ECLI:NL:RBDHA:2025:25961
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid negatieve Talibanbelangstelling en risico terugkeer Afghanistan
Eiser, een Afghaanse schapenherder, diende een asielaanvraag in na mishandeling door de Taliban vanwege weigering schapen te geven. Hij vreesde voor zijn leven en dat van familieleden bij terugkeer. Verweerder achtte de mishandeling geloofwaardig maar oordeelde dat dit onvoldoende is om te concluderen dat eiser in de negatieve belangstelling van de Taliban stond bij vertrek of nu.
Eiser stelde dat zijn vertrek inmiddels bekend was bij de Taliban en dat hij daarom risico loopt, maar liet tijdens de zitting zijn eerdere standpunt dat hij tot risicogroepen behoort vallen. Nieuwe informatie over een brief van de Taliban aan zijn ouders werd meegewogen, maar de rechtbank vond de brief onvoldoende bewijs voor negatieve belangstelling.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende individuele omstandigheden had aangevoerd die een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer aannemelijk maken, mede gelet op het algemene beleid en jurisprudentie. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.