ECLI:NL:RBDHA:2025:25947
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens schijn van partijdigheid van de rechter
In deze zaak heeft de wrakingskamer van de Rechtbank Den Haag op 29 december 2025 een verzoek tot wraking toegewezen. Het verzoek was ingediend door de gemachtigde van verzoekster, mr. N.M. Fakiri, tegen de kantonrechter mr. C.W.D. Bom. De aanleiding voor het wrakingsverzoek was dat de rechter de gemachtigde van verzoekster niet toestond zijn pleitnota voor te dragen, terwijl de andere partij, de gemeente Den Haag, wel in de gelegenheid was gesteld om een pleitnota voor te dragen. Dit leidde tot de schijn van partijdigheid, omdat de rechter te veel ingreep in de processuele verhouding tussen partijen. De wrakingskamer oordeelde dat de rechter niet op een eerlijke manier had gehandeld, wat in strijd is met artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. De wrakingskamer stelde vast dat de rechter de gemachtigde van verzoekster niet de kans had gegeven om zijn pleitnota voor te dragen, wat de mogelijkheid van een eerlijk proces in gevaar bracht. De beslissing van de wrakingskamer houdt in dat het onderzoek in de hoofdzaak opnieuw moet worden gestart met een andere kantonrechter.