In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, uitspraak gedaan op 30 december 2025 in een bestuursrechtelijke procedure. Eiser, vertegenwoordigd door mr. G.J. Dijkman, heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat deze niet tijdig een besluit heeft genomen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister binnen de door de rechtbank gestelde termijn geen besluit heeft genomen, waardoor het beroep gegrond is verklaard. De rechtbank heeft de minister opgedragen om binnen twee weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens is er een dwangsom van € 250,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-. Eiser heeft recht op een vergoeding van de proceskosten, die is vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is openbaar gemaakt en de betrokken partijen zijn geïnformeerd over hun mogelijkheden om in verzet te gaan tegen deze uitspraak.