ECLI:NL:RBDHA:2025:25813

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
4 januari 2026
Zaaknummer
C/09/690735 / FA RK 25-6508
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging hoofdverblijfplaats en zorgregeling van minderjarige kinderen na echtscheiding

In deze beschikking van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 4 december 2025, is een verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van minderjarige kinderen behandeld. De vader, bijgestaan door zijn advocaat mr. R. van Biezen, verzoekt om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen, terwijl de moeder, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. R.V. Paniagua, verweer voert tegen deze verzoeken. De rechtbank heeft kennisgenomen van de relevante stukken en heeft de zaak op zitting behandeld, waarbij ook de minderjarigen zelf zijn gehoord.

De ouders zijn van 2012 tot 2022 gehuwd en hebben samen vier kinderen, waarvan er drie minderjarig zijn. De rechtbank heeft eerder al beslissingen genomen over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling, waarbij de kinderen onder toezicht zijn gesteld van een gecertificeerde instelling. De vader heeft zorgen geuit over de opvoedsituatie bij de moeder, met name in verband met haar alcoholgebruik en de communicatie tussen de ouders. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minderjarige [minderjarige 1] feitelijk al bij de vader verblijft en heeft besloten dat zijn hoofdverblijfplaats bij de vader zal zijn. Voor de andere twee minderjarigen is besloten dat zij om de week bij de vader en de moeder zullen verblijven, om zo de betrokkenheid van beide ouders te waarborgen. De rechtbank heeft de verzoeken van de moeder om een nieuw onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming afgewezen, omdat zij geen meerwaarde ziet in een dergelijk onderzoek onder de huidige omstandigheden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-6508
Zaaknummer: C/09/690735
Datum beschikking: 4 december 2025

Hoofdverblijfplaats en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 28 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. van Biezen te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.V. Paniagua te Rotterdam.
Als informant wordt aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

de gecertificeerde instelling.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift met producties;
  • het F9-formulier van 16 oktober 2025, met bijlagen, van de zijde van de vader;
- het verweerschrift met producties.
Op 6 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
De minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Feiten

- De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van [dag 1] 2012 tot [dag 2] 2022.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] ,
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2016 te [geboorteplaats 2] .
- Zij zijn tevens de ouders van de jong-meerderjarige [jongmeerderjarige] .
- De vader heeft [jongmeerderjarige] en [minderjarige 1] erkend.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen uit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 4 maart 2021 zijn [jongmeerderjarige] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling. Deze ondertoezichtstelling is steeds verlengd, laatstelijk (bij beschikking van 1 september 2025) tot 4 maart 2026. Voor [jongmeerderjarige] is de ondertoezichtstelling verlengd geweest tot zijn meerderjarigheid.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 23 februari 2022 is – voor zover hier aan de orde – de echtscheiding van de ouders uitgesproken en is de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder bepaald. Daarnaast is een verdeling van zorg- en opvoedingstaken vastgesteld, waarbij de kinderen eens in de twee weken in de oneven weekenden bij de vader verblijven van vrijdag 17.00 uur tot zondag 15.00 uur, waarbij de man de kinderen ophaalt op vrijdag en de moeder op zondag.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 3 oktober 2022 is aan de gecertificeerde instelling een machtiging verleend voor de uithuisplaatsing van [jongmeerderjarige] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de vader tot 3 januari 2023. Bij de beschikkingen van 29 februari 2024 en 28 mei 2024 is de machtiging voor uithuisplaatsing in een gezinsgerichte voorziening verlengd tot 4 augustus 2024.
- De kinderen zijn in de Basisregistratie Persoonsgegevens geregistreerd op het woonadres van de moeder. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven feitelijk bij de moeder. [jongmeerderjarige] en [minderjarige 1] verblijven feitelijk bij de vader.

Verzoek en verweer

Ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van de kinderen verzoekt de vader primair te bepalen dat [jongmeerderjarige] , [minderjarige 1] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] de hoofdverblijfplaats hebben bij de vader en subsidiair te bepalen dat [jongmeerderjarige] en [minderjarige 1] de hoofdverblijfplaats hebben bij de vader.
Ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (de zorgregeling), verzoekt de vader de rechtbank te bepalen dat er geen zorgregeling wordt vastgelegd tussen [jongmeerderjarige] en de moeder en tussen [minderjarige 1] en de moeder, alsmede te bepalen dat [jongmeerderjarige] en [minderjarige 1] zelf mogen bepalen wanneer zij contact hebben met de moeder. Ook verzoekt de vader de zorgregeling, zoals vastgesteld in de beschikking van 23 februari 2022, te wijzigen, in die zin dat de vader verzoekt:
  • primair: te bepalen dat [minderjarige 3] en [minderjarige 2] bij de moeder verblijven één weekend per twee weken van zaterdag 10.00 uur tot zaterdag 19.00 uur en van zondag 10.00 uur tot zondag 19.00 uur;
  • subsidiair: te bepalen dat [minderjarige 3] en [minderjarige 2] de ene week bij de vader verblijven van maandag naar school tot de volgende week maandag naar school, vervolgens de andere week bij de moeder van maandag naar school tot de volgende week maandag naar school.
De vader doet zijn verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden zijn gewijzigd.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Indien de rechtbank deze verzoeken niet afwijst, verzoekt de moeder de rechtbank tevens om de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) te gelasten onderzoek te doen naar de verzoeken van de vader alvorens daar definitief op te beslissen, alsook om de verdere behandeling van de zaak door te verwijzen naar een meervoudige kamer.

Beoordeling

Verzoeken ten aanzien van [jongmeerderjarige]
Omdat [jongmeerderjarige] op [dag 3] 2025 meerderjarig is geworden, kan de rechtbank geen beslissingen meer nemen op de verzoeken die ten aanzien van hem zijn gedaan. De rechtbank zal de verzoeken dan ook afwijzen voor zover deze zien op [jongmeerderjarige] .
Huidige situatie
[jongmeerderjarige] en [minderjarige 1] verblijven hoofdzakelijk bij de vader en hebben regelmatig contact met de moeder. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven hoofdzakelijk bij de moeder en brengen om de week een weekend bij de vader door. Er is sprake van een verstoorde verstandhouding tussen de ouders en de kinderen hebben er veel last van dat de ouders niet (goed) met elkaar communiceren. De minderjarige kinderen staan al geruime tijd onder toezicht van de gecertificeerde instelling en in de afgelopen jaren zijn er verschillende jeugdbeschermers bij het gezin betrokken geweest. De gecertificeerde instelling heeft zorgen over de kinderen en spreekt van blootstelling aan een loyaliteitsconflict.
Ten aanzien van de actuele veiligheid van de kinderen heeft de gecertificeerde instelling de meeste zorgen over de situatie bij de moeder. De gecertificeerde instelling heeft geen zicht op de situatie bij de moeder thuis omdat de moeder dit niet toelaat en geen contact onderhoudt met de jeugdbeschermer. Daarom onderhoudt de gecertificeerde instelling nauw contact met de school en buitenschoolse opvang van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De school en buitenschoolse opvang hebben bij de gecertificeerde instelling aangegeven dat zij (ook in de afgelopen weken en maanden) een aantal keer de indruk hebben gehad dat de moeder in beschonken staat was toen zij de kinderen kwam ophalen. Ook heeft de gecertificeerde instelling zorgen over de emotieregulatie van de moeder in conflict met [minderjarige 1] en met het professionele netwerk. De gecertificeerde instelling geeft aan minder zorgen te hebben over de actuele veiligheid van de kinderen bij de vader, omdat de vader de gecertificeerde instelling en de hulpverlening toelaat en er dus wel zicht is op de situatie bij de vader thuis.
Voor wat betreft de veiligheid van de kinderen op de lange termijn (regels, structuur, opvoedvaardigheden van ouders) heeft de gecertificeerde instelling zorgen over beide huishoudens. Ten aanzien van de moeder zijn deze zorgen met name ingegeven door het voornoemde gebrek aan zicht op de thuissituatie door haar opstelling jegens de gecertificeerde instelling en hulpverlening. Ten aanzien van de vader zijn de zorgen gelegen in het feit dat de vader niet altijd (voldoende) open lijkt te staan voor de visies en voorstellen van de betrokken jeugdbeschermers en/of hulpverleners over de manier waarop conflictsituaties of moeilijkheden aangaande de kinderen zouden kunnen worden aangepakt.
Standpunten van partijen
De vader wenst dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem wordt bepaald. Voor wat betreft [minderjarige 1] voert de vader ter onderbouwing van dit verzoek aan dat [minderjarige 1] feitelijk bij hem woont. Omdat [minderjarige 1] niet op zijn adres staat ingeschreven, loopt de vader financiële tegemoetkomingen voor [minderjarige 1] mis en ontvangt hij ook vaak correspondentie over [minderjarige 1] niet. De vader zou ook graag zien dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij hem wordt bepaald, omdat hij zorgen heeft over hun veiligheid bij de moeder vanwege de verslavingsproblematiek en de weigerachtige houding van de moeder ten opzichte van hulpverlening. Door de hoofdverblijfplaats van de jongste twee kinderen ook bij hem te bepalen, zou er ruimte voor de moeder ontstaan om aan haar problematiek te werken, aldus de vader. Voorts stelt de vader dat – indien de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij hem wordt bepaald – hij ervoor zal zorgen dat het contact tussen deze kinderen en de moeder tot stand komt en, indien mogelijk, zal worden uitgebreid.
De moeder stelt dat de verzoeken van de vader niet zijn gebaseerd op het belang van de kinderen, maar dat de verzoeken zijn ingestoken vanuit een financieel motief om de vader een betere positie te geven in de lopende alimentatieprocedure. Daarnaast stelt de moeder dat de vader onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij de kinderen een betere opvoedomgeving kan bieden, mede gelet op de verbale en fysieke agressie van de vader waaraan de moeder en de kinderen voor de relatiebreuk volgens de moeder zijn blootgesteld. Daarbij wijst de moeder op recente conflicten tussen de vader en [minderjarige 1] en op het gegeven dat de vader in mei nog aangaf het niet te redden om de zorg voor alle kinderen op zich te nemen in verband met zijn werk en beperkte draagkracht.
Tegen deze achtergrond beoordeelt de rechtbank de voorliggende verzoeken over de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling als volgt.
Hoofdverblijfplaats
Naar het oordeel van de rechtbank ligt een wijziging van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] voor de hand. [minderjarige 1] verblijft feitelijk al ruim een jaar hoofdzakelijk bij de vader en de rechtbank acht het van belang om de juridische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. Daarnaast geeft [minderjarige 1] aan dat de situatie rustiger is geworden sinds zij en [jongmeerderjarige] bij de vader zijn gaan wonen, ook al heeft er in het afgelopen jaar veel gespeeld rondom haar schoolgang. Daarom zal de rechtbank bepalen dat [minderjarige 1] voortaan de hoofdverblijfplaats bij de vader heeft en het verzoek van de vader in zoverre toewijzen.
Met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] overweegt de rechtbank enerzijds dat er zorgen aanwezig zijn ten aanzien van de opvoedsituatie bij beide ouders. Zo blijkt uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken dat er veel zorgen zijn over [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en hun gedrag op school, alsook over het alcoholgebruik door de moeder. De moeder ontkent dat zij de kinderen in beschonken staat zou hebben opgehaald van school. Omdat de moeder op geen enkele manier inzicht geeft in de situatie bij haar thuis, het gesprek met de gecertificeerde instelling niet wil aangaan en ook niet toelaat dat er met de kinderen wordt gesproken, is het moeilijk om na te gaan of deze zorgen (on)terecht zijn. De zorgen over de opvoedsituatie bij de vader zien vooral op de vraag of hij voldoende beschikbaar is voor de kinderen en op het gegeven dat de vader niet altijd open staat voor suggesties vanuit de hulpverlening omtrent conflictoplossing. Anderzijds is het de rechtbank gebleken dat er bij beide ouders ook krachten aanwezig zijn in de opvoedsituatie. Zo toont de moeder zich zeer betrokken, doet zij veel voor de kinderen en heeft zij oog voor hun behoeften. Net als de gecertificeerde instelling vindt de rechtbank dat de moeder daarmee een waardevolle rol vervult in het leven van de kinderen. Ook de vader vervult een waardevolle rol, doordat hij de gecertificeerde instelling en de hulpverlening toelaat en in staat lijkt te zijn om de kinderen een stabiele situatie te bieden. Hierin wordt de vader ondersteund door zijn netwerk, waarbij met name de vader van de vader een duurzame en belangrijke ondersteunende rol vervult en in goed contact staat met beide ouders.
[minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven nu grotendeels bij de moeder en zullen – zoals hierna zal blijken - na de beslissing in deze procedure de helft van de tijd bij de moeder verblijven. In die nieuwe situatie zal er meer zicht zijn op [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Al die omstandigheden samengenomen ziet de rechtbank nu geen aanleiding de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te wijzigen. Daarom zal de rechtbank het daarop gerichte verzoek van de vader afwijzen.
Zorgregeling
Ontvankelijkheid
Sinds de vaststelling van de zorgregeling in 2022 hebben zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan, waaronder een uithuisplaatsing van de kinderen en het wijzigen van de feitelijke verblijfplaats van [jongmeerderjarige] en [minderjarige 1] . Naar het oordeel van de rechtbank is er dan ook sprake van gewijzigde omstandigheden, waardoor de vader kan worden ontvangen in zijn verzoek tot wijziging van de zorgregeling.
Inhoudelijke beoordeling
Op de zitting heeft de rechtbank uitgebreid met de ouders gesproken over de huidige situatie. Daaruit is de rechtbank gebleken dat de ouders het erover eens zijn dat er voor [minderjarige 1] geen specifieke zorgregeling dient te worden vastgelegd. [minderjarige 1] bevestigt dat haar ouders haar de afgelopen tijd ook hebben vrijgelaten om zelf te bepalen wanneer [minderjarige 1] bij haar moeder is en/of contact met haar opneemt. De rechtbank is van oordeel dat het – mede gelet op haar leeftijd – in het belang van [minderjarige 1] is om deze afspraak in stand te houden en zal daarom geen zorgregeling vaststellen tussen [minderjarige 1] en de moeder. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat [minderjarige 1] in het gesprek met de kinderrechter indruk heeft gemaakt met haar volwassen houding en met de wijze waarop zij, ondanks de ingewikkelde situatie, waarin zij zich bevindt, veel begrip toont voor en zich genuanceerd uitlaat over (het handelen van) haar ouders. De rechtbank heeft evenwel ook de indruk dat van [minderjarige 1] teveel wordt verwacht. Zij is nog jong en worstelt met de perikelen rond haar schoolgang en de rechtbank heeft de indruk dat zij te weinig steun ervaart van haar ouders bij het zetten van vervolgstappen op dat gebied, waardoor zij het gevoel heeft voor zichzelf (en soms ook voor anderen) te moeten zorgen. De rechtbank acht het van belang dat de ouders en de betrokken jeugdbeschermer hier oog voor hebben en roept hen op zich actief op te stellen om [minderjarige 1] de positieve ondersteuning en begeleiding te bieden die zij in dit verband nodig heeft.
De ouders zijn het niet eens geworden over de manier waarop de zorgregeling ten aanzien van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] moet worden vormgegeven. Daarom zal de rechtbank hierover beslissen.
In dit verband stelt de rechtbank voorop dat het belangrijk is dat beide ouders een rol vervullen in het leven van de kinderen. Uit de gesprekken met de kinderen is de kinderrechter gebleken dat de kinderen op het moment met name last hebben van het ontbreken van communicatie van de ouders, waardoor praktische zaken, zoals rondom het voetballen van de jongens, misgaan. Desgevraagd heeft [minderjarige 2] dan ook aangegeven het liefste te zien dat zijn ouders weer samen zouden zijn of goed contact met elkaar zouden hebben. Ook heeft [minderjarige 2] genoemd meer tijd bij zijn vader te willen doorbrengen, omdat hij hem mist.
De rechtbank acht het van groot belang dat de positieve bijdrage die de moeder levert aan het leven van de kinderen behouden blijft, maar ook dat er voldoende zicht is op de kinderen gelet op de (recente) zorgen die worden geuit over het alcoholgebruik van de moeder. Deze zorgen betreffen de actuele veiligheid van de kinderen en kunnen niet zonder meer terzijde worden geschoven. Daarom zal de rechtbank bepalen dat de zorgregeling wordt gewijzigd, in die zin dat [minderjarige 2] en [minderjarige 3] de ene week bij de moeder zullen verblijven en de andere week bij de vader, waarbij het wisselmoment op maandag plaatsvindt. Op deze manier spelen de vader en de moeder allebei een aanzienlijke rol in het leven van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , maar ontstaat meer zicht op [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De rechtbank hoopt – net als de gecertificeerde instelling – dat deze regeling de moeder ook gedeeltelijk zal ontlasten en dat het de moeder met deze regeling zal lukken om niet bovenmatig alcohol te gebruiken wanneer de kinderen bij haar zijn, zodat op die manier hun veiligheid kan worden gewaarborgd. Bovendien hebben [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op deze manier meer contact met [jongmeerderjarige] en [minderjarige 1] .
De rechtbank ziet onder de huidige omstandigheden geen meerwaarde in een nieuw onderzoek van de Raad. Daarom zal de rechtbank dit verzoek van de moeder afwijzen.
Brief kinderen
De rechtbank zal de genomen beslissingen als volgt aan de kinderen uitleggen in een brief die gelijktijdig met deze beschikking wordt verzonden:
Beste [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ,
Bedankt dat jullie naar de rechtbank zijn gekomen om met mij te praten. Inmiddels heb ik een beslissing genomen over wanneer jullie bij jullie vader en wanneer jullie bij jullie moeder zullen zijn en bij wie van hen jullie officieel zullen wonen (hoofdverblijfplaats noemen wij dat). In deze brief wil ik jullie uitleggen wat ik heb besloten en waarom.
Jij, [minderjarige 1] , bent nu de meeste tijd bij jouw vader. Ik heb van jou begrepen dat jij wilt dat dat zo blijft en dat je zelf wilt bepalen wanneer jij naar jouw moeder gaat. Omdat jij dat zo wilt en omdat je al 16 bent, vinden jouw ouders en ik dat we jou die ruimte moeten geven. Ik zal dus voor jou niet vastleggen wanneer je naar je moeder gaat. Dat mag je zelf met jouw moeder afspreken.
Wel zal ik beslissen dat jij jouw hoofdverblijfplaats voortaan bij je vader zal hebben, zodat dat ook klopt met waar jij het meest bent.
Tot slot wil ik je nog zeggen dat ik onder de indruk was van jouw volwassen houding tijdens ons gesprek. Je liet zien dat je alle kanten van de situatie in jullie gezin kan zien en oog hebt voor de gevoelens van alle gezinsleden. Dat is een hele bijzondere en waardevolle eigenschap. Ik wil je op het hart drukken ook goed te blijven zorgen voor jezelf en ik hoop dat je om hulp vraagt als je dat nodig hebt, bijvoorbeeld bij het zoeken naar een goede school. Die hulp verdien je. Ik wens je heel veel succes.
Voor jullie, [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , gaat er wel iets veranderen. Ik heb namelijk besloten dat jullie voortaan de ene week bij jullie vader zijn en de andere week bij jullie moeder zullen zijn. Jullie vader en jullie moeder zijn allebei heel belangrijk voor jullie. Ze zijn ook allebei goed in verschillende dingen. Ik vind het daarom belangrijk dat jullie je vader en je moeder evenveel kunnen zien. Zo hebben jullie ook meer contact met [minderjarige 1] en [jongmeerderjarige] . Ik denk dat dat het beste voor jullie is.
Jullie hoofdverblijfplaats blijft bij jullie moeder, daar hoeft niets in te veranderen.
Ik hoop dat zo alles duidelijk is voor jullie. Ik wens jullie alle goeds.
Met vriendelijke groet, de kinderrechter.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 23 februari 2022 – :
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1] , de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader;
*
stelt een verdeling van zorg- en opvoedingstaken vast met betrekking tot de minderjarigen:
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] ;
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2016 te [geboorteplaats 2] .
waarbij zij de ene week van maandag uit school tot de volgende maandag naar school bij de vader zullen zijn en de andere week van maandag uit school tot de volgende maandag naar school bij de moeder zullen zijn;
en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
*
gelast de griffier de toezending van deze beschikking aan Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 december 2025.