Uitspraak
Zorgregeling en kinderalimentatie
Beschikking op het op 4 november 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- bepaald dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder;
- de moeder vervangende toestemming verleend om [minderjarige] aan te melden voor de cursus ‘Mijn baby en ik’, welke cursus door [instelling 1] is geadviseerd;
- bepaald dat [minderjarige]
- het verweerschrift tegen het zelfstandig verzoek van 26 februari 2025 van de vader;
- de brief van de Raad voor de Kinderbescherming van 4 maart 2025;
- de brief van de Raad voor de Kinderbescherming van 8 juli 2025, met als bijlage het rapport en advies met kenmerk [kenmerk] ;
- de brief van 9 augustus 2025 van de moeder;
- het bericht van 13 augustus 2025 van de vader;
- het bericht van 27 oktober 2025, met bijlagen, van de moeder;
- het bericht van 28 oktober 2025, met bijlagen, van de vader;
- het bericht van 5 november 2025, met bijlage, van de moeder;
- het bericht van 5 november 2025, met bijlage, van de vader.
Beoordeling
+€ 2.045,-). Op basis van dit NBGI hadden zij recht op een kindgebonden budget van € 158,- per maand, zodat de rechtbank daarmee rekening zal houden. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen, leidt het voorgaande tot een behoefte van € 467,-. Geïndexeerd naar 2025 bedraagt de behoefte € 497,- per maand.
Beslissing
1 oktober 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn aanvullend rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
ten aanzien van de zorgregeling en de proceskostenaan.