ECLI:NL:RBDHA:2025:25919

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
C/09/638730 / FA RK 22-7991
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing gezamenlijk gezag en vaststelling omgangsregeling in een ouderschapskwestie

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 5 december 2025 een beschikking gegeven in een ouderschapskwestie. De vader had verzocht om gezamenlijk gezag over zijn twee minderjarige kinderen, [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen, omdat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders. De ouders hebben een destructief patroon van conflict en wantrouwen, wat de communicatie bemoeilijkt. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vader voorlopig gerechtigd is om de kinderen om de veertien dagen in het weekend bij zich te hebben. De omgangsregeling is in overleg tussen de ouders vastgesteld en omvat specifieke afspraken over vakanties en feestdagen. De rechtbank benadrukt dat het in het belang van de kinderen is dat er rust en duidelijkheid komt in hun situatie. De moeder heeft zich aangesloten bij het advies van de Raad voor de Kinderbescherming om het verzoek tot gezamenlijk gezag af te wijzen, en de rechtbank heeft dit advies gevolgd. De beschikking is gegeven na een zorgvuldige afweging van de belangen van de kinderen en de communicatie tussen de ouders.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 22-7991
Zaaknummer: C/09/638730
Datum beschikking: 5 december 2025

Gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 16 november 2022 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.E. Oud te Krommenie.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. van der Zalm te ’s-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van 11 september 2023 van deze rechtbank:
- is aan de vader vervangende toestemming verleend tot erkenning van de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats] ;
  • is bepaald dat de vader voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen bij zich te hebben een weekend per veertien dagen van vrijdag 19.00 uur tot zondag 19.00 uur;
  • zijn partijen verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling;
  • is bepaald dat de vader met ingang van 1 augustus 2023 een kinderalimentatie aan de moeder moet betalen van € 25,- per maand per kind, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
  • is iedere verder beslissing ten aanzien van het gezag en de definitieve omgangs- of zorgregeling aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het e-mailbericht van 6 mei 2025 van Impegno, met bijlage;
  • de brief van 27 juni 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad);
  • het F9-formulier van 15 juli 2025 van de moeder, met bijlage;
  • het F9-formulier van 23 juli 2025 van de vader, met bijlage.
Op 7 november 2025 is de behandeling op een zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad.
De minderjarigen [de minderjarige 1] ( [de minderjarige 1] ) en [de minderjarige 2] ( [de minderjarige 2] ) hebben in een gesprek met de kinderrechter hun mening kenbaar gemaakt.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al wat bij voornoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Vooraf
Na voornoemde beschikking hebben de ouders bij Impegno het hulpverleningstraject Ouderschap bij Scheiden gevolgd. Dat traject is in mei 2025 negatief afgesloten. In het eindverslag van Impegno van 6 mei 2025 is te lezen dat ouders vastzitten in een destructief patroon van conflict en wantrouwen dat al langere tijd voortduurt. Het lukt de ouders niet om emotioneel afstand van elkaar te nemen en tot functioneel ouderschap te komen. Ouders blijven elkaar beschuldigen en verwijten maken, communiceren via de kinderen en komen afspraken over contact regelmatig niet na of wijzigen deze afspraken eenzijdig. Er is nauwelijks coördinatie of gedeeld ouderschap, ondanks pogingen tot afspraken. De moeder raakt overbelast en uitgeput door de constante spanningen. Impegno komt tot de conclusie dat het niet realistisch is om te blijven inzetten op gezamenlijke ouderlijke samenwerking zoals bij co-ouderschap. Er moet gekeken worden naar een vomr van ouderschap die de spanningen tussen de ouders minimaliseert en het welzijn van de kinderen beschermt, aldus Impegno.
De Raad heeft de rechtbank na de terugmelding van Impegno laten weten geen meerwaarde te zien in een raadsonderzoek. De Raad benadrukt het belang van meer rust en duidelijkheid voor de kinderen en meent dat dit het beste geboden kan worden met de omgangsregeling zoals door de vader verzocht en door een afwijzing van het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag, zo volgt uit de brief van de Raad van 27 juni 2025.
Gezag
Bij de beschikking van 11 september 2023 is aan de vader vervangende toestemming verleend om de kinderen te erkennen. Op grond van de wet kan de vader slechts het gezag over de kinderen uitoefenen als hij de juridische ouder van de kinderen is. Hiervoor is nodig dat de erkenning tot stand is gebracht. Blijkens de Basisregistratie Personen (BRP) heeft de vader de kinderen inmiddels erkend. Gelet hierop komt het verzoek van de vader om hem mede te belasten met het gezamenlijk gezag voor beoordeling in aanmerking.
Wettelijk kader
Op grond van art. 1:253c BW eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder van een kind, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders gezamenlijk met het ouderlijk gezag te belasten. Dit verzoek wordt op grond van het tweede lid van voornoemd artikel slechts afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Inhoudelijke beoordeling
De vader handhaaft zijn verzoek om hem mede met het ouderlijk gezag te belasten. Het wettelijk uitgangspunt is dat ouders gezamenlijk met het gezag worden belast, tenzij sprake is van een van de uitzonderingsgronden genoemd in artikel 1:253c BW. Dat is niet het geval. Op dit moment communiceren de ouders per e-mail over belangrijke zaken aangaande de kinderen. Daarmee wordt in feite al uitvoering gegeven aan gezamenlijk gezag. De juridische werkelijkheid moet in overeenstemming worden gebracht met die feitelijke situatie. De vader wenst een volwaardige en gelijkwaardige vaderrol te vervullen in het leven van de kinderen. Voor hem is van belang dat zijn vaderrol wordt erkend door de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten. Op dit moment voelt hij zich meer een oppas dan een vader. De vader wil daarom ook gezagsbeslissingen over de kinderen kunnen nemen. Hij zou graag zien dat partijen het traject Parallel solo ouderschap gaan volgen. Impegno concludeert immers dat het niet realistisch is om te blijven inzetten op gezamenlijke ouderlijke samenwerking zoals bij co-ouderschap, maar dat gekeken moet worden naar een vorm van ouderschap die de spanningen tussen ouders minimaliseert en het welzijn van de kinderen beschermt.
De moeder sluit zich aan bij het advies van de Raad om het verzoek tot gezamenlijk gezag af te wijzen. Volgens de Raad lukt het de ouders niet om constructief met elkaar te communiceren over de kinderen en zal het gezamenlijk gezag daarom teveel spanningen met zich meebrengen voor de kinderen. De moeder betwist dat de ouders in feite al uitvoering geven aan gezamenlijk gezag door afspraken te maken per e-mail. Zij stelt dat zij alleen informatie aan de vader geeft, en dat hij daar niet of nauwelijks op reageert. De vader laat de communicatie tussen de ouders juist verlopen via de kinderen. Gedurende het traject bij Impegno is hij daar meerdere keren op aangesproken, maar dit heeft niet tot verandering geleid. De moeder vreest dat als het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt toegewezen de communicatie nog meer dan nu al het geval is via de kinderen zal verlopen, hetgeen niet in hun belang is. Zij wijst ook op de conclusie van Impegno dat het risico op loyaliteitsconflicten en parentificatie bij de kinderen verhoogd is. Verder stelt de moeder dat de vader geen initiatief neemt om zelf te informeren naar dingen die spelen in het leven van de kinderen. Volgens de moeder is gezamenlijk gezag niet noodzakelijk om de vader erkenning te geven voor zijn rol als vader. Hij kan daaraan namelijk ook invulling geven in het kader van de omgangsregeling.
De moeder staat niet open voor deelname aan een traject Parallel solo ouderschap. Het traject bij Impegno heeft haar veel tijd en energie gekost en is voor haar erg belastend geweest, maar heeft niet tot een verbetering geleid. Vanwege problemen door de emotionele gevolgen van het traject, is zij op haar werk uiteindelijk overgeplaatst naar een andere afdeling. Het is partijen tijdens het traject bij Impegno niet gelukt om afspraken te maken. Parallel solo ouderschap vereist juist dat partijen goede afspraken maken en zich daaraan houden. Het ligt dan ook niet in de lijn der verwachting dat dit traject een oplossing kan bieden. Gelet op het voorgaande moet het verzoek van de vader worden afgewezen, aldus de moeder.
De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is echter wel vereist de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen. Uit het verslag van Impegno en hetgeen op zitting is besproken, blijkt dat de vader veelal via de kinderen met de moeder communiceert. De rechtbank is bezorgd dat als de vader mede met het gezag wordt belast de communicatie nog meer via de kinderen zal verlopen. Deze verantwoordelijkheid hoort niet bij de kinderen te liggen. Gelet hierop overweegt de rechtbank dat er, bij gezamenlijk gezag, een onaanvaardbaar risico bestaat dat de kinderen klem of verloren zullen raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen. Nog daargelaten dat er bij de moeder geen draagkracht meer is om nog een hulpverleningstraject te volgen, is ook voor Parallel solo ouderschap vereist dat sprake is van (enige mate van) wederzijds vertrouwen. Gelet op het verloop van het traject bij Impegno verwacht de rechtbank niet dat Parallel solo ouderschap tot verbetering zal leiden in de verstandhouding tussen partijen. De rechtbank zal het verzoek van de vader om hem mede met het gezag te belasten daarom afwijzen.
De rechtbank heeft begrip voor het feit dat de vader erkenning wenst voor zijn vaderrol, maar overweegt dat voor een vaderrol van betekenis met name van belang is dat sprake is van onbelast contact tussen de vader en de kinderen. De Raad heeft de ouders op de zitting ook meegegeven dat ouderschap veel meer is dan het nemen van gezagsbeslissingen. Nu het gezamenlijk gezag zal worden afgewezen, ligt het op de weg van de moeder om de vader wel zoveel mogelijk te blijven betrekken en te informeren over belangrijke zaken betreffende de kinderen, zodat hij kan aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
Omdat de rechtbank het verzoek tot gezamenlijk gezag zal afwijzen, zal zij in het vervolg spreken van een omgangsregeling.
Omgang
Wettelijk kader
De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat uit artikel 1:377a lid 1 BW volgt dat een kind recht op omgang met zijn ouders heeft en dat de niet met het gezag belaste ouder het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind heeft. Op grond van lid 2 van voormeld artikel kan de rechter op verzoek van (één van) de ouder(s) een omgangsregeling vaststellen of het recht op omgang (tijdelijk) ontzeggen.
Inhoudelijke beoordeling
De ouders hebben op de zitting overeenstemming bereikt over de omgangsregeling. Zij willen beiden dat de voorlopige omgangsregeling definitief wordt vastgesteld en zijn het ook eens over de verdeling van de vakanties en de feestdagen zoals deze door de moeder is verzocht.
De rechtbank vindt de overeengekomen omgangsregeling in het belang van de kinderen en zal conform deze overeenstemming beslissen. De rechtbank voegt daaraan, op verzoek van de vader, toe dat van de omgangsregeling kan worden afgeweken als beide ouders het daarover eens zijn.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 11 september 2023 –:
wijst af het verzoek van de vader om hem te belasten met het gezamenlijk gezag over de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] ( [de minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2010 te
  • [de minderjarige 2] ( [de minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2012 te
bepaalt dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] een weekend per veertien dagen van vrijdag 19.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de vader zullen zijn;
en bepaalt ten aanzien van de vakanties en de feestdagen dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verblijven:
-
zomervakantie: in even jaren de eerste drie weken bij de vader, en de laatste drie weken bij de moeder, en in oneven jaren andersom, waarbij geldt dat de vakantie van zondag tot zondag loopt en het wisselmoment plaatsvindt op zondag om 12.00 uur;
- met dien verstande dat, indien de kinderen aangeven dat zij drie aaneengesloten weken bij een ouder, althans gescheiden van een ouder, gedurende de zomervakantie te lang vinden, de ouders een ander schema volgen waarbij de kinderen in even jaren in week één, vier en vijf bij de moeder verblijven, en in week twee, drie en zes bij de vader, en in oneven jaren andersom;
-
herfstvakantie: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
-
kerstvakantie: in even jaren in de eerste week bij de moeder, in de tweede week bij de vader, in oneven jaren andersom;
-
kerstdagen:in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader
-
oudejaarsavond en Nieuwjaarsdag: in oneven jaren bij de moeder, in even jaren bij de vader;
-
voorjaarsvakantie: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;
-
meivakantie: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
-
eventuele extra vakantie of tweede week meivakantie:in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;
-
Goede Vrijdag/Pasen: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
- tenzij dit in een van de voornoemde vakanties valt, dan is de vakantieregeling bepalend;
-
Hemelvaartsdag: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
- tenzij dit in een van de voornoemde vakanties valt, dan is de vakantieregeling bepalend;
-
Pinksteren: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;
- tenzij dit in een van de voornoemde vakanties valt, dan is de vakantieregeling bepalend;
-
Koningsdag: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
-
Sinterklaas: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 december 2025.