ECLI:NL:RBDHA:2025:25929

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
C/09/689180 / FA RK 25-5680
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie in een echtscheidingsprocedure

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 5 december 2025 een beschikking gegeven over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van de minderjarige kinderen van de ouders, [de moeder] en [de vader]. De ouders hebben een affectieve relatie gehad en zijn gezamenlijk belast met het gezag over hun twee minderjarige kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De kinderen verblijven bij de moeder, terwijl de vader een kinderalimentatie van €75 per kind per maand betaalt. De moeder heeft verzocht om wijziging van de alimentatie en de zorgregeling, waarbij zij een lagere bijdrage van de vader voorstelt en een gezamenlijke kinderrekening wil instellen. De rechtbank heeft de ouders in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan een traject van Ouderschapsbemiddeling om hun onderlinge communicatie te verbeteren. De rechtbank heeft besloten dat de kinderen de ene week bij de moeder en de andere week bij de vader verblijven, met als wisselmoment vrijdag om 17.00 uur. De ouders hebben overeenstemming bereikt over de reguliere zorgregeling, maar niet over de vakanties. De rechtbank heeft de verzoeken over de vakanties als ingetrokken beschouwd en de ouders aangemoedigd om hierover afspraken te maken tijdens de bemiddeling. De vader heeft een zelfstandig verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie ingediend, dat op 15 december 2025 zal worden behandeld. De beschikking is uitgesproken door kinderrechter A.M. Brakel en is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-5680
Zaaknummer: C/09/689180
Datum beschikking: 5 december 2025

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 25 juli 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.V. van der Bom in 's-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.C. Meijler in 's-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het bericht van 6 augustus 2025 van de moeder, met bijlagen;
  • het verweerschrift met zelfstandige verzoeken, met bijlagen, ingekomen op 12 augustus 2025;
  • het bericht van 12 september 2025 van de vader;
  • het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken en een aanvullend verzoek, met bijlagen, ingekomen op 16 september 2025;
  • het bericht van 29 september 2025 van de vader;
  • het bericht van 28 oktober 2025 van de vader, waarin hij zijn verzoeken wijzigt en aanvult, met bijlagen.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek.
Op 7 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Feiten

  • De moeder en de vader hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 1] .
  • De vader heeft de kinderen erkend.
  • De ouders zijn gezamenlijk met het gezag over de kinderen belast, op grond van een aantekening van 8 juni 2020 in het gezagsregister.
  • De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • De moeder en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit en de vader heeft de Tsjechische nationaliteit.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 30 september 2020 is – voor zover hier van belang – bepaald dat de vader met ingang van 1 juli 2020 aan de moeder een kinderalimentatie dient te voldoen van € 75, - per maand per kind en is het ouderschapsplan opgenomen in de beschikking.
  • In het aan voornoemde beschikking gehechte ouderschapsplan zijn de ouders in artikel 3.1 de volgende verdeling overeengekomen van de zorg- en opvoedingstaken:
  • In het aan voornoemde beschikking gehechte ouderschapsplan hebben de ouders in artikel 7 afspraken opgenomen met betrekking tot de kinderalimentatie:
“7.1 Kosten van de kinderen
De kosten van de kinderen zijn door de ouders conform de gangbare tabellen begroot op €376,00 per maand en per kind, berekend aan de hand van een netto besteedbaar gezinsinkomen van € 3650,00 per maand en een bedrag aan kinderopvangkosten van
€ 200,00 per maand. Voor wat de draagkracht van de vader wordt rekening gehouden met de door hem ten behoeve van zijn zoon [naam 2] te betalen alimentatie en kosten contactregeling.
7.2
Corona-crisis
Partijen hebben overwogen dat deze overeenkomst tot stand komt in een voor de beide ouders onzekere periode. Voor hen beide is, als gevolg van de Corona-crisis, de financiële toekomst onzeker. De vader had een inkomen van € 45.000, - per jaar zijnde winst uit onderneming in 2018. Naar verwachting zal de winst in 2020 nog slechts ongeveer € 30.000, - bedragen, aldus een prognose van de accountant van het bedrijf van de man. Ook feitelijk is het inkomen van de man nu reeds met € 500, - netto per maand verminderd. De ouders spreken af dat, teneinde de vader niet in financiële problemen te laten komen, wordt uitgegaan van de prognose van de accountant. Tijdens de totstandkoming van het ouderschapsplan werd het inkomen van de man c.q. zijn maandelijkse aandeel in de winst verminderd met € 500, - in verband met de verminderde omzet van de onderneming. De moeder heeft een jaarinkomen van
€ 14.950,- volgens haar jaaropgave 2019. Beide partijen zijn onzeker of dit inkomen hetzelfde zal blijven. Derhalve is het door de man te betalen bedrag per maand niet op maximaal gesteld maar op een dusdanig bedrag dat de man in staat is de maandelijkse bijdrage te betalen zonder in financiële problemen te geraken. De ouders zullen aan de hand van de definitieve jaarcijfers 2020 een nieuwe berekening laten maken. Partijen komen ook overeen dat indien het inkomen van partijen na ondertekening van het ouderschapsplan significant wijzigt en/of één van de partijen daartoe aanleiding ziet, zij middels een door hun beide gekozen advocaat of mediator een herberekening van de kinderalimentatie zullen maken. Beide partijen hebben daartoe toegezegd dat zij onvoorwaardelijk hun medewerking zullen verlenen. Met ingang van de eerst volgende van de maand na ondertekening van dit ouderschapsplan en zolang de kinderen
minderjarig zijn en bij de moeder wonen/woont, betaalt de vader aan de moeder een alimentatie voor de kinderen van € 75,00 per kind per maand. Deze alimentatie zal zijn onderworpen aan de wettelijke indexering als bedoeld in artikel 1:402a BW, voor het eerst per 1 januari 2021.
Partijen dragen ieder de eigen kosten van inwoning van de kinderen wanneer zij bij hen zijn. Tevens betaalt iedere ouder zelf de kosten van de kinderopvang voor de dagen dat de kinderen bij hem of haar is. De moeder zal zorgdragen voor de kosten zoals van kleding, kapper; Partijen spreken af dat naast het bedrag genoemd in artikel 7.2 de man voor de helft zal bijdragen in eventuele extra uitgaven voor de kinderen, zolang die uitgaven op voorhand met hem zijn besproken en hij met het doen van die uitgaven
akkoord is gegaan. De ouders denken dan in het bijzonder aan extra uitgaven voor school; schoolreisje; contributie voor sportverenigingen en sport benodigdheden; fiets; computers; ziektekosten niet vergoed door de verzekering; orthodontist; etc.”
- Bij beschikking van 18 juli 2022 van deze rechtbank – voor zover hier relevant – is:
  • de door de man met ingang van 8 december 2021 te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bepaald op € 225,- per kind per maand, onder aftrek van wat de vader tot op heden al aan de moeder heeft betaald.
  • de zorgregeling gewijzigd, in die zin dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de ene week van zondagochtend tot en met woensdagochtend bij de vader verblijven en de andere week van zaterdag 17.00 uur tot woensdagochtend.
  • De vader heeft tevens een zoon uit een eerdere relatie: [naam 2] , geboren op
  • De vader is op [dag] 2021 gehuwd met [naam 3] . Van het huidige gezin van de vader maakt deel uit zijn stiefdochter [naam 4] , geboren op

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt, zoals dat na aanvulling nu luidt, uitvoerbaar bij voorraad:
  • de beschikking van 18 juli 2022 van deze rechtbank te wijzigen en te bepalen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voortaan de ene week bij de moeder verblijven en de andere week bij de vader, met als wisselmoment de maandagochtend naar school;
  • te bepalen dat ook de laatste zondag van een schoolvakantie onderdeel uitmaakt van de door de ouders te verdelen schoolvakanties;
  • te bepalen dat de kinderen in de oneven jaren tijdens de voorjaarsvakantie bij de moeder verblijven, alsmede tijdens de eerste week van de meivakantie, de eerste 3 weken van de zomervakantie, de herfstvakantie en de tweede week van de kerstvakantie, waarbij de kinderen tevens één in onderling overleg te bepalen kerstdag bij de moeder zullen verblijven, welke regeling in de even jaren wordt gespiegeld en waarbij de vakanties lopen van maandagochtend tot maandagochtend.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de vader zelfstandig, na wijziging en aanvulling, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de beschikking van deze rechtbank van 18 juli 2022 en het ouderschapsplan van 8 juni 2020 in die zin te wijzigen dat:
- primair
de vader met ingang van 1 mei 2024 een bijdrage van € 22,50 per maand per kind verschuldigd is, en te bepalen dat de moeder de door haar te veel ontvangen kinderalimentatie over de periode vanaf 1 mei 2024 dient terug te betalen aan de vader binnen één maand na de datum van de beschikking, althans een zodanig bedrag, ingangsdatum en terugbetalingsverplichting als de rechtbank juist acht;
- subsidiair
de vader met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift een bijdrage van € 28,50 per maand per kind verschuldigd is, en te bepalen dat de moeder de door haar te veel ontvangen kinderalimentatie over de periode vanaf datum van indiening van het verzoekschrift dient terug te betalen aan de vader binnen één maand na de datum van de beschikking, althans een zodanig bedrag, ingangsdatum en terugbetalingsverplichting als de rechtbank juist acht;
- de beschikking van de rechtbank van 18 juli 2022 en het ouderschapsplan van 8 juni 2020 in die zin te wijzigen dat met ingang van 1 december 2025 partijen gebruik maken van een gezamenlijke kinderrekening en ieder van hen bij vooruitbetaling een bijdrage stort, voor de vader is dit een bijdrage van € 57,- per maand en voor de moeder een bijdrage van € 456,- per maand, althans een zodanig bedrag en ingangsdatum als de rechtbank juist acht;
  • het ouderschapsplan tussen partijen gesloten op 8 juni 2020, dusdanig te wijzigen en aan te vullen dat vanaf 1 september 2025 de minderjarige kinderen van partijen bij de vader zullen zijn om de week van zondagavond tot zondagavond en de vakanties tussen partijen bij helften zullen worden verdeeld, waarbij de vakantie een aanvang neemt op zondagochtend tot zondagavond 17.00 uur;
  • de verzoeken van de moeder af te wijzen.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken tot wijziging van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.
Inhoudelijke beoordeling
Tijdens een schorsing van de zitting hebben de moeder en de vader overeenstemming bereikt over de reguliere zorgregeling en over de begin- en eindtijd van de voorjaars- en herfstvakantie. Zij zijn het erover eens geworden dat de kinderen de ene week bij de moeder verblijven en de andere week bij de vader, met als wisselmoment vrijdag om 17.00 uur. De ouders hebben afgesproken dat deze reguliere zorgregeling ingaat op vrijdag 14 november 2025. De kinderen zullen dan van vrijdag 14 november 2025 17.00 uur tot vrijdag 21 november 2025 17.00 uur bij de vader verblijven. Ten aanzien van de herfst- en voorjaarsvakantie zijn de ouders overeengekomen dat deze vakanties beginnen op vrijdag om 17.00 uur en eindigen in de week daarna op zondag om 17.00 uur (9 nachten). Daarbij hebben de ouders afgesproken dat de vakantieregeling een uitzondering is op de reguliere zorgregeling, en dat de reguliere zorgregeling na de vakantie weer wordt hervat vanaf het punt waar deze gebleven was. Er is dus geen vaste verdeling waarbij de ene ouder in de oneven weken en de andere ouder in de even weken standaard de kinderen heeft.
De rechtbank zal conform deze afspraken van de ouders beslissen, nu niet blijkt dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet. Voor zover er meer of anders is verzocht over de reguliere zorgregeling en de voorjaars- en de herfstvakantie, zal dit worden afgewezen.
De ouders hebben geen overeenstemming bereikt over de kerst-, mei- en zomervakantie. Op de zitting hebben de ouders aangegeven hierover afspraken te willen maken tijdens het traject Ouderschapsbemiddeling. Gelet hierop beschouwt de rechtbank de verzoeken over de kerst-, mei- en zomervakantie als ingetrokken.
Ouderschapsbemiddeling
De rechtbank heeft met de ouders en hun advocaten besproken dat zij het, net als de Raad, van belang acht dat de ouders gaan deelnemen aan het hulpverleningstraject Ouderschapsbemiddeling. Dit om te gaan werken aan het verbeteren van hun onderlinge communicatie en het onderlinge vertrouwen. Ook willen de ouders tijdens het traject nadere afspraken maken over de kerst-, mei- en zomervakantie. Beide ouders hebben de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject Ouderschapsbemiddeling. De rechtbank zal de ouders daarom in de gelegenheid stellen om deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is op 7 november 2025 al per e-mail verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal een afschrift van deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
Nu de rechtbank een eindbeschikking wijst, hoeft de uitvoerende hulpverlenende instantie geen rapportage naar de rechtbank of de Raad te zenden.
Kinderalimentatie
Door de vader is op 12 augustus 2025 een zelfstandig verzoek tot wijziging van een door hem aan de moeder te betalen kinderalimentatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ingediend. De rechtbank heeft het verzoek ten aanzien van de kinderalimentatie afgesplitst, onder zaak- en rekestnummer C/09/693724 en FA RK 25-8144.
Tijdens de mondelinge behandeling is een datum gepland waarop de zaak, met zaak- en rekestnummer C/09/693724 en FA RK 25-8144 zal worden behandeld, te weten 15 december 2025 om 13.15 uur. Deze beschikking geldt daarvoor als een oproep.

Beslissing

De rechtbank:
*
stelt vast dat de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 1] ,
de ene week bij de moeder verblijven en de andere week bij de vader, met als wisselmoment vrijdag om 17.00 uur;
*
stelt vast dat de regeling in de herfst- en voorjaarsvakantie begint op vrijdag om 17.00 uur en eindigt in de week daarna op zondag om 17.00 uur (9 nachten);
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de moeder] , (de moeder)
wonende aan de [adres 1] ,
en
[de vader] , (de vader)
wonende aan de [adres 2] ,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding, [adres 3] ;
*
verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat de behandeling van de verzoeken over de kinderalimentatie, met zaak- en rekestnummer C/09/693724 en FA RK 25-8144 op de zitting van
15 december 2025 om 13.15 uurworden behandeld;
bepaalt dat deze beschikking voor partijen heeft te gelden als oproeping;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 5 december 2025.