tijde van het ontstaan van het gezag, bij/na de geboorte. In ieder geval geldt dat partijen gezamenlijk zijn belast met het gezag over [minderjarige 4], omdat zij in Nederland uit het huwelijk van de ouders is geboren. [minderjarige 1] is geboren in Bulgarije. Uit het Bulgaars recht volgt dat de beide juridische ouders belast zijn met het gezag, ongeacht of zij gehuwd zijn. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn geboren in Duitsland. Conform het Duitse recht zijn de juridische ouders gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag indien zij gehuwd zijn. Dat leidt ertoe dat de ouders ten aanzien van alle vier de kinderen gezamenlijk het gezag uitoefenen.
Hoofdverblijfplaats
Beide partijen hebben verzocht om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem of haar te bepalen. De moeder heeft inmiddels een eigen woning, zij is ingetrokken bij haar nieuwe partner. De vader zal hoogstwaarschijnlijk per 1 januari 2026 zijn huidige woning moeten verlaten, maar zodra hij vervangende woonruimte heeft gevonden, zijn partijen het erover eens dat de beide dochters bij de man kunnen worden ingeschreven en de beide zoons bij de vrouw worden ingeschreven en dat de kinderen ook feitelijk verblijven bij de ouder waar ze worden ingeschreven. Hoewel de vrouw hiermee op de zitting heeft ingestemd, zal de rechtbank partijen hierin niet volgen. Het uitgangspunt is dat kinderen binnen één gezin niet van elkaar worden gescheiden. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om van dat uitgangspunt af te wijken. Het vaststellen van de hoofdverblijfplaats van twee van de kinderen bij elk van de ouders, zou ertoe leiden dat het onderlinge contact ernstig wordt belemmerd. Dat is niet in hun belang. Partijen hebben voorts desgevraagd op zitting niet aangegeven hoe zij ervoor zullen zorgen dat het contact wordt gewaarborgd tussen de kinderen met de ouder waarbij ze niet zullen staan ingeschreven. Hoewel de man in dit kader nog heeft aangevoerd dat hij zorgen heeft over de veiligheid van [minderjarige 3] en [minderjarige 4] bij de nieuwe partner van de vrouw, heeft hij deze stelling niet nader onderbouwd en is ook niet van concrete zorgen gebleken.
De rechtbank zal daarom een beslissing nemen over de hoofdverblijfplaats van alle vier de kinderen. Zij zullen hun hoofdverblijfplaats hebben bij de man. Hierbij overweegt de rechtbank dat de vader in de afgelopen anderhalf jaar (waarin partijen al feitelijk uit elkaar zijn) een stabiele factor is gebleken. Hij heeft het overgrote deel van de zorg voor de kinderen op zich genomen. De rechtbank gaat er daarbij van uit dat wanneer de man onverhoopt zijn woning verliest, partijen onderling afspraken zullen maken over het verblijf van de kinderen.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Op de zitting is gebleken dat de kinderen in de afgelopen periode steeds in het weekend bij de vrouw hebben verbleven. Partijen hebben daarbij de wens uitgesproken om ook in het vervolg de zorg voor de kinderen in onderling overleg te verdelen. Hoewel de rechtbank de samenwerking en het overleg tussen de ouders waardeert, vindt zij het voor de kinderen ook van belang dat er meer duidelijkheid komt over de verdeling van de zorg. Daarom zal de rechtbank een zorgregeling vaststellen, waarbij de kinderen de helft van de tijd bij de man verblijven en de helft van de tijd bij de vrouw. Aangezien partijen zich niet hebben uitgelaten over hoe zij de zorg concreet willen invullen, zal de rechtbank bepalen dat zij dit in onderling overleg nader moeten bepalen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2014 te [plaats], Bulgarije;
bepaalt dat de minderjarigen:
­ [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1], Bulgarije;
­ [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats 2], Duitsland;
­ [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats 3], Duitsland;
­ [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2022 te [geboorteplaats 4];
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de man, en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat de kinderen de helft van de tijd bij de man en de helft van de tijd bij de vrouw zullen zijn, waarbij partijen dit co-ouderschap in onderling overleg nader invullen
en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 december 2025.